1.006
13

Hoogleraar Forensische psychologie

Dr. Corine de Ruiter is hoogleraar Forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam in eigen praktijk. Zij verricht wetenschappelijk onderzoek op het grensvlak van psychiatrie en strafrecht. Daarnaast treedt ze regelmatig op als getuigedeskundige in de rechtszaal. Corine de Ruiter levert met enige regelmaat bijdragen in Nederlandse schrijvende en audiovisuele media. Met haar publieke optredens probeert zij de psychologie uit haar ivoren toren te halen en kennis over de relatie tussen psychische stoornissen en crimineel gedrag te verspreiden. Op het internet kunt u haar vinden op: www.corinederuiter.eu.

Complex Rooms-Katholiek misbruik

Amerikaans onderzoek ontzenuwt de mediahype dat het celibaat de oorzaak is van kerkelijk misbruik.

Met belangstelling volg ik de berichtgeving en de diverse opiniestukken in de kranten over het seksuele misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk, in het bijzonder binnen de jongensinternaten. Natuurlijk dient dit seksueel grensoverschrijdende gedrag scherp veroordeeld te worden. Maar nog belangrijker vind ik dat we inzicht krijgen in de oorzaken ervan, zodat het in de toekomst voorkomen kan worden.

In diverse media is het celibaat als oorzaak aangegeven. Dat is echter een veel te simpele voorstelling van zaken. We weten immers dat ook in niet-Katholieke gesloten instellingen seksueel misbruik van jeugdigen met regelmaat plaatsvindt. Ook wordt regelmatig gewezen op de rol van machtsmisbruik: er is immers sprake van een ongelijke machtsverhouding tussen paters en de aan hen toevertrouwde kinderen.

Al deze verklaringen zijn maar een deel van een zeer complexe puzzel, en ik hoop dat Wim Deetman als leider van het onderzoek naar deze kwestie van te voren advies zal inwinnen bij degenen die in het buitenland leiding hebben gegeven aan vergelijkbare onderzoeken. In de VS heeft het John Jay College of Criminal Justice het Amerikaanse onderzoek naar misbruik door priesters uitgevoerd en alle onderzoeksrapporten zijn openbaar.

Wetenschappelijk onderzoek in de Verenigde Staten heeft al de nodige kennis opgeleverd om de mediahype dat het celibaat de oorzaak is van het misbruik effectief te ontzenuwen. Er zijn een aantal andere aanwijsbare risicofactoren. Een groot percentage van de priesters die kinderen misbruikten waren zelf in het verleden misbruikt. Een aantal leed aan depressies, persoonlijkheidsstoornissen en problemen met overmatig middelengebruik. Ook in de psychoseksuele ontwikkeling van priesters/paters liggen mogelijke antwoorden. Velen van hen gingen in het verleden op jonge leeftijd naar het seminarie voordat ze volledig waren uitgerijpt. Voor een deel van deze mannen leidt zo’n institutionele omgeving tot verdere vertraging in hun sociaal-emotionele en psychoseksuele ontwikkeling.  Bij hun intreding in de orde of hun wijding tot priester als ze midden- of eind twintig zijn, zijn deze mannen fysiek en intellectueel volwassen, maar sociaal-emotioneel vaak veel jonger.

Daar komt nog bij dat de Rooms-Katholieke Kerk (vrijwel) niets aan seksuele voorlichting- c.q. opvoeding deed binnen de seminaries. Maar misschien nog wel belangrijker is het taboe binnen de kerk op de behoefte aan lichamelijke intimiteit en aanraking. Die behoefte aan tederheid is zelfs meer primair dan de seksuele behoefte. Het heeft me altijd verbaasd dat de biecht wordt afgenomen in een hokje waar priester en gelovige elkaar niet kunnen zien, laat staan kunnen aanraken. Terwijl vergeving en troost voor de meeste mensen toch sterk verbonden zijn met fysieke aanraking door de trooster. Als mensen niet worden aangeraakt, elkaar niet mogen aanraken, kan het zijn dat seksueel misbruik het kanaal wordt waardoor die behoefte aan aanraking bevredigd wordt.

In de VS heeft men in verschillende centra al ruime ervaring met therapie voor priesters die zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik. Daarin staat het leren aangaan van gezonde, niet-seksuele intieme relaties met volwassenen centraal.  De achtergebleven sociaal-emotionele ontwikkeling wordt op gang gebracht. Maar eigenlijk is preventie nog veel essentiëler natuurlijk. Dat kan door opleiding en voorlichting over dit onderwerp binnen kerkelijke instanties, door psychologische screening van priesters, paters en fraters en door als kerk regelmatig consultaties over dit onderwerp te houden met deskundige psychologen.

Geef een reactie

Laatste reacties (13)