Laatste update 15:41
332
2

Docent en publicist

Pascal Cuijpers is docent beeldende vorming en faalangstreductietrainer op een middelbare school. Daarnaast is hij publicist en auteur. Hij schrijft columns en opiniestukken over onderwijs en de maatschappij voor o.a. dagblad De Limburger, de Nationale Onderwijsgids en Joop. Tevens verschijnen zijn artikelen regelmatig in diverse landelijke dagbladen en onderwijsmagazines. Van zijn hand verschenen eerder de educatieve scheurbundel '200 Dagen School & Scheuren!' en de onderwijsbundels 'Leraren hebben meer vakantie dan mensen die werken' en 'Leraren zijn net echte mensen'. In september 2020 verscheen zijn nieuwe boek 'Woordenwisseling', waarin hij correspondeert en in gesprek gaat met 24 BN'ers over onderwijs, carrières, passies en het leven.

Communiceren met nog meer hindernissen door corona

Ondanks het feit dat we in ons leven een groot arsenaal aan communicatieve vormen ontwikkelen, kunnen we niet altijd voorbereid zijn op snelle veranderingen of noodzakelijke aanpassingen

cc-foto: Nena Stojkovic

Een van de belangrijkste en universele kenmerken van ons leven is de drang en noodzaak om te communiceren. Zo wordt het op een bepaalde manier formuleren van klanken, woorden en zinnen vanaf de geboorte snel aangeleerd. Spreken is de snelste manier van communiceren, waardoor we ons letterlijk verstaanbaar kunnen maken. Naast de ontwikkeling van de spraak leren we ook communiceren door ons te uiten in letters, woorden en tekens en speelt de non-verbale communicatie een grote rol tijdens sociale interacties. De Oostenrijks-Amerikaanse psycholoog en communicatiewetenschapper Paul Watzlawick gaf in zijn werk De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie (1974) aan dat alles wat we doen, ook het zogenaamde ‘niets doen’, invloed heeft. Volgens hem bestaat er dan ook geen ‘anti-gedrag’, waardoor het onmogelijk is om niet te communiceren.

De evolutie van het communiceren gaat van het zenden van rooksignalen en het beschilderen van grotten tot het hedendaagse appen en mailen. Dat er tegenwoordig geregeld onduidelijkheid bestaat in het overbrengen van boodschappen en emoties, heeft onder andere te maken met de snelle technologische ontwikkelingen en de veranderingen in het taalgebruik. Zo bracht de sms-taal een belangrijke verschuiving teweeg door het gebruik van korte zinnen en ingekorte woorden, vaak in combinatie met cijfers. Dit werd geleidelijk voortgezet in het appverkeer.

Waar men vroeger de tijd nam voor het vervaardigen van bijvoorbeeld hiërogliefen, staat daar het vluchtige appberichtje tegenover dat binnen enkele seconden wordt geschreven en vervolgens in no-time de wereld over kan gaan. O ja, let er wél op dat je tijdens het appen géén punt gebruikt bij het afsluiten van een zin! Dit komt tegenwoordig onsympathiek over. Voor de ontvanger lijkt het dan namelijk alsof je een gesprek wilt afronden, iets op een gepikeerde toon stuurt of een, jawel, punt wilt maken. Dit kan vervolgens als beledigend of onvriendelijk worden ervaren.

Dat er soms sprake is van enige miscommunicatie is dus evident. Ondanks het feit dat we in ons leven een groot arsenaal aan communicatieve vormen ontwikkelen, kunnen we niet altijd voorbereid zijn op snelle veranderingen of noodzakelijke aanpassingen. Neem het herkennen en interpreteren van gezichtsuitdrukkingen. Uit onderzoek blijkt dat er zes gezichtsuitdrukkingen zijn die overal ter wereld worden herkend. Dit zijn de basisemoties boosheid, vreugde, verdriet, angst, afschuw en verrassing. Deze universele emoties zijn aangeboren en direct af te leiden aan de bijbehorende mimiek van het gezicht. Voor de interpretatie van gevoelens als onzekerheid, spijt, teleurstelling en schuldgevoel hebben we echter meer informatie nodig om het plaatje compleet te maken en elkaar te begrijpen.

De huidige tijd heeft het ons een stuk lastiger gemaakt wat betreft het aanvoelen en herkennen van emoties. De verspreiding van het coronavirus heeft ons ertoe gedwongen om meer en meer in de openbare ruimtes met mondkapjes op te lopen. Terwijl we proberen om het leven en werken zoveel mogelijk te continueren, is er een noodzakelijke stoffen barrière in ons communicatieve leven geslopen.

Voor de meesten was het dragen van een mondkapje nog een ver-van-mijn-bed-aangelegenheid, die enkel was weggelegd voor medici of onderzoekers in het laboratorium. Nu we er allemaal mee te maken hebben, lijkt de gezichtsuitdrukking en de herkenning ervan onderhevig te zijn aan verval. Het is communiceren next level: ad hoc, want onze vocabulaire der gezichtsuitdrukkingen moet worden aangepast en uitgebreid. Er is immers nog maar een gedeelte van het gezicht te zien, waardoor we zijn genoodzaakt de rest zelf aan te vullen en daar onze conclusies aan te verbinden. Dit vergt enige flexibiliteit en energie en kan voor verwarrende situaties zorgen.

Het wachten is nu op mondkapjes die bijvoorbeeld voorzien zijn van sensoren die vervolgens een uitdrukking projecteren of beschrijven. Nog beter zou het natuurlijk zijn om zo snel mogelijk van dat virus af te komen.


Laatste publicatie van PascalCuijpers

  • Woordenwisseling

    Correspondentie met 24 BN'ers

    september 2020


Geef een reactie

Laatste reacties (2)