1.291
15

Hoogleraar kunst en economie (UVU/ HKU)

Giep Hagoort (1948) is hoogleraar kunst en economie aan de Universiteit Utrecht/HKU. Hij introduceerde in 1992 het begrip Cultureel ondernemerschap. Het is oprichter-dean van de private Amsterdam School of Amsterdam. Zijn nieuwste boek gaat over samenwerkingsverbanden in de culturele sector (Cooperate. The Creative Normal, Eburon 2016). Vanaf 2014 leidt hij ERTNAM, European Research and Training Network on Art Management dat in 2017 lezingen en workshops verzorgde in Cagliari (Italië), Exeter (UK) en Moskou.

Coalitieakkoorden 2018 vier grote steden: geringe aandacht voor de slimme stad

Als de gemeenteraden niet worden wakker geschud dan blijft de slimme stad het speeltje van grote techbedrijven

De coalitieakkoorden die gesloten zijn in de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht schieten te kort in de aandacht voor hun groei als slimme stad. Tot deze conclusie kom ik als programmeur van het Kennisfestival Utrecht Creatieve en Sociale Slimme Stad van 21, 22, 23 juni 2018, na analyse van de vier akkoorden.

De slimme stad is een technologisch concept dat omarmd is door stedelijke beleidsmakers. Slimme lantaarnpalen moeten het bestuur waarschuwen voor ongeregeldheden, en de verzameling persoonsgegevens moet leiden tot het ontdekken van wijken met gezinnen met grote schulden. Op zo’n manier dat het gemeentebestuur betere besluiten kan nemen en voorzieningen gerichter kunnen worden ingezet. Dat is althans de theorie. In de praktijk verzamelen op winstgerichte grote techbedrijven persoonlijke gegevens, wisselen deze uit en weet het gemiddelde gemeenteraadslid niet waar in de stad camera’s, sensoren en wifitracking geplaatst zijn. Uit mijn eigen onderzoek kwam naar voren dat er in de stationshal van Utrecht – volgens opgave van de NS zelf – 462 camera’s de reizigers en passanten in de gaten houden.

steden
cc-foto: Pixabay

Een gemeentelijk coalitieakkoord is bij uitstek een instrument om op democratisch niveau richting te geven aan de eigen ontwikkeling als slimme stad. Grote belangen staan daarbij op het spel: privacybescherming, terugdringen van invloed Big Data bedrijven, ruimte bieden aan de eigen bevolking om op verantwoorde manier omgaan met technologische communicatie (bijvoorbeeld op e-platforms).

De vier bestudeerde coalitieakkoorden hebben niet of nauwelijks aandacht voor de politieke regie en voor de wijze hoe de stedelijke democratie kan omgaan met de slimme stad.

Enkele uitkomsten zijn:

• Hoewel de slimme stad zich uitspreidt over alle sectoren van het beleid (van veiligheid tot zorg, cultuur en mobiliteit) wordt hier niet of nauwelijks gewag van gemaakt. Het lijkt bij toeval als de onderhandelaars het begrip ‘slim’ noemen. Met uitzondering van het Rotterdamse akkoord dat oog heeft voor technologie in vele sectoren Maar bij deze stad, zoals ook bij Utrecht het geval is, heeft het geen aparte paragraaf over ‘digitalisering’ of ‘de slimme (digitale) stad gekregen.

• De bewonersinitiatieven komen in drie coalitieakkoorden (Rotterdam, Den Haag en Utrecht) niet aan bod. In Amsterdam wordt gepleit voor lokale initiatieven als alternatief voor de macht van de monopolisten op datagebied. Amsterdam is ook de enige stad die zich uitspreekt voor het maken van een digitale agenda.

• Heel opvallend. De steden Amsterdam en Den Haag wijzen een wethouder aan als portefeuillehouder (digitalisering, digitale stad, etc.). De steden Rotterdam en Utrecht doen dit niet. Rotterdammers en Utrechters kunnen nu geen wethouder aanspreken die eerstverantwoordelijke is voor de slimme stad.

• In alle programma’s ontbreekt het aan reflectie: wat hebben we bereikt als slimme stad, waar liggen kansen en welke menselijke waarden moeten we in acht nemen bij de verdere ontwikkeling als slimme stad?

Wat het negatieve totaalbeeld rond aandacht voor de slimme stad betreft kom ik tot de volgende scores:

Utrecht voert deze lijst aan met een gering aantal beleidsvoornemens, geen aparte paragraaf en geen portefeuillehouder.

Op de tweede plaats Rotterdam met een min of meer een integrale benadering maar geen eigen paragraaf. Rotterdam heeft ook geen eigen wethouder aangewezen.

Op de derde plaats Den Haag die impliciet het smart cityprogramma uit 2015 lijkt voort te zetten (‘lijkt’ want het wordt niet uitdrukkelijk gesteld) en een eigen paragraaf en wethouder digitalisering heeft.

Op de vierde plaats Amsterdam met aandacht voor lokale initiatieven en de afspraak om te komen tot een digitale agenda. En een verantwoordelijke wethouder. (Waarom het akkoord spreekt van ‘digitale stad’ (een begrip uit 1995!) en niet van het actuele begrip ‘slimme stad’ of ‘smart city’ is niet duidelijk.)

Kortom: Als de gemeenteraden van de vier grote steden niet worden wakker geschud dan blijft de slimme stad het speeltje in handen van grote techbedrijven, politiek niet verantwoordelijke consultants en overijverige ambtenaren zonder democratische controle.

Het zal dan ook geen verbazing wekken als over vier jaar de onderhandelaars van een nieuw coalitieakkoord de slimme stad als een technologische nachtmerrie ervaren.

Maar zover hoeft het niet te komen als met name sociale (buurt)initiatieven het heft in eigen hand nemen en afdwingen bij een alerte gemeenteraad dat de technologie in de stad een menselijke maat kent.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)