513
15

medewerker IKV Pax Christi

Roos Boer is afgestudeerd in Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is sinds 2007 werkzaam voor IKV Pax Christi; eerst als beleidsmedewerker Veiligheid en Ontwapening, nu als programmaleider Clustermunitie. Namens IKV Pax Christi is zij nauw betrokken geweest bij de succesvolle campagne tegen clustermunitie in Nederland. Als lid van de stuurgroep van de Internationale Cluster Munitie Coalitie werkte zij bovendien aan de totstandkoming van het Internationale Verdrag tegen Clustermunitie dat op 1 augustus 2010 in werking trad.

Clusterbommen zijn onaanvaardbaar. Toch?

Nederland is tegen clustermunitie. Daarvoor is een verdrag ondertekend. Maar omdat de VS, China en Rusland de druk opvoeren, zou Nederland zomaar terug kunnen krabbelen en bepaalde clusterbommen alsnog toestaan

Nederland heeft het Clustermunitieverdrag ondertekend en pleit daarmee voor een totaalverbod op clustermunitie. Maar een aantal landen, waaronder de VS en Rusland vinden dat veel te ver gaan. Nederland dreigt onder die druk te bezwijken en bepaalde clustermunitie alsnog toe te staan

Met het ondertekenen van de Conventie over Clustermunitie (kortweg Clustermunitieverdrag) dat in 2010 in werking is getreden, heeft Nederland zich als één van de 111 ondertekenaars gecommitteerd aan een totaalverbod op clustermunitie.  Een aantal landen, waaronder de VS, Rusland, Israël, China en India, zijn geen lid van dit verdrag. Zij zien geen heil in een totaalverbod en oefenen nu grote internationale druk uit om een nieuw verdrag tot stand te brengen dat veel minder vergaand is dan het Clustermunitieverdrag, en dat het gebruik van vele soorten clustermunitie zelfs toestaat.

De VN-onderhandelingen over dit protocol van de zogeheten Conventie over Bepaalde Conventionele Wapens (CCW) beginnen maandag 14 november in Genève. De kans is zeer groot dat Nederland onder druk van de VS zijn medewerking zal verlenen aan het tot stand komen van het protocol.

De grote drijfveer achter het Clustermunitieverdrag uit 2010 was het humanitair leed dat dit wapen veroorzaakt. Clusterbommen bestaan uit grotere hulzen met daarin meerdere kleine bommen (submunities) die zich over een groot oppervlakte verspreiden, soms wel tot een aantal voetbalvelden groot. Deze blijven vaak als een soort landmijn liggen en kunnen tot tientallen jaren later nog slachtoffers maken. Minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal legde het tijdens het ratificatiedebat over het Clustermunitieverdrag in de Eerste Kamer nog eens uit: “We hoeven niet onder stoelen of banken te steken dat clustermunitie zelfs jaren na inzet nog elke dag veel leed veroorzaakt, veelal bij onschuldige burgers en kinderen.‌ Dat is totaal onaanvaardbaar.”

Het voorgestelde nieuwe protocol staat echter het gebruik van clustermunitie met een faalratio  van 1% of minder toe. Dat betekent dat het als aanvaardbaar wordt geacht als 1% van de gebruikte submunities niet ontploft. Ervaring leert echter dat de feitelijke faalratio’s in gevechtssituaties vaak vele malen hoger uitvallen dan testen van producenten onder ideale omstandigheden. Los hiervan kan ook clustermunitie met een faalratio van 1% grote aantallen van niet-ontplofte submunities achterlaten. Als er bijvoorbeeld 100 clusterbommen  met elk 30 submunities worden afgeworpen, betekent dit dat er 30 onontplofte submunities zouden mogen blijven liggen waar elk moment iemand op kan gaan staan, ook lang nadat een conflict beëindigd is.  Is dat aanvaardbaar?

Bovendien verbiedt de ontwerptekst alleen clustermunitie die vóór 1980 geproduceerd is. Oude en onbruikbare clusterbommen worden dus verboden, terwijl clusterbommen die na 1980 zijn geproduceerd volledig legitiem zouden zijn om te gebruiken. Ter illustratie: in alle gevallen sinds 2008 waar clustermunitie is ingezet, zaten clusterbommen die zijn  geproduceerd na 1980. Dus ook die clusterbommen die bijvoorbeeld Nederland gebruikt heeft in Servië en die Nederland nu aan het vernietigen is, zouden volgens dit nieuwe protocol aanvaardbaar zijn.

Als Nederland clustermunitie ‘totaal onaanvaardbaar’ vindt, hoe is het dan mogelijk dat wij in Genève de komende weken onderhandelen over een veel zwakker verdrag, terwijl we net met elkaar zo’n mooi clustermunitie verdrag voor elkaar hebben gebokst?

Het zou bovendien voor het eerst in de geschiedenis van het internationaal humanitair recht zijn dat er na de totstandkoming van een internationale norm, een tweede internationale norm gecreëerd wordt die minder verstrekkend is dan de heersende norm. Je moet er toch niet aan denken dat na het Verdrag tegen Martelen er een nieuw verdrag wordt aangenomen dat stelt dat martelen inderdaad heel erg is, behalve als het gebeurt met martelwerktuigen die na 1980 geproduceerd zijn?

 

Een vaak gehoord argument om de discussies überhaupt voor te zetten binnen de CCW is “iets is beter dan niets”. Dit is ook de insteek van Nederland, gezien de antwoorden van minister Rosenthal van 8 november j.l. op Kamervragen over de rol van Nederland in dit proces. De argumentatie die wordt gevolgd is dat voor landen die om militair-strategische redenen vooralsnog geen lid willen worden van het Clustermunitieverdrag, een nieuw protocol – hoewel minder vergaand – juridisch toch “een stap vooruit ten opzichte van de huidige situatie” betekent. De gedachtegang dat grote staten met voorraden clustermunitie zich dan tenminste aan een paar restricties zullen verbinden, klinkt aantrekkelijk maar houdt geen stand. Waar nu op grond van het Clustermunitieverdrag  gebruik van clustermunitie scherp veroordeeld wordt door staten en burgers, zou dat stigma met een nieuw juridisch instrument verdwijnen. Bovendien is Nederland als verdragspartij bij het Clustermunitieverdrag verplicht om andere landen aan te moedigen lid te worden bij de conventie en het gebruik van clustermunitie te ontmoedigen.

Landen die (nog) niet bereid zijn het Clustermunitieverdrag te ondertekenen kunnen op nationaal niveau stappen nemen om het gebruik van clustermunitie uit te bannen. Een gezamenlijke politieke declaratie kan deze voornemens bovendien internationaal cachet geven, en zou een lovenswaardige uitkomst zijn van de onderhandelingen binnen de CCW. Een nieuw internationaal juridisch bindend protocol echter zal het gebruik van clustermunitie  religitimeren en schept een mogelijk zeer schadelijk presidium binnen het internationaal humanitair recht.  Dat kan en mag voor Nederland niet anders dan onaanvaardbaar zijn.

Roos Boer en Miriam Struyk zijn bestuursleden van de internationale Cluster Munitie Coalitie en werkzaam voor vredesorganisatie IKV Pax Christi.

Mis niets: Volg Joop op Twitter, vind Joop leuk op Facebook

Geef een reactie

Laatste reacties (15)