885
34

Econoom

David Hollanders (1978) doceert finance aan de Universiteit van Tilburg

Burger draait weer op voor de banken

Het wordt steeds duidelijker dat we voor de euro een hoge prijs betalen: de Verenigde Staten van Europa

In televisieprogramma Buitenhof van 15 mei mocht een direct belanghebbende, de bankier Piet Moerland, grootcrediteur van Griekenland, uitgebreid uitleggen waarom zonder steun aan de Grieken ‘een tsunami’ zou dreigen.

Dit artikel is mede-geschreven door Thierry Baudet. Baudet is docent aan de Universiteit Leiden en schrijft een proefschrift over nationale soevereiniteit. David Hollanders is docent economie aan de TU Delft en promoveert binnenkort op vergrijzing en pensioenen.

Wat er werkelijk dreigt, is een tweede massale reddingsoperatie van de banken ten koste van de belastingbetaler, en – om de monetaire unie voor de toekomst te behouden – een geleidelijke, maar onstuitbare Europese politieke eenwording.

Het Europese noodfonds heeft Griekenland inmiddels voor 110 miljard aan leningen toegezegd. De Europese Centrale Bank heeft daar bovenop nog eens vele tientallen miljarden aan Griekse staatsobligaties afgenomen of die staatsobligaties geaccepteerd als onderpand voor leningen aan banken.

Terwijl Jan Kees de Jager zegt dat het geld dat wij nu aan Griekenland overmaken, bij degelijk beleid absoluut terugkomt, schrijft topeconoom Willem Buiter dat Griekenland ‘manifestly insolvent’ is. Het merendeel van de Nederlandse, Duitse, Britse, Deense en Finse bevolking – toch niet geheel onbelangrijk in een democratie – heeft ook weinig vertrouwen in de Griekse solvabiliteit.

En terecht. Want Griekenland heeft een staatsschuld van 140 procent van het bnp. Dat is bijna 250 procent boven de norm van het Stabiliteitspact (60 procent); en het is ook ruim boven de ‘magische’ grens van 90 procent, dikwijls als point of no return aangeduid. De schuld is inmiddels zo groot, dat alleen al 6 procent van het bnp opgaat aan betaling van rente over de schulden. Ter vergelijking: de als zeer heftig ervaren bezuinigingen die Nederland op dit moment doorvoert, bedragen 3 procent, verdeeld over 4 jaar. Met het betalen van die 6 procent rente wordt bovendien nog geen enkele aflossing van de schuld gerealiseerd. (Dit jaar heeft Griekenland een verwacht financieringstekort van 10 procent, waarmee de schuld alleen nog maar verder stijgt.)

Portugal en Ierland staan er weliswaar relatief beter voor, maar lijken even terminaal ziek. Buiter stelt dat Portugal ‘quietly insolvent’ is en Ierland ‘at material risk of default’. Spanje, dat voor meer dan 80 miljard geïnvesteerd heeft in Portugal, zal het na een mogelijk failliet van Portugal ook niet lang meer kunnen volhouden. Het enige dat deze landen nog kan redden, is een decen- nialange groei, van meer dan 5 procent voor Portugal, en meer dan 7 procent voor Griekenland. Het is realistischer om in je businessplan het winnen van de loterij op te nemen. Het enige dat we dus doen door Griekenland opnieuw geld te lenen is tijd rekken. Waarvoor?

Eén van de redenen ligt voor de hand: de schuldeisers van de probleemlanden zijn Europese banken – mensen zoals Piet Moerland. Bankiers hebben de kredietwaardigheid van de PIGS-landen spectaculair overschat (en zichzelf een megabonus uitgekeerd op basis van die verkeerde inschatting). Met het geleende geld kunnen deze Noord-Europese banken worden gered – reeds voor de tweede keer dus, zij het dit keer indirect via steun aan de PIGS-landen, die dat geld weer aan de Noord-Europese banken geven. Zo verplaatsen zich de schulden van de banken naar de lidstaten en de ECB. Tegen de tijd dat Griekenland failliet gaat, zijn de banken en hun bonusbankiers gered, en zal de belastingbetaler – die toch wel betaalt – ervoor opdraaien.

Niettemin krijgt ook de eurozone als geheel nog altijd een flinke economische dreun. Met bijna 10 procent van de totale eurobegroting leggen de PIGS-landen een behoorlijk gewicht in de schaal. Of deze landen straks hun eigen munt terug zullen nemen, of met een schone lei en mooie beloftes opnieuw zullen beginnen, één les hebben ze in Brussel wel geleerd: een monetaire unie is onmogelijk zonder politieke unie. Om crises zoals deze in de toekomst te voorkomen, zal, zoals ook hoogleraar Harrie Verbon schreef (O&D, 16 mei), een krachtige ‘federale instantie’ nodig worden geacht om budgettaire discipline af te dwingen.

Zo gaan we langzaam naar een Verenigde Staten van Europa toe. Maar willen we dat wel? Als dat de prijs is voor een gezamenlijke munt, is die prijs misschien te hoog.

Bron: Willem Buiter e.a., Global Economics View, ‘The Debt of Nations’, (2011), Citigroup.

Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant.

Geef een reactie

Laatste reacties (34)