Laatste update 12:18
1.546
8

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Coronacrisis dwingt tot bezinning: wat is de goede samenleving

Wat we van Rumi en Erich Fromm kunnen leren

In mijn kinderjaren behoorde een verhaal uit Magnum Opus van dichter en moslimmysticus Rumi “Masnavi” tot mijn meest favoriete. Op het oog een eenvoudig verhaal en klaarblijkelijk daarom ook toegankelijk voor een kinderziel. Het verhaal gaat over vijf mannen die één voor één een pikdonkere kamer worden ingeleid. Daar staat een object dat ieder maar één keer mag aanraken. Als iedereen er al geweest is, terug naar buiten, mogen ze met elkaar uitwisselen wat zij in de kamer hebben aangetroffen.

De ene man weet zeker dat er een stevige pilaar in de kamer staat, de ander dat een majestueuze troon in de kamer is, de derde spreekt over de ruwe vleugel van een reusachtige vlinder, de vierde is geschrokken door de aanraking met een beestachtig dikke slang. De vijfde lacht ze allemaal uit en spreekt over het achterwerk van een dikke, grote koe.

De olifant in de donkere kamer
In de kamer, weet de lezer wellicht nu al, staat een olifant. Het verhaalt sprak mij toen tot de verbeelding omdat ik mij als kind zo vaak kon verbazen hoe overdreven de volwassenen overtuigd kunnen zijn van hun eigen gelijk.

Ik had de olifant in de donkere kamer en de vijf mannen al jaren niet meer herdacht, tot vorige week. Ik nam deel aan een van de vele video-overleggen die momenteel in ons land plaatsvinden rondom het leven na corona. Een van mijn gesprekspartners begon haar betoog met een korte versie van dit verhaal om haar pleidooi kracht bij te zetten. Haar stelling was: wij zouden ruimte moeten maken voor verschillende verhalen, wat deze tijd met ieder in onze samenleving doet. Pas dan valt een visie te ontwikkelen hoe we samen het “nieuwe normaal” moeten inrichten.

Ik had heel veel sympathie voor haar pleidooi. En ik voelde vooral een enorme vreugde, het lievelingsverhaal van mijn Iraanse kinderjaren, zo’n 45 jaar later uit de mond van een Nederlandse collega terug te horen en de zoete herinneringen van toen voor een ogenblik te herbeleven. Maar ik had ook mijn bedenkingen, of het bij elkaar zetten van al deze deelverhalen ons voldoende wegwijs kan maken om een post-corona Nederland uit te vinden. Wat deze crisis met ieder van ons afzonderlijk bij elkaar geraapt doet, is nog geen aanwijzing voor hoe we onze collectiviteit, onze samenleving, zouden kunnen inrichten.

Al zouden de vijf mannen in Rumi’s verhaal wel geduldig elkaars waarneming hebben gehoord, al hadden ze de pilaar, de troon, de slang, de vlinder en de koe met elkaar verbonden, hadden ze nog niet kunnen raden dat er een olifant in de kamer was. Samenspraak was nobel geweest maar niet voldoende. Wat zij fundamenteel misten was het licht.

In welk licht gaan wij de huidige crisis zien zodat we hieruit lessen kunnen trekken om onze samenleving opnieuw en beter in te richten? Dat is wat mij betreft de meest pregnante vraag van deze dagen.

Een nieuwe samenleving
Dat is ook precies de diepere kwestie die Rumi aan de orde stelde met zijn verhaal: om doordrongen te raken van het mysterie van het leven, om het leven op waarde te kunnen schatten, moeten we opzoek gaan naar het juiste licht. Pas dan herkennen we de samenhang der dingen en kunnen ons ertoe verhouden.

Ik denk dat we in de eeuwen die deze eeuw voor zijn gegaan onze samenleving vooral in het licht van “productiviteit” hebben gezien en geëvalueerd. En ik vraag me af of dat het juiste licht is om aan het opnieuw uitvinden van onze samenleving te werken.

Over de aanloop van de Europese mens naar moderniteit zo’n zes eeuwen geleden schreef de gevierde Joods-Duitse denker Erich Fromm: “Deze mens werd bereid een rol te aanvaarden waarin zijn leven werd gereduceerd tot een middel om doelen buiten hemzelf te dienen, zoals economische productiviteit of het vergaren van kapitaal.” (De Angst voor Vrijheid, 1941).

Het is een inktzwarte schets van de moderniteit en het valt niet te ontkennen dat het sombere beeld van de schrijver ook te maken heeft gehad met de historische context van zijn schrijfwerk: midden in Tweede Wereldoorlog, zelf in ballingschap in Amerika, zijn Duitsland in de klauwen van Hitler en miljoenen van zijn mede joodse Europeanen op de brandstapel van de Nazi’s terechtgekomen.

Toch is het niet eenvoudig om zijn waarneming over de schaduwzijde van moderniteit weg te relativeren. Juist deze dagen in aanloop naar de 4de en 5de mei midden in een van de grootste wereldwijde crises in decennia sinds de Tweede Wereldoorlog, is het van waarde om bij zijn waarneming stil te staan.

Terwijl ik deze woorden schrijf gaan mijn gedachten naar een klein, op het eerste gezicht onopvallend bericht op Joop.nl. “Boeren laten miljoenen kippen stikken vanwege coronacrisis”. Het is een titel die je als premoderne mens zou niet kunnen vatten, en die wellicht nog altijd in driekwart van het armere deel van de wereld niet uit te leggen is. Alleen al het feit dat in een klein overbevolkt land miljoenen kippen worden gehouden rijmt niet met de premoderne relatie van mens tot mens, mens tot dier en natuur. Laat staan het gemak waarmee we tot massavernietiging van de dieren overgaan. Gaandeweg heeft ons moderne avontuur een merkwaardige afslag genomen.

Productiviteit als middel, niet als doel
Begrijp mij goed, ik geniet volop van de verdiensten van moderniteit. Effectiviteit, efficiency, progressie en vooruitgang, rationalisering van het arbeidsproces en wetenschappelijke benadering hebben ons uit het middeleeuwse moeras van armoede en angst, onzekerheid en fatalisme getrokken.

Maar wij schieten door en het lijkt of we niet meer weten dat “productiviteit” geen doel maar een middel is, bedoeld om de samenleving moreel weerbaar te maken. Materiële stabiliteit moest de mens rust en ruimte geven om zich als (mede)mens verder te ontwikkelen, tijd en geduld brengen om schoonheid en de troost in het dagelijkse leven te herkennen en omarmen. Dat de zekerheid van brood op de plank onze maag de rust moest geven en onze geest de ruimte om betere morele wezens te zijn.

De coronacrisis maakt ruimte vrij om afstand te nemen van de grondtoon van de moderne mens, de bezige bij. Het dwingt tot bezinning. Het wordt tijd om ons af te vragen of we niet op zoek naar een ander perspectief moeten gaan om een voorstelling te kunnen maken van “de goede samenleving van de toekomst”. Wat mij betreft moeten we in het licht van kwaliteit van het leven de olifant in de kamer zien, zien dat onze obsessie met productiviteit en consumptie zich tegen ons keert.


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (8)