562
2

Oprichter SHE South Sudan magazine

Brigitte Sins (1971) heeft als Nederlands correspondent gewerkt vanuit diverse landen waaronder Indonesiƫ voor het Algemeen Dagblad eind jaren '90. Na terugkeer in Nederland is ze gaan werken voor media ontwikkelingsorganisaties en heeft haar master gehaald in 'Media, cultuur en communicatie'. Ze werkte voor de Nederlandse organisatie Free Voice waarvoor ze in Zuid Soedan het kantoor van Free Voice heeft opgezet. Later werkte ze als consultant voor ook andere media organisaties. Ze ontwikkelde media projecten, zette ze op, managede deze en begeleidde lokale media hierin. Momenteel werkt ze voor het Deense International Media Support in Irak waar ze media bedrijven begeleidt in management en productverbetering. Internationale donor coƶrdinatie, social media (bloggers) en media monitoring zijn andere aspecten binnen de mediaprojecten waarmee ze werkt. In Januari 2012 heeft ze een uitgeverij in Zuid Soedan opgezet die het blad SHE South Sudan uitgeeft om in te springen op de behoefte aan informatie in het land (bij vrouwen) en om een alternatief ontwikkelingsmodel te kunnen introduceren. SHE is van de weinige damesbladen in sub Sahara Afrika dat volgens een internationaal magazine concept werkt, met lokale inhoud en productie. Het blad is een journalistieke glossy.

Communiceren met condooms

Media-ontwikkelingshulp: Mag het wat minder?

Brigitte Sins heeft een uitgeverij in Zuid Soedan opgezet die het journalistieke glossy magazine SHE South Sudan uitgeeft. Het blad wordt gevuld met lokale inhoud en productie met als doel vrouwen van informatie te voorzien. Brigitte wil bovendien laten zien dat ontwikkelingshulp anders opgezet kan worden.

Onlangs hoorde ik dit verhaal van een blanke medebewoner in Zuid Soedan, met een ingewikkelde Noorse naam. De Zuid Soedanezen noemen hem WoeWoe. WoeWoe was naar een far flung buitengebied afgereisd ergens in het land. Toen hij de omgeving wat ging verkennen, kwam hij een naakte man tegen. Dat is normaal; je komt mannen met een onderbroek op hun kop tegen, die ze dan aantrekken zodra ze een dorp ingaan omdat de missionarissen ze hebben bijgebracht dat je toch echt je ‘edele delen’ moet bedekken. Op die manier hebben de mannen altijd iets bij zich als ze een dorp of stad benaderen.

Maar, deze man was geheel naakt op een condoom na, die hij keurig om zijn geslachtsdeel droeg. Woewoe schonk er geen aandacht aan, maar naarmate hij de tijd verstreek, zag hij meerdere mannen met een condoom. Hij moest er toch naar vragen.

Wat bleek, de dorpsbewoners hadden recentelijk bezoek gehad van een ontwikkelingsorganisatie die condooms uitdeelde. ‘Ze hadden ons gezegd dat we dit moeten dragen omdat het ons bescherming biedt’, had de man gezegd. En sindsdien lopen de mannen met een condoom, overtuigd dat ze nu extra beschermd zijn.

Dit verhaal geeft aan dat het uitdelen van condooms, of anders muggennetten, wc-potten, muesli-repen, pillen, kapmessen of wat dan ook heel leuk is, maar dat het alleen effectief is als mensen ook weten hoe ze het moeten gebruiken. De kunst van communicatie! Er was blijkbaar iets misgegaan in de informatie overdracht.

Vibrators
Het is de voornaamste reden dat in ontwikkelingslanden in de afgelopen vijftien jaar steeds vaker media- en communicatieprojecten worden opgezet. Massa-media spelen naast de kerk, moskee of regering, de belangrijkste rol in het informeren van de bevolking; bewustmaken, onderwijzen en entertainen. Eigenlijk niet anders dan in ontwikkelde landen, met dat verschil dat in ontwikkelingslanden slechts enkele communicatie- en informatiekanalen aanwezig zijn.

In een land als Zuid Soedan stelt de staatstelevisie of -radio niets voor en internet is alleen bereikbaar voor een enkeling. Wil je mensen iets leren, dan gebeurt dat naast het reguliere onderwijs en de kerk via de media.

Ik denk dat wanneer je als Buitenlandse Zaken (of belastingbetaler) wilt investeren in de media, dat je dat moet doen volgens de mediamodellen die lokaal werken in een lokale markteconomie. In Zuid Soedan (en in de meeste landen in Afrika) is dat door kleinschaligheid en samenwerken met bestaande media. Er zijn geen grote mediabedrijven in ontwikkelingslanden, waarom zou je als een BZ wel miljoenen investeren?

Omdat ik niet zeker wist of mijn theorie zou kloppen, heb ik zelf een kleinschalig mediaproject opgezet, een tijdschrift, met het idee dat dit binnen een paar jaar geheel eigendom is en wordt gerund door Zuid Soedanezen. Zonder de donoren.

Nou ja… Misschien ben ik alleen maar heel erg jaloers. Ik heb heb namelijk wel geprobeerd om de eerste 30.000 euro investering bij anderen op te halen. Maar donoren vinden mijn magazine ‘te leuk’. Ze investeren graag in de media, maar liever in ‘hard’ nieuws, dus een krant of nieuwsradio. Dat terwijl mensen eerder informatie tot zich nemen als die informatie op een aantrekkelijke wijze wordt gepresenteerd.

En ontwikkeling van mensen zit niet alleen in het opnemen van ‘hard’ en politiek nieuws, maar juist ook in algemene ontwikkeling, dus daarom schrijven we ook over mode en koken. Ik bedoel, hoe komt mijn generatie vrouwen aan hun eerste vibrator? Dankzij de Viva! Weer wat geleerd – en op een prettige wijze.

Niet dat ik gratis vibrators ga uitdelen bij het volgende nummer van mijn blad, ik moet eerste het verhaal over condoomgebruik nog doen, het is maar een voorbeeld hoe tijdschriften bijdragen aan de algemene ontwikkeling. Maar ik kreeg het niet uitgelegd (en met bovenstaand voorbeeld misschien wel helemaal niet meer).

Mediasterren
Bovendien was 30.000 euro wel een erg luttel bedrag. Tja, ik geloof zodanig in mijn project dat ik op vrijwillige basis werk: ik geloof dat als je een onderneming begint – in welk land dan ook – dat je de eerste periode werkweken van 80 uur draait die geen cent opleveren. Je weet als ondernemer dat het een investering is die zich pas later zal terugverdienen. Moeilijk voor donoren.

Ik heb het ook in de private sector geprobeerd. Linda de Mol, Annemarie van Gaal, voor mij zijn het voorbeelden in de media en ze hebben beide tijdschriften opgezet. Ik zag het dus voor me dat ze zonder veel moeite enthousiast zouden meedoen. Als ik 30.000 euro kan ophoesten, kunnen zij het toch ook? En ik werk gratis, een beter model kun je niet hebben. Maar dat was naïef weet ik inmiddels.

Ik heb Annemarie overigens nooit om geld gevraagd, wilde alleen met haar onder het genot van een kop koffie, vak informatie uitwisselen en een beetje ‘sparren’. Maar ook dat ging niet door. Ze heeft wel haar boek opgestuurd, dus ik kan nu zeggen: I speak media, I learn it from book! Ik blijf zoeken, want met een bescheiden extra investering, heb ik meer tijd en kan ik mijn blad beter in de markt zetten, vooral in een land waar mensen niet bekend zijn met het fenomeen tijdschrift (adverteerders dus ook niet), is dat cruciaal.

Of mijn theorie stand blijft houden, zullen we moeten afwachten. We hebben in Zuid Soedan momenteel de ergste economische crisis ooit (u denkt dat het in NL slecht gaat: het nationaal inkomen in Zuid Soedan is in 2012 met zo’n 90% gedaald) en het is voor elk medium – op de donormedia na – erop of eronder dit jaar.

Maar de eerste mijlpaal is bereikt: mijn 30.000 euro blad verkoopt beter dan de 1,6 miljoen krant die haar oplage grotendeels gratis verspreidt. Én de lokale media makers zien me niet als bedreiging, maar als een collega waar ze de kunst van het vak kunnen afkijken, want ik doe het net als zij met beperkte middelen.

En dit laat zien dat je met kleine investering in ontwikkelingshulp resultaten haalt: het gaat niet om de hoogte van het bedrag, het gaat om het juiste model en aanpak. Een bezuiniging op ontwikkelingshulp is helemaal niet erg, misschien worden we dan wel gedwongen om op zoek te gaan naar dat juiste model, in ieder geval in de mediahulp!

Ik hoop dat ik je via deze site op de hoogte mag blijven houden over media maken in ontwikkelingslanden.

Volg Brigitte ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (2)