2.235
42

Tweede Kamer fractievoozitter Partij voor de Dieren

Esther Ouwehand (1976, Katwijk) werd op 30 november 2006 beëdigd als Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. Na een carrière in de marketing van jongerentijdschriften bij Sanoma Uitgevers is zij sinds oktober 2002 betrokken bij de PvdD, waar zij in 2004 coördinator werd van het partijbureau. In die functie heeft zij gewerkt aan de opbouw van de partijorganisatie.

CETA verdient geen geitenpaadjes of inlegvellen

De weerstand van boeren tegen vrijhandelsverdragen is logisch. Nederlandse boeren worden blootgesteld aan concurrentie met landen die lagere standaarden hanteren.

cc-foto: European External Action Service

De Nederlandse Staten-Generaal staat op het punt om CETA, het vrijhandelsverdrag met Canada, weg te stemmen. Dat kan voor het einde van dit jaar al gebeuren. De volledige oppositie is tegen het vrijhandelsverdrag dat Nederlandse boeren slachtoffer maakt van handelsbelangen die niet hun belangen zijn. Coalitiepartij ChristenUnie was, voordat zij tot de regering toetrad, ook faliekant tegen CETA. Als de ChristenUnie deze lijn voortzet, betekent dat dat er een meerderheid van 79 Kamerleden tegen de Ratificatiewet zal stemmen.

De verwachting is dat de ChristenUnie gedwongen zal worden met de coalitie mee te stemmen. Steun in de Eerste Kamer lijkt echter een onneembare horde. De coalitie heeft daar slechts 32 van de benodigde 38 zetels. Zelfs kleinere fracties kunnen en zullen de regering naar verwachting niet aan een meerderheid kunnen helpen.

Omdat het om grote financiële belangen gaat worden nu grote aantallen lobbyisten en zelfbenoemde wetenschappers in stelling gebracht die beweren dat de Kamer het recht niet zou hebben om CETA te kunnen verwerpen. Rob de Wijk van instituut Clingendael stelde in Trouw dat de Kamer nu niet meer tegen zou kunnen stemmen, omdat het om een uitonderhandeld verdrag gaat. Emeritus hoogleraar Pieter Jan Kuijer schreef in De Volkskrant dat verwerping van het verdrag “kan leiden tot een ernstige constitutionele crisis in de EU en een directe botsing tussen het Nederlandse en het Europese parlement.” Ook econoom Mathijs Bouman beweerde in het FD: Nederland moet niet zo moeilijk doen en gewoon bij het kruisje tekenen.

De voldongen-feit-denkers zitten er faliekant naast. CETA is slechts voorwaardelijk in werking getreden en ligt op dit moment, geheel volgens de afspraken die bij het afstaan van bevoegdheden aan de EU ooit gemaakt zijn, niet voor niets voor bij het Nederlands parlement om goedgekeurd dan wel verworpen te worden. Er is bedongen dat de nationale EU-parlementen over bepaalde handelsverdragen altijd het laatste woord hebben. Dit geldt voor het verdrag met Canada, maar bijvoorbeeld ook voor de handelsverdragen met Vietnam en het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur. Voorstanders van vrijhandelsverdragen kunnen weten dat, en vertalen hun onvrede daarover in het denken in onmogelijkheden.

Botsen
Gelukkig krijgen Nederlandse parlementariërs deze week de kans om onheilsprofeten rond CETA grondig aan de tand te voelen. Op woensdagochtend vindt in de Kamer, op initiatief van de Partij voor de Dieren, een openbare hoorzitting over CETA plaats waar voor- en tegenstanders van het verdrag en hun interpretatie over de mogelijkheid tot parlementaire controle gehoord zullen worden. Ook verschillende boerenorganisaties zullen hun zorgen kenbaar maken. En dat is absoluut noodzakelijk. Het Europese handelsbeleid, waar de Europese Commissie het voortouw in heeft, en de lidstaten het laatste woord, botst met nationaal Nederlands beleid, onder meer op het gebied van de landbouw.

Het landbouwbeleid van minister Schouten is gestoeld op het kringlooplandbouw-principe. Dat betekent dat zowel de grondstoffen voor, als de rest- en eindproducten van de landbouw, onderdeel moeten worden van een regionale kringloop. Veevoer wordt met behulp van ‘regionale’ mest regionaal geteeld, en ook de eindproducten worden vervolgens op de regionale markt afgezet.

Het handelsbeleid van de Europese Commissie bewerkstelligt precies het tegenovergestelde. Door het afschaffen van handelstarieven op landbouwproducten ontstaat er sluipenderwijs één grote wereldmarkt voor die producten, waarbij Nederlandse agrariërs worden gedwongen op basis van kostprijs met agrariërs overal ter wereld te concurreren. Van een lokale kringloop is dan geen sprake. In het geval van Canada zal dat onder meer betekenen dat er meer varkensvlees vanuit Canada zal worden geïmporteerd en dat zuivel de omgekeerde weg zal afleggen.

Oneerlijk
De weerstand van boeren tegen vrijhandelsverdragen is logisch. Nederlandse boeren worden blootgesteld aan concurrentie met landen die lagere standaarden hanteren. Zo kent Canada nauwelijks dierenwelzijnswetgeving en zijn veel dierenwelzijnsstandaarden gebaseerd op vrijwilligheid. Op dit gebied heeft Canada het niveau van een ontwikkelingsland. Neonicotionoiden kunnen kwistig rondgesproeid worden in Canada, waar Nederland boeren het gebruik van dergelijke verdelgingsmiddelen terecht aan banden gelegd zien worden.

Boeren zijn niet alleen boos over deze oneerlijke concurrentie, maar keren zich ook tegen het inconsistente overheidsbeleid. Enerzijds geeft minister Schouten in haar officiële landbouwvisie aan dat ze naar kringlooplandbouw toe wil, anderzijds bewerkstelligt minister Kaag van Buitenlandse Handel dat kringlooplandbouw onmogelijk gemaakt wordt voor Nederlandse boeren omdat er geen gelijk speelveld meer is binnen hun afzetmarkt. D66-minister Kaag is binnen deze regering de felste verdediger van de Europese vrijhandelsverdragen en ze ondermijnt daarmee het beleid van haar collega Schouten. Dat creëert grote onzekerheid bij boeren, van wie er nu al 5 tot 7 per dag moeten stoppen met hun bedrijf. Coalitiepartij D66 zal moeten kiezen: of kringlooplandbouw, of vrijhandelsverdragen. Het een sluit het ander uit.

Tanden
De pleitbezorgers van CETA zullen bij de hoorzitting met de Kamerleden ongetwijfeld hun smeekbede herhalen om af te zien van het recht op het laatste woord over CETA. ’t Is gouden handel in termen van geld, maar tegelijk het offeren van alles wat weerloos is op het altaar van de economie. EU-lidstaten behoren de bevoegdheden op het gebied van de vrijhandelsverdragen ten volle te benutten en ze zeker niet af te staan aan de EU.

Nederland kan inmiddels trots zijn op een nationaal parlement dat in meerderheid haar tanden laat zien, zij aan zij met de boeren die het verdrag verwerpen, en zich verraden voelen door LTO Nederland dat zwijgt in alle talen terwijl de Europese koepel van boerenorganisaties het verdrag afwijst. Maar tanden laten zien is niet genoeg, bij een kabinet dat wordt aangevoerd door een minister-president die zich inmiddels tot de Houdini van de geitenpaadjes en muizengaatjes heeft ontwikkeld. Zo heeft hij bij het Oekraïneverdrag Nederlandse pluimveehouders uitgeleverd aan de Oekraïense plofkipindustrie dat Nederlandse boeren op zeer oneerlijke wijze beconcurreert, gefinancierd door nota bene Nederlandse handelsbanken en kredietverzekeraars.

Tanden laten zien is goed, maar we zullen nu door moeten bijten. In het belang van boeren, burgers, buitenlui, dieren, natuur en milieu.

Geef een reactie

Laatste reacties (42)