8.200
24

Oprichter House of Animals en Animals Today

Karen Soeters is hoofdredacteur van animalstoday.nl en werd in augustus 2007 benoemd tot directeur van de Nicolaas G. Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren. Zij was projectleider van de veelbesproken klimaatfilm ‘Meat the Truth’, verantwoordelijk voor daarop volgende documentaire ‘Sea the Truth’ en een van de makers van een visueel document over onverdoofd ritueel slachten.
Naast deze activiteiten is ze werkzaam als docent mediapsychologie aan de Hogeschool van Amsterdam bij het Instituut voor Media en informatiemanagement en is Karen bestuurslid bij de Nederlandse Vegetariërsbond en bij Bont voor Dieren.
Tijdens haar studie communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam heeft ze naast beleidsstudies en publieksstudies ook recht en politicologie als verdieping gevolgd. Karen Soeters volgt de problematiek met betrekking tot dierenwelzijn en milieu al zo lang als zij zich kan herinneren. Na haar studie is Soeters werkzaam geweest als onderzoeker voor onder andere een internationaal onderzoeksbureau in New York. Daarnaast is ze als consultant voor verschillende organisaties actief geweest.

Carola Schouten, waarom kent u de wet niet?

Open brief over dikbillen aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

cc-foto: Roel Wijnants

Geachte mevrouw Schouten,

In uw brief aan de Tweede Kamer schrijft u dat een fok – of houdverbod voor dikbillen wettelijk niet mogelijk zou zijn. In dezelfde brief legt u uit dat een traject was gestart in 2014 om natuurlijke geboorte bij dikbillen weer mogelijk te maken. Wageningen UR heeft geconstateerd dat genetische selectie op specifieke kenmerken tijd kost en 3 jaar te kort is om de beoogde genetische vooruitgang te halen. Het draagvlak onder fokkers van luxe vleesvee was wel duidelijk versterkt.

Ik begrijp echt dat u omkomt in het werk en dat het voor een minister onmogelijk is om van elk onderwerp alle details te kennen. Daar hebt u uw ambtenaren voor. Maar, en dat is eigenlijk de reden dat ik u deze brief schrijf, dat ontslaat u niet van uw plicht als minister om naast het belang van een select groepje fokkers, ook het belang te dienen van de overige burgers en niet te vergeten de dieren in Nederland.

Door te stellen dat een fok- en houdverbod wettelijk niet mogelijk zou zijn, maakt u wel duidelijk dat u alleen het belang van het selecte groepje fokkers en houders van dikbillen dient en niet het belang van deze dieren.

Fokverbod dikbillen kan wél
Mogelijk dat uw ambtenaren u verkeerd hebben voorgelicht maar een fokverbod is namelijk wel wettelijk te regelen. De basis hiervoor is al enige tijd gelegd in de Wet Dieren. Ik verwijs u hiervoor naar artikel 2.6, 2e lid onder a, 1e bolletje waarin is aangegeven dat via een Algemene Maatregel van Bestuur een verbod op het fokken, of het voor de fok gebruiken, mogelijk is van dieren die beschikken over een uiterlijk kenmerk dat de gezondheid of welzijn van het dier of de nakomelingen van het dier kan aantasten.

Het bewust erin fokken van een bepaalde spiermassa, zonder een hierbij passend skelet waardoor de dieren in ieder geval nauwelijks meer kunnen lopen en niet natuurlijk kunnen voortplanten, is daarmee een kenmerk dat de gezondheid of welzijn van het dier of de nakomelingen van het dier kan aantasten. En dus kan een fokverbod wel degelijk wettelijk geregeld worden.

Dat het project BNL vorderingen heeft gemaakt en dat het draagvlak aan het toenemen is, klinkt erg leuk maar de werkelijkheid is natuurlijk het tegenovergestelde en verschilt eigenlijk niets met dat van de kortsnuitige honden. Ook hier is de fokkerij volledig doorgeslagen en alleen door wetgeving lijkt er nu aan dit idiote intrinsieke waarde en integriteit aantastende gedrag een einde te komen.

Zonder wetgeving zal er binnen de dikbilfokkerij niets veranderen. De hondenfokkerij heeft natuurlijk een goed voorbeeld gegeven. Zo blijven de deelnemers verzekerd van nog vele jaren extra gegenereerd inkomen (lees: ons belastinggeld). Ook Wageningen UR zal zijn uiterste best blijven doen om steeds tegen het einde aan te tonen dat er zeker vorderingen zijn gemaakt maar dat het toch wel erg lastig is en dat er zeker nog meer onderzoek gedaan moet worden. En dan te eindigen met: “Maar het draagvlak is wel weer toegenomen”.

U bent als minister verantwoordelijk voor het beleid en u kunt binnen het wettelijk kader beslissen of u ergens wel of niet een einde aan wilt maken. Het is hierbij echter wel van belang dat uw beslissing gebaseerd is op de juiste informatie want alleen dan kunt u een afgewogen besluit nemen waarbij ook expliciet het belang van het dier is meegenomen, zoals de Wet Dieren ook van u eist.

In het geval van de dikbilfokkerij is dit niet gebeurd. Mocht ik dat verkeerd zien, dan laat ik me graag overtuigen. Maar dan zult u moeten kunnen aantonen dat het welzijn van de dieren helemaal niet in het geding is of dat het houden en fokken van een dikbil noodzakelijk is. Iets zegt me dat u dat niet gaat lukken. Sterker, stiekem wil ik u nu al verklappen dat u dat niet gaat lukken.

Ik wens u veel wijsheid en met name onafhankelijke deskundige adviseurs toe, want daar blijkt wederom een enorm gebrek aan te zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (24)