1.667
8

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Corona als een kans om anders te gaan leven

Moderne massaliteit loopt tegen zijn grenzen aan. De coronacrisis is een kans om ons leefpatroon en levensritme te herijken.

cc-foto: Gerard Stolk

Nederlandse burgers zijn tijdens de coronacrisis in de afgelopen twee maanden indrukwekkend gedisciplineerd met intelligent lockdown omgegaan. Hulde! Hier in Holland, in tegenstelling tot vele andere landen, was het niet nodig om een grote politiemacht op te trommelen en de samenleving zo aan gemaakte afspraken te houden. Eens temeer werd mij duidelijk hoe zo’n klein land al een aantal eeuwen in welvaart en macht meedingt aan de top van de wereld: dankzij een door en door gedisciplineerd volk, met een hoge dosis gezond verstand en een gedeelde, behoedzame, kosten/baten afweging.

Maar afgelopen donderdag, op Hemelvaartsdag, liet Nederland zich massaal gaan. Op naar de stranden en parken. De politie moest ingrijpen en de burgers weren. Zelfs voor een door en door gedisciplineerd Nederland is het niet eenvoudig om andere wegen te vinden, als alternatief voor bestaande leefpatronen en gewoontes. Zodra het gevoel van urgentie enigszins wegebt, vallen we terug in onze routines. Op een warme zonnige vrije dag houdt dat in: auto in of op de fiets en met z’n allen naar de stranden en de parken. “Gewoon doen”. Nederlanders zijn wat dat betreft net mensen.

Dat we zodra we de kans krijgen om buitenruimtes op te zoeken dat ook doen is wellicht ingegeven door het feit dat we in dit intensief verstedelijkte land te dicht op elkaar wonen. Misschien is de benauwende massaliteit aan de Nederlandse kust, die zo goed in strandbeelden van Hemelvaartsdag te zien was, een pervers gevolg van hoe onze dagelijkse leefomgeving vol zit met op elkaar gepropte omheinde ruimtes. We vluchten massaal onze, tot benauwend toe ommuurde, leefwereld uit maar triest genoeg treffen we in die wijde buitenwereld weer een muur, van de massa, de medemens, om ons heen. Gedeelde verlangens, gedeelde gedragingen en met tot ieders frustratie een rampzalige uitkomst.

Ik heb het vermoeden dat er meer aan de hand is. Misschien “kiezen we voor de kudde”. Of om het accurater en scherper uit te drukken: misschien zijn we verslaafd aan de kudde. Een afkickperiode van twee maanden is gewoon niet lang genoeg om ons hiervan af te helpen. Wij smachten naar massaliteit en zuchten naar weer “gewoon” ons temidden van duizenden anderen tegelijk voort te bewegen.

Is dit een probleem? Is massaliteit niet juist inherent aan het moderne leven? Hebben we niet ons welvarend en stabiel leven in Nederland eraan te danken? Dat we in grote groepen gedisciplineerd en voorspelbaar weten samen te werken. Dat we ons dagelijks bewegen naar onze kantoorparken om dit rendabele wij-gevoel gestalte te geven, is toch vooral van waarde? Dat we ons met een gedeelde precisie en trouw, haast religieus, aan een gezamenlijk 9 tot 5 ritme weten te houden en zo een van meest productieve landen op aarde zijn, dat is toch prachtig?

In het licht van dergelijke argumentatie is de “minder productieve” massaliteit van onze vrijetijd aan de Hollandse kusten een minuscule bijwerking van een heel waardevol recept. Ja, het zit in het automatisme van onze moderne cultuur, dat massale. En ja, soms is het nadelig. Maar de kosten verdwijnen in niets, in verhouding tot de baten.

Al zie ik dat de massasnelweg van moderniteit ons heel veel goeds heeft gebracht, toch heb ik grote bedenkingen of de kosten/baten afweging van de moderne modus nog wel altijd in het voordeel van het moderne valt.

De coronacrisis is vooral een tragedie voor de slachtoffers en een beproeving voor de samenleving. Maar het is ook een kans om onze moderne manieren kritisch tegen het licht te houden. Virussen zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn. De rappe en exponentiële verspreiding van het coronavirus is niet enkel te begrijpen door naar zijn bijzondere karakter te kijken, het heeft ook te maken met de massacultuur van onze tijd, de laat-moderne tijd. Het is een tijdperk dat tegen zijn grenzen aanloopt, mijns inziens.

Niet het virus is het probleem maar hoe wij blijven hangen in een leefpatroon dat ons steeds minder dient en vooral ziek maakt. Een levensmodus die natuur en dierenlevens grootschalig leed en schade aanbrengt, en het begrip “menselijkheid” ook.

Voordat de corona-epidemie, later pandemie, in Nederland uit zou breken verkeerden we al een tijd in de greep van een andere epidemie: de burn-out epidemie. Net als bij individuen gaan in de samenleving geestelijke ziekten de lichamelijke klachten voor.

Een samenleving die massaal naar adem moet happen op vrije dagen omdat werkweken manisch volgepropt zijn; een samenleving waar je belangrijkste ontspanningshorizon een all-in “vakantie” in een mega hotel aan de Turkse kust is; een samenleving die om een vleugje sereniteit te kunnen ervaren duizenden kilometers moet afleggen om zich in een hutje in Thailand te kunnen af te sluiten; een samenleving waarvan de massaliteitsmodus de achilleshiel blijkt te zijn tijdens het uitbreken van het coronavirus, zo’n samenleving moet zich gaan afvragen of de moderne manieren die een afgeleide zijn van geïndustrialiseerde samenleving van laat-negentiende eeuw niet achterhaald zijn, anno 2020.

Ik loop op de vroege ochtend van vrijdag, na de bewuste Hemelvaartsdag, mijn dagelijkse wandelroute door de Westduinen van Den Haag. De vogels zingen even vrolijk als elke ochtend en de konijnen hebben evenveel haast als altijd. De duinen staan in bloei, witte en diep roze bloemen, teder alsof ze van papier zijn. Er zijn lelijke sporen van de massa van gisteren te bespeuren, in de vorm van bierflessen en etensresten en veel plastic.

De vogels, de konijnen, de groene struiken en de bloemen nemen het de mensen niet kwalijk, ze hebben eerder medelijden met de mensen. Dat het de mens anno 2020 niet gegund is om een te zijn met de natuur. Dat ze de natuur kapotgebruiken, alsof het een van de vele machines is waarvan ze zich bedienen.

Ik vind de vogels, de konijnen, de bloemen en de struiken nobel en ik wens dat ook wij onze natuurlijke nobiliteit hervinden. Laat we deze crisis aangrijpen om op ontdekking te gaan naar waardiger leefvormen.


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (8)