Laatste update 01 november 2016, 12:11
17.069
83

Freelance wetenschapsjournalist


Asha ten Broeke (1983) is freelance wetenschapsjournalist en columnist bij dagblad Trouw. Ze schrijft over psychologie, en dan met name over man-vrouwverschillen, seks, homoseksualiteit en overgewicht. Haar eerste boek 'Het idee m/v' werd door Vrij Nederland uitgeroepen tot één van de 20 beste non-fictieboeken van 2010. In november 2012 verscheen haar tweede boek, 'Eet mij: de psychologie van eten, diëten en te veel eten' (geschreven met co-auteur Ronald Veldhuizen).

Chantage door meneer agent om vooral geen aangifte te doen

Mag de politie zomaar weigeren om iemand aangifte te laten doen?

cc-foto: Shirley de Jong

Gisteren vroeg ik op Facebook wat je rechten zijn als de politie weigert je aangifte op te nemen, of als agenten daar allerlei rare eisen aan stellen. Ik vroeg dat namens een vrouw die op straat door een man bij haar keel was gegrepen. Die vrouw, dat is mijn moeder. En het incident kreeg nog een erg akelig en intimiderend staartje. Daarom hier nu het hele verhaal.

Vrijdag haalde mijn moeder, zoals elke vrijdag, mijn twee dochters van school. Ze liep met hen richting het station, over een paadje dat langs wat achtertuinen voert. Uit één van die achtertuinen kwam plotseling een hond gerend – een jonge maar flinke labrador – die wild tegen mijn dochters (5 en 9) op begon te springen. Mijn dochters hebben het niet zo op honden, en al helemaal niet op honden die luid blaffend hun poten op hun schouders en hun hoofd zetten, dus ze begonnen te gillen en te huilen. Mijn moeder probeerde de hond weg te trekken, maar hij had geen halsband om, dus dat lukte niet. Het baasje kwam eraan; een witte man van middelbare leeftijd, hooguit een jaar of zestig. Hij maakte geen enkele aanstalten om in te grijpen of zijn hond tot orde te roepen. Mijn moeder maakte zich daar kwaad over. Hij deed niets. Toen zei mijn moeder: ‘Haal die hond bij mijn meiden weg of ik geef hem een schop.’

En toen greep hij haar bij de keel. Met zijn hand om haar keel schudde hij haar heen en weer. Gelukkig wist ze zich los te rukken. Inmiddels was ze woedend, en ze begon de man uit te schelden. Daar werd hij zo bang van dat hij met de hond zijn tuin in vluchtte.

De ouders van een vriendinnetje van mijn jongste dochter hadden alles zien gebeuren en kwamen er meteen op af. Ze vertelden dat zij ook al problemen met dezelfde hond hadden gehad. Mijn moeder wilde alleen maar mijn kinderen zo snel mogelijk bij die man en hond vandaan halen, dus die is vlug naar huis gegaan. Daar belde ze eerst mij, en daarna de Deventer politie.

Het was een raar gesprek, vertelde ze me. De persoon die haar verhaal aanhoorde verweet haar dat ze eerst de meiden veilig naar huis had gebracht. Ze had meteen ter plekke de politie moeten bellen, dan had haar melding meer prioriteit gehad. En ze vertelden haar er meteen bij dat ze niet zomaar aangifte mocht komen doen. Dat mocht alleen als ze zelf een getuige zou meenemen. Ook zeiden ze dat ze haar nog zouden terugbellen over wat er nu zou gebeuren.

Dat deden ze ook, niet veel later. De politie stelde voor dat zij eerst eens met deze man zouden gaan praten over het incident. Ze konden er meteen wel even naartoe gaan. Dat vond mijn moeder een goed idee.

Na het bezoek aan de man die haar bij de keel had gegrepen, belde de politie haar nogmaals op. Ze vertelden hoe het gesprek was verlopen. De man was erg geschrokken van het incident, benadrukten ze. Hij trilde helemaal, en het huilen stond hem nader dan het lachen. Bovendien had hij een heel ander verhaal verteld: volgens hem had hij mijn moeder ‘slechts’ bij de kraag gegrepen, nadat ze een schoppende beweging naar zijn hond had gemaakt.

Wat die man jullie heeft verteld is niet waar, gaf mijn moeder meteen aan. De ouders die getuige waren geweest van het voorval konden dat bevestigen; mijn lief heeft ze opgebeld om ze te vragen wat ze hadden gezien, en ook zij hadden gezien dat de man mijn moeder bij de keel greep – niks kraag.

Ondanks deze vrij gemakkelijk te controleren leugen hadden de agenten het duidelijk met de man te doen. Ze hadden zelfs zo’n medelijden met de man gekregen, dat ze aan de telefoon toegaven dat ze de man tijdens dat gesprek hadden beloofd dat mijn moeder geen aangifte tegen hem zou doen.

Mijn moeder had op dat punt nog niet besloten of ze aangifte wilde doen, en dat zei ze dan ook. Dit ontstemde de politie. Mijn moeder had er immers mee ingestemd dat de politie een gesprek met de man ging hebben; dat betekende volgens de politie dat ze dús geen aangifte meer mocht doen. En bovendien: tenzij ze zichtbaar letsel had, was het toch kansloos. En zelfs als ze aangifte zou doen, kon de politie al beloven dat ze er niets mee ging doen.

Dit was het punt dat ik op Facebook ging vragen wat iemands rechten zijn in zo’n geval. Al vrij snel kwamen mijn Facebookvrienden met links waaruit bleek dat de politie hier helemaal fout zat: ze mogen niet weigeren een aangifte op te nemen als er sprake is van iets dat onder het strafrecht valt. En ze mogen zo’n aangifte ook niet voorwaardelijk maken, bijvoorbeeld door te zeggen dat iemand alleen alleen aangifte mag doen als die persoon zelf een getuige meeneemt naar het bureau.

Mijn moeder was ondertussen nog steeds aan het twijfelen of ze aangifte wilde doen. Ze is namelijk chronisch ziek, en vaak erg moe. Dus weegt ze altijd zorgvuldig af waar ze haar energie aan wil uitgeven.

Die twijfel is vermoedelijk wat de politie er toe heeft aangezet om, gisteren in de namiddag, volkomen onverwachts bij haar op de stoep te staan. Twee agenten, een man en een vrouw, kwamen langs om er nogmaals op aan te dringen dat ze geen aangifte zou doen.

Ze benadrukten nogmaals hoe zielig het incident was geweest voor de man die mijn moeder bij de keel had gegrepen. Ze benadrukten dat het zo’n hardwerkende man was. Hoe overstuur hij was geweest. Dat mijn moeder een strafbaar feit had gepleegd door naar de hond te schoppen. Mijn moeder vertelde dat de politie steeds maar herhaalde wat zij verkeerd had gedaan; naar de hond geschopt (wat ze niet had gedaan), niet meteen gebeld, getwijfeld over de aangifte, en die arme man toch. Alsof ze de dader was, in plaats van het slachtoffer. Niet één keer – niet aan de telefoon, en niet toen ze bij haar thuis waren – vroegen de agenten hoe het met haar ging.

De mannelijke agent was bovendien erg intimiderend. Hij zat op het puntje van de bank, vertelde mijn moeder, en leunde steeds met zijn volle lengte in haar richting, met zijn gezicht net iets te dichtbij de hare. Ondertussen vroeg hij haar telkens wat ze nu dan wel niet dacht te bereiken met een aangifte. En dan gaat hij misschien een week de cel in, wat bereikt u daar mee? En dan krijgt hij een boete van zeshonderd euro, wat bereikt u daar mee? Of dan wordt het een sepootje, wat bereikt u daar mee?

Ook vertelden ze haar, dat als ze nu alsnog aangifte zou willen doen, ze dat in hun systeem zouden zetten. Ze zou dan een soort aantekening krijgen – dat komt bij úw naam, benadrukte de agent. En ze gingen een verslag maken van het gesprek, zo zeiden ze erbij, dat mijn moeder niet mocht inzien, maar dat wel aan haar naam gekoppeld was.

Als klap op de vuurpijl deden ze iets dat mijn moeder eigenlijk alleen maar kon omschrijven als een vorm van chantage. De agent gaf aan dat ze best nog een vervolg aan het incident wilden geven: ze wilden wel met de schooldirecteur van de school gaan praten over de veiligheid in de omgeving van de school, en ze wilden ook de wijkagent vragen om nog eens met de man te praten over zijn gedrag en zijn hond. Maar, zei de politie erbij, dit alles gingen ze alléén doen als mijn moeder nu onmiddellijk ter plekke beloofde dat ze geen aangifte ging doen. Wat ze weigerde.

Mijn moeder vond het optreden vreselijk intimiderend, en dat heeft ze de agenten ook meteen verteld. Ze waren zo intimiderend dat zelfs mijn jongste dochter, een onbevangen meisje dat normaal gesproken altijd vol enthousiasme praatjes maakt met wildvreemde mensen, van angst bij oma op schoot kroop.

Ik ben gister na het bezoek van de politie meteen naar haar toegegaan; ze was behoorlijk overstuur. En ook vandaag heb ik een groot deel van de dag met haar doorgebracht, omdat ze nog steeds van slag was. Ze heeft pijn in haar nek van het incident, en ze had nauwelijks geslapen van de stress. En die stress komt niet eens hoofdzakelijk van die man die haar bij de keel greep, maar vooral van het intimiderende optreden van de Deventer politie.

Inmiddels heb ik, onder andere vanwege mijn eerdere Facebookberichtje, allerlei verhalen gehoord van andere mensen – met name vrouwen – die van de politie geen aangifte mochten doen. Het lijkt erop dat het heel normaal is dat de politie mensen die slachtoffer zijn van een strafbaar feit actief tegenwerkt. Dat vind ik zeer verontrustend. En het maakt me ontzettend kwaad, dat een man mijn moeder bij de keel kan grijpen, dat zijn onopgevoede en onaangelijnde hond mijn dochters kan lastigvallen, en dat de politie dan doet alsof hij het zielige slachtoffer is, en alsof mijn moeder iets verkeerd heeft gedaan.

Mijn moeder heeft nog niet besloten of ze aangifte gaat doen. Ze overweegt wel serieus om een klacht in te dienen. Maar ze is bang voor wat er daarna gebeurt, want een van de eerste stappen in de klachtenprocedure is dat ze om tafel moet met die agenten en nog een derde collega van de politie. Ze vreest dat ze opnieuw geïntimideerd gaat worden, en ze weet niet goed wat dat gepraat over ‘aantekeningen’ bij haar naam betekent. Zouden ze haar nou nog wel helpen, als ze ze ooit nodig heeft? Wat nou als er dan eens iemand inbreekt en ze belt 112? Komen ze dan wel?

Met mijn dochters gaat het goed, al hebben ze nu naast een lichte angst voor honden ook een lichte angst voor politie-agenten.

Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en met toestemming overgenomen van de Facebookpagina van Asha ten Broeke

Geef een reactie

Laatste reacties (83)