1.178
7

Hoogleraar kunst en economie (UVU/ HKU)

Giep Hagoort (1948) is hoogleraar kunst en economie aan de Universiteit Utrecht/HKU. Hij introduceerde in 1992 het begrip Cultureel ondernemerschap. Het is oprichter-dean van de private Amsterdam School of Amsterdam. Zijn nieuwste boek gaat over samenwerkingsverbanden in de culturele sector (Cooperate. The Creative Normal, Eburon 2016). Vanaf 2014 leidt hij ERTNAM, European Research and Training Network on Art Management dat in 2017 lezingen en workshops verzorgde in Cagliari (Italië), Exeter (UK) en Moskou.

Christen in nood, een politiek kerstverhaal

Ze wisselen wat indrukken uit over de relatie met de Kamer en de oppositie waarna de premier tot de kern van het bijpraten komt

De Wijzen uit het Oosten, Bijbelse ets 1885

De woorden beuken nog steeds op hem in.

Elke zin trekt het touw om zijn nek strakker aan. Het feestelijk licht ter ere van het Kindeke, zo nadrukkelijk aanwezig in deze decembermaand, lijkt definitief gedoofd. Het eigen huis, altijd een baken van vrede en hoop, voelt kil en verlaten. Zijn familie volgt zijn aanwijzing zonder tegenspraak op: “laat mij deze avond alleen zijn en vier het kerstfeest gemeenschappelijk met onze broeders en zusters”. Alleen Poezie zal die avond zijn gezelschap zijn. Zijn dierbaren weten van zijn strijd en hopen vurig dat met steun van Hem uiteindelijk de verlossing nabij is. Zelf hapt hij voortdurend naar adem en huivert hij van de mogelijke uitkomst. Waarom wordt zijn gebed niet verhoord om vrede te vinden in zijn hart? Hij bidt toch niet om een steen of een slang?

Hij zit onrustig in zijn rookstoel. Het orgel dat hij zo graag bespeelt, blijft onaangeroerd. Twijfel over zijn politieke rol lijkt zich als een plaag te verspreiden. Als hij zijn ogen sluit doemt opnieuw het hele verhaal op. Een verhaal dat van veel meer betekenis is dan het al dan niet mislukken van een klimaatakkoord. Het verhaal dat in oktober begon en zijn leven gaandeweg geheel in beslag genomen heeft, ook politiek gezien.

De woorden
Zoals altijd treedt Broeder hem met open armen tegemoet. In de overvolle weekagenda stond niet de reden van zijn bezoek op deze zonnige oktoberdag. Maar een ontmoeting met deze broeder is altijd plezierig en goed voor de geest. ‘Wat brengt je vandaag naar Den Haag?’ vraagt hij terwijl beiden een stoel bij het raam nemen in zijn sobere werkkamer vol van boeken, dossiers, rapporten en kamerstukken.

“Ik zal met de deur in huis vallen” start Broeder toch enigszins gespannen en opgewonden het gesprek. “Laat me het hele verhaal vertellen daarna kunnen we een gesprek voeren.” Zijn houding en deze zinnen verrassen hem maar het kan zijn dat hij door de politieke hectiek van de laatste dagen iets gemist heeft. Hij knikt zijn gast vriendelijk toe waarna deze zijn relaas voorzet.

“Je weet dat ik je vanaf het begin van je fractievoorzitterschap gesteund hebt. Onze ChristenPolitiek heeft een leider zoals jij hard nodig. Onze partij zit weer aan de knoppen van een kabinet. Dat heb je heel goed gedaan, mijn complimenten.

Maar er is één voorval waarin je – en ik zeg het zo duidelijk mogelijk – vanuit de ChristenPolitiek ernstig tekort geschoten ben.

We weten beiden dat jij en ik tegen de afschaffing van de GroteBedrijvenBelasting zijn. Je had – meende je – goede argumenten om deze afschaffing te steunen omdat je daardoor enkele ChristenPolitieke wensen binnen het coalitieakkoord  kon realiseren. Maar er zijn grenzen en die heb jij overschreden. Is je machtshonger zo groot geworden dat je de waarachtigheid van een ChristenPolitiek voor een bord linzensoep hebt verkwanseld? Ben je dan Het Woord van Prediker vergeten: Wie geld liefheeft, wordt van geld niet verzadigd?

Ik bedoel dit: op het moment dat een machtig grootbedrijf uiteindelijk de afschaffing bepaalt en een premier hieraan zijn politiek én zijn positie onderschikt maakt, had jij je rug recht moeten houden en moeten eisen dat deze premier zal moeten aftreden.

Dat heb je niet gedaan. Je hebt vergoeilijkt hetgeen niet te vergoeilijken valt. Dat is in strijd met de politieke waarachtigheid zoals beleden in onze ChristenPolitiek. Nu wil ik niet meer van je horen waarom je deze premier toch zal blijven steunen, nee ik wil horen hoe je dit aftreden zal gaan bewerkstelligen. En vergeet niet, ik spreek namens velen partijgenoten die dagelijks als vrijwilligers voor ons op pad gaan. Lees hun emails en appjes: ze gaan je steeds meer zien als deel van de bestuurlijk-economische elite, ze begrijpen je niet meer!”

Hij is met stomheid geslagen. Dit is een boodschap die in stenen tafelen is gebeiteld. Er komt geen gesprek tot stand. Hij stamelt dat hij nog zal terugbellen waarna kort de handen worden geschud. Hij laat het volgende gesprek afzeggen en kijkt zeker een uur lang als verdwaasd naar het Plein. Het lijkt of het standbeeld van Willem van Oranje hem een drinkbeker aanreikt.

Sorry
‘Heb je even?’ De premier wil na het wekelijkse cockpitoverleg even bijpraten. Dat gebeurt vaker. Soms gaat het om een ChristenPolitieke minister die zich iets soepeler zou kunnen opstellen, of over een voorstel van een standvastige staatssecretaris die een beetje zou kunnen bijdraaien. Of over de houding van coalitiegenoten die mogelijk tot ergenis kan leiden.

Hij ervaart dit bijpraten na het gemeenschappelijke cockpitoverleg als belangrijk en het getuigt van vertrouwen in zijn inbreng. Al moet hij erkennen dat hij zich in de dagen na de woorden van Broeder afstandelijker heeft opgesteld. Zou de premier dit gemerkt hebben?

Ze wisselen wat indrukken uit over de relatie met de Kamer en de oppositie waarna de premier tot de kern van het bijpraten komt: “Mijn optreden rond de afschaffing van de GroteBedrijvenBelasting verdient geen schoonheidsprijs. Sorry voor het feit dat ik je hierbij moest betrekken. Ik neem aan dat je blij bent met het uiteindelijke resultaat – jij was immers geen voorstander van afschaffing – en dat het kabinet nu weer stappen verder kan zetten in het verbeteren van het ondernemersklimaat.”

Code Oranje
Zou de premier gehoord hebben van het gesprek met Broeder? Zijn er journalisten die iets vermoeden en dit gecheckt hebben bij het departement van de premier? Hij glimlacht wat zonder een noemenswaardige zin uit te spreken. De woorden van Broeder kan hij zich inmiddels letterlijk voor de geest halen en die voorkomen in dit stadium dat hij een uitdrukkelijk ja of nee kan uitspreken jegens de premier.

Deze situatie is – zo weet hij –  voor de altijd alerte premier voldoende om voor zichzelf Code Rood rond hem in te stellen. En op zo’n moment zet de premier als regel zijn geheime wapen in: “Denk eraan, er komt de komende tijd een serie interessante posten vrij, ook binnen Europa. Met jouw kennis van de islam kun je ver komen. Het zou dus jammer zijn als jij achter het net zou vissen. Laten we verder praten als je nieuwsgierigheid is gewekt. Ik moet nu zelf dringend weg om mijn vlucht naar New York te halen.”

Hij weet het nu zeker: de premier is op de hoogte van zijn vertwijfeling en hij gruwelt van de nare politieke momenten die zich zeker zullen aandienen.

Minder glans
Hij heeft nog steeds geen contact met Broeder gezocht. De woorden waren zo heftig dat hij ze met pijn in zijn hart met zich meedraagt. Zijn creativiteit, waarover hij in overvloed beschikte bij het schrijven van zijn vroege romans, is totaal achter de horizon verdwenen. Het grote verhaal waarover hij zo graag mag spreken, lijkt te zijn verbleekt. En wat erger is: hij put geen kracht meer uit geloof en gebed. De drinkbeker lijkt niet aan hem voorbij te gaan en het beeld van Ezou’s linzensoep laat hem maar niet los.

De afweging – door de afschaffing van de belasting te steunen kunnen enkele ChristenPolitieke programmapunten gerealiseerd worden – krijgt steeds minder glans. Al ergert hij zich aan de media die zijn verhaal over Hoop in de politiek niet voor het voetlicht brengen. Waarom wordt hij bijvoorbeeld nauwelijks publiekelijk gehoord over het bijna-mislukken van het klimaatakkoord, de uitholling van het referendum, de mogelijke afwijzing van het Pact van Marrakesh, het verwachte uitstel van de Brexit tot 2025 of het opkomend cynisme bij grootverdieners en het gebrek aan hoop daarbij?

Onverwacht gesprek
Dan ontvangt hij een appje of hij naar de ministerie van Voedsel wil komen voor een spoedberaad met zijn eigen bewindslieden. Daar aangekomen bemerkt hij dat iedereen al aanwezig is en dat – gezien de sfeer in de kamer – er al enige tijd overleg gaande is. Hij weet dat Broeder goede contacten heeft met enkele bewindslieden maar hij zou toch niet….. Stom dat hij nog geen contact opgenomen heeft, realiseert hij zich nu.

De oudste aanwezige minister neemt het woord al ervaart hij het gaandeweg als een verklaring die opgelezen wordt. “Je weet dat we je waarderen om wat jij bereikt hebt, ook voor ons. We zijn inmiddels een betrouwbare partner in de coalitie. Een positie die ook erkend wordt door de premier.

De laatste tijd krijgen we signalen dat deze positie bedreigd wordt en daarbij wordt openlijk over jouw houding gesproken mede naar aanleiding van de gebeurtenissen rond de GroteBedrijvenBelasting. Ook wij vinden dat de premier geen klare rol heeft gespeeld maar we aanvaarden zijn excuses op dat punt. Iets wat jij nog in overweging hebt genomen, hebben we begrepen.

Je begrijpt dat je nu een grote risicofactor bent geworden. Sorry voor deze kwalificatie. We vragen je de tijd te nemen om ons volgende voorstel te wegen en om tot een beslissing te komen. Ons voorstel is: Je treedt terug als fractievoorzitter en doet op geen enkele manier belastende uitspraken over de positie van de premier inzake de GroteBedrijvenBelasting. Voor jou ligt in het verschiet een hoge functie in de EU waarover we als kabinet inmiddels op het hoogste niveau overeenstemming hebben bereikt. We willen graag dat je uiterlijk 31 december van dit jaar een beslissing neemt. Zo voorkomen we met elkaar een debacle bij de provinciale verkiezingen in maart volgend jaar.”

De aanwezige bewindslieden kijken hem niet aan. De woordvoerder kijkt uit het raam, de ander checkt berichten op haar smartphone en weer een ander bestudeert de foto’s aan de wand.

Het kan niet anders, zo bedenkt hij, of dit is een voorstel dat al van alle kanten is bekeken en waarvoor binnen en buiten het kabinet de nodige steun is verkregen. Ook van zijn eigen fractie?

Hij stamelt bij het verlaten van de kamer nog een paar woorden van dankt voor de openhartigheid. Inwendig is hij door deze gezamenlijkheid en het voorstel totaal uit het lood geslagen en zoekt eerst steun in het gebed.

Uitgeput
In de weken die volgen neemt zijn worsteling steeds ernstiger vormen aan. De direct betrokkenen refereren op geen enkele manier aan hetgeen is voorgevallen en ook voor de fractie is het politics as usual. Hij heeft toch nog contact opgenomen met Broeder maar daarin hield hij zich op de vlakte. Ja, hij heeft over zijn woorden nog nagedacht maar is er nog niet uit wat de juiste keuze is. Het is een wat laffe reactie – bedenkt hij – omdat hij er zich terdege van bewust is dat de woorden van Broeder hard aangekomen zijn. Heeft hij inderdaad voor een bord linzensoep zijn ChristenPolitieke geloofwaardigheid verkwanseld? Moet hij een premier steunen die het landsbelang inwisselt voor het belang van het grootbedrijf?

Maar het zijn nog wat prille gedachten want op een volgend moment lijkt hij toch weer vanuit zijn oorspronkelijke afweging over het water te kunnen lopen. “Afspraak is afspraak” hoort hij zichzelf dan hardop zeggen.

Ook de premier houdt zich, lijkt het, van de domme al zijn er nauwelijks bijpraatsessies meer.

Het geheel heeft hem de laatste maanden enorm uitgeput. Iets wat hem herinnerde aan de slotfase van het schrijfproces rond zijn romans. Om de romanfiguren alsnog aan het einde vorm te geven naar Zijn Beeld heeft het hem bloed, zweet en tranen gekost.

Een droom
Uiteindelijk valt hij op deze kerstavond, weggezakt in zijn rookstoel, in diepe slaap, met aan zijn voeten Poezie die maar niet begrijpt waarom haar voerbakje niet gevuld wordt. In een droom verschijnt een herder die waakt over zijn schapen. De herder ziet hem – wanhopig en in de war – in het heldere maanlicht bij het hek van de stal staan. De herder nodigt hem uit om zich in zijn stal te warmen en wat verse melk te drinken. De herder hoort hem aan als het verhaal in één grote woordenstroom de ruimte vult. Hij heeft het over woorden die beuken, de geloofwaardigheid van de ChristenPolitiek en het wegzakken in een goddeloos opportunisme.

De herder heeft hem aangehoord en vraagt om zijn hoop uit te spreken.

Dan geeft hij aan dat het gaat om het dienstbaar zijn aan de samenleving en aan Hem. De herder maakt duidelijk dat hij zijn hart moet volgen en dat hij alleen daaraan schatplichtig is. Op dat moment springt een lammetje op zijn schoot en wordt hij met een schrik wakker.

Oranje hesjes
Hij weet het nu zeker: Dit is het licht waar hij in zijn duistere worsteling zo naar heeft verlangd. Hij belt de premier en geeft onomwonden aan dat deze niet langer kan rekenen op de steun van zijn partij; het kabinet zal zijn basis in het parlement verliezen. Hij is nu heel beslist: het is over en uit voor de bestuurlijk-economische elite die alleen aan zichzelf denkt. Nieuwe verkiezingen zullen het politieke klimaat moeten zuiveren. Hoezo ‘Beste Nederlanders’?

De premier probeert hem nog tot andere gedachten te brengen – “Heb je wel door dat je je eigen glazen ingooit?” – maar dit alles is tevergeefs.

De mogelijk 3 tot 5 zetels winst liggen overduidelijk in het verschiet!

Kortom: het succes van de ChristenStrijders in oranje hesjes gehuld!

Hij telt weer mee: hij zal worden gezien en gehoord, ook in Buitenhof. De twijfel heeft plaatsgemaakt voor een gevoel van prominentie en waarachtigheid.

In ootmoed vindt hij bemoediging in het Woord voor Jeremia:
Ga op de kruispunten staan, denk na,
kijk naar de oude wegen.
Welke weg leidt naar het goede?
Sla die in, en vind rust.

De verlossing
Hij voelt zich enorm opgelucht en bevrijd. Op het orgel speelt hij spontaan enkele akkoorden van het Gloria. De fractie zal hem zeker volgen. Zoals dat het geval was bij het zwartepieten-debat. Ook toen heeft hij een standpunt geheel alleen en los van de inbreng van anderen willen formuleren op basis van ChristenPolitieke verdraagzaamheid.

Hij mailt nog snel in dankbaarheid een kerstwens naar Broeder, vult het voerbakje van Poezie met tonijn, knoopt zijn jas dicht, trekt zijn muts strak over zijn oren en vertrekt naar de kerstviering van zijn dierbaren. Hij geniet van de vrieskou, de eerste sneeuwvlokken veegt hij uit zijn betraande ogen.

De kaarsen zijn ontstoken. Hij komt net op tijd om met hernieuwde kracht de beginregels van het overbekende kerstlied mee te zingen:

Stille nacht, heilige nacht.
Davids Zoon, lang verwacht.

Alle overeenkomsten met bestaande personen berusten op louter toeval.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)