Laatste update 13:29
567
8

Fiscaal-jurist

Ik ben een (bedrijfs)fiscalist/fiscaal-jurist met 16 jaar ervaring op het gebied van internationaal belastingrecht. De eerste jaren in de advisering (PwC), sinds 10 jaar in het bedrijfsleven. Daarnaast ben ik actief in de lokale politiek (PvdA) en probeer ik de PvdA te koersen op een hardere aanpak van belastingontwijking.

Brexit en belastingontwijking: een stap vooruit of achteruit?

Of het Verenigd Koninkrijk zich na de Brexit ontwikkelt tot een belastingparadijs valt nog te bezien

De gevolgen van het Brexit, zoals omschreven in de bijdrage van Indra Römgens van 1 juli op Joop, zijn wat betreft de strijd tegen belastingontwijking wellicht te overzien. Op een aantal punten ben ik het niet met haar eens.

cc-foto: Phillip Ingham
cc-foto: Phillip Ingham

Waar ik het met Römgens eens ben is dat belastingontwijking alleen kan worden bestreden door verregaande samenwerking tussen overheden en internationale coördinatie van de leidende principes waarop belasting wordt geheven van multinationals. Multinationals maken veelvuldig gebruik van zogenaamde ‘belasting arbitrage’. Daarmee proberen multinationals belastingstelsels van twee, of meer, overheden zo tegen elkaar uit te spelen dat het leidt tot de niet-betaling van belasting of zelfs tot een dubbele aftrek van kosten (een ‘double dip’). Verder is het nogal cynisch dat de EU belastingontwijking binnen de EU zwaarder aanpakt, maar dat het mogelijk blijft om belastingontwijking buiten de EU gewoon voort te zetten. Ontwikkelingslanden hebben weinig aan ‘interne gedragsregels’ wanneer hun belastingbasis blijvend geërodeerd kan worden door Europese multinationals. In dat opzicht kan ik mij vinden in haar stelling dat de eerste stappen die de EU zet om belastingontwijking tegen te gaan teleurstellend zijn, maar het zijn desalniettemin de eerste stappen in een goede richting.

Maar de Brexit, en daarvan als gevolg de mogelijke verhuizing van Britse bedrijven naar het continent, leidt er wel toe dat deze bedrijven onder de reikwijdte van de Europese anti-belastingontwijking richtlijn zullen blijven vallen. Daarnaast zullen deze bedrijven ook onder het toeziend oog blijven vallen van de Europese Commissie die, aangespoord door de (terechte) maatschappelijke verontwaardiging over belastingontwijking, het instrument van de staatssteun procedure heeft aangegrepen om al te gortige ‘sweetheart’ rulings aan de kaak te stellen omdat zij verstorend voor de concurrentieverhoudingen zijn en, dus, de interne markt.

Nu het Verenigd Koninkrijk op termijn uit de EU zal gaan treden, zijn de bovengenoemde eerste stappen die gezet worden door de EU landen straks niet meer van toepassing op Britse bedrijven. Voorstanders van een hardere aanpak van belastingontwijking zouden op het eerste gezicht blij moeten zijn dat Britse bedrijven naar Nederland, of in ieder geval naar de EU, willen verhuizen. Of het Verenigd Koninkrijk zich na de Brexit ontwikkelt tot een belastingparadijs valt nog te bezien, aangezien het Verenigd Koninkrijk zich ook heeft gecommitteerd aan de nieuwe regels van de OESO op het gebied van belastingontwijking. Een mogelijk substantieel lager Brits winstbelastingtarief van 10% is geen goed teken. Maar dat is alleen de helft van het verhaal: men zal moeten afwachten of de Britse overheid niet de ‘grondslag’ waarover belasting moet worden betaald gaat verbreden om een dergelijke tarief reductie te compenseren.

Ik denk daarbij echter dat Römgens overschat in hoeverre het ‘fiscale klimaat’ een rol speelt wanneer bedrijven voor het besluit staan om zich al dan niet in een ander land te vestigen. Zo zullen bijvoorbeeld de infrastructuur, een goed opgeleide beroepsbevolking, een stabiel arbeidsklimaat en het rechtsstelsel voor multinationals ook een rol spelen. Bovendien, als de verwachting zal zijn dat het fiscale klimaat van het Verenigd Koninkrijk richting het ‘paradijselijke’ koerst, zoals Römgens stelt, dan is het juist niet logisch dat vele Britse bedrijven er voor kiezen om het Verenigd Koninkrijk te verlaten. Mijn inschatting: blijvende toegang tot de interne markt speelt waarschijnlijk een grotere rol dan fiscale motieven.

Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat de fiscale stelsels in de EU al jaren een ontwikkeling doormaken die is te omschrijven als een ‘race to the bottom’. Overheden concurreren met belastingen om zo investeringen en bedrijvigheid aan te trekken. En het Verenigd Koninkrijk heeft, naast een aantal recent ingevoerde anti-misbruik wetgeving (denk aan de ‘diverted profits tax’), zeer zeker ook fiscale speeltjes opgetuigd. Te denken valt aan een gunstig regime voor dividenden en een zogenaamde ‘octrooibox’, die een gunstig regime voor R&D kosten.

Of de Brexit gaat leiden tot verdere belastingconcurrentie moet daarom worden afgewacht. Maar wanneer Britse bedrijven de oversteek maken naar de EU kan dat, ook vanuit het perspectief van de bestrijding van belastingontwijking, alleen maar worden toegejuicht.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)