879
6

Vice-voorzitter FNV

Ruud Kuin is sinds mei 2013 vicevoorzitter in het dagelijks bestuur van de FNV. Kuin (Haarlem, 1961) is al bijna 30 jaar een gevestigde naam binnen de FNV. In 1986 begint hij als districtsmedewerker en coördinator Noord-Holland voor FNV Jongerenbeweging. Van 1989 tot 1997 is hij kwestiebehandelaar voor de FNV Horecabond, waarna hij voor drie jaar coördinator van diezelfde bond is.

Brede zorgcoalitie biedt kansen voor de zorg

De zorg is niet van de markt, maar is van ons

Vorige week berichtten de media dat de poging om tot een brede zorgcoalitie van politieke partijen en vakbonden te komen was mislukt. Wat de FNV betreft is dat voorbarig. Wij zien meer overeenkomsten dan verschillen tussen de partijen. De kiezer vindt zorg erg belangrijk. Ook daarom is het van belang om naar breed draagvlak voor verandering te zoeken. De veranderingen gaan over meer dan het wel of niet afschaffen van de zorgverzekeraars en het eigen risico. De kwaliteit van de zorg aan onze ouderen kan niet wachten op een stelselwijziging. De race naar beneden in de thuiszorg moet nu worden gestopt. De FNV ziet kansen voor een progressieve coalitie op basis van de volgende uitgangspunten.

Als één wens breed wordt gedragen, dan is het wel dat er meer mogelijkheden voor samenwerking komen. De laatste jaren is de zorg meer om de mensen heen georganiseerd. De thuiszorg is naar gemeenten gegaan, de huisarts krijgt meer taken. Dat vraagt om meer samenwerking in de regio en dat vloekt met een stuk of wat verzekeraars en nog meer gemeenten die allemaal wat anders willen.

cc-foto: Rene Gademann
cc-foto: Rene Gademann

De zorg is niet van de markt, maar is van ons. Concurrentie tussen private verzekeraars heeft de zorg niet goedkoper of beter gemaakt. We willen naar een publieke regeling waarin niemand onverzekerd kan zijn. Waarin hoge miljardenreserves bij verzekeraars overbodig zijn en waarin samenwerking tussen zorgverleners niet stuit op een veto van de ‘marktmeester’. In plaats van de verschillende zorgverzekeraars die elkaar beconcurreren werken we stapsgewijs toe naar een stelsel waarbij er per regio een uitvoerder is voor de zorg. Dat kan een geheel nieuwe organisatie zijn. Het kan ook een publiekrechtelijke verzekeraar zijn, zoals ze bijvoorbeeld in Duitsland en België bestaan.

Mensen maken zich zorgen over de betaalbaarheid van de zorg. En dan bedoelen ze niet alleen de betaalbaarheid voor de overheid, maar ook of ze de kosten zelf nog wel kunnen opbrengen. Betalen naar draagkracht moet ook echt betalen naar draagkracht zijn. Het basispakket is te veel uitgekleed. Ook dat komt de betaalbaarheid van de zorg voor mensen niet ten goede. De toegang tot fysiotherapie of de tandarts mogen niet afhankelijk zijn van de dikte van de portemonnee Het eigen risico moet worden afgeschaft. Sommige mensen mijden noodzakelijke zorg. Het eigen risico draagt weinig bij aan zinniger zorggebruik. Bijna de helft van de bevolking betaalt het maximale verplicht eigen risico van €385. Zij zijn het die de boete op ziek zijn betalen. De zorg kent overigens veel meer eigen bijdragen die stapelen bij chronisch zieken en ouderen. Er zijn situaties waarin een eigen bijdrage logisch is. Maar het hele systeem van eigen betalingen moet langs de meetlat van betaalbaarheid, solidariteit en de bijdrage aan zinnig zorggebruik worden gelegd.

Minister Schippers heeft eigenlijk al erkend dat marktwerking geen bijdrage levert aan de kostenbeheersing. En dus is ze een paar jaar geleden maar weer overgestapt op centrale afspraken met het hele zorgveld over de kostenontwikkeling. Het is van groot belang dat die kostenramingen reëel zijn. De kostenramingen moeten gebaseerd zijn op de zorgbehoefte en op de voorspellingen op basis van bevolkingsgroei en de loon- en prijsontwikkelingen in de zorg.

Afspraken met zorginstellingen worden binnen de regio’s voor een langere termijn afgesproken. Zorginstellingen en zorgverleners leggen verantwoording af op basis van vertrouwen vooraf. Dit geeft zorginstellingen voldoende zekerheid om te investeren in kwaliteit, personeelsbeleid en samenwerking.

We willen zekerheid voor zorgwerknemers en ruimte voor vakmanschap. Als het stelsel mensen en instellingen vooral aanspreekt op hun professionaliteit, kiezen ze voor wat ze denken dat nodig is en niet voor wat financieel het meeste oplevert.

Het is geen vreemd idee dat gemeenten een rol spelen in de zorg. Maar bij de recente uitbreiding van hun zorgtaken hebben gemeenten te veel vrijheid gekregen. Ook gemeentelijke zorg moet aan regels zijn gebonden, zodat zowel cliënten als de zorgmedewerkers meer zekerheden worden geboden. Geld voor zorg moet naar zorg gaan. Als mensen langer thuis wonen, moet er worden geïnvesteerd in thuiszorg. Daarbij hoort ook een extra investering in de verpleeghuizen voor als het thuis toch niet meer gaat.

Er valt nog veel te bespreken waar we nog niet aan zijn toegekomen. Willen we eigenlijk niet naar één regeling voor alle zorg? Als financiële en bestuurlijke scheidslijnen tussen preventie, behandeling en verzorging worden weggenomen, is er veel te winnen. Waar is sprake van besparingen en waar van intensiveringen? Wat heeft dan voorrang? En wat moet onmiddellijk gebeuren en waar kiezen we de weg der geleidelijkheid? De FNV roept partijen op het gesprek voort te zetten. We denken dat de ideeën breed in de samenleving worden gedeeld. Als we er samen voor gaan, kunnen we de zorg stukken beter maken

Geef een reactie

Laatste reacties (6)