1.569
4

Directeur UN Women Nationaal Comité Nederland

Marije Cornelissen (1974, Stiens) was tot 2014 Europarlementariër voor GroenLinks en vice-voorzitter van de Groene fractie. Nu is zij directeur van het UN Women Nationaal Comité Nederland

Coronacrisis zet onderwijs aan miljoenen meisjes op achterstand

Naar schatting zullen 11 miljoen meisjes überhaupt niet terugkeren naar school, ook als de crisis voorbij is

cc-foto: United Nations

De Internationale Dag van het Onderwijs op 24 januari had wereldwijd een feestelijke dag moeten zijn. Tussen 2000 en begin 2020 was de genderongelijkheid in het primair onderwijs drastisch teruggebracht, het meest succesvolle wapenfeit in de strijd tegen armoede en ongelijkheid in de wereld. Ten opzichte van 20 jaar geleden gingen maar liefst 79 miljoen meer meisjes naar school. Een prachtig resultaat, omdat inmiddels algemeen erkend is dat onderwijs aan meisjes dé manier is voor gemeenschappen om zich te ontworstelen aan armoede en mensenrechtenschendingen zoals genitale mutilatie en kinderhuwelijken. Maar die verworvenheid dreigt nu in één jaar grotendeels teniet te worden gedaan.

De coronacrisis heeft een vernietigend effect op allerlei kwetsbare groepen, maar vooral op meisjes in de armste landen. Waar voor de crisis nog ‘slechts’ ongeveer 15 miljoen meisjes geen primair onderwijs kregen, is dit aantal afgelopen jaar weer verdubbeld. In 90 procent van de VN-landen is sinds maart 2020 een vorm van schoolsluiting ingevoerd om de opmars van coronabesmettingen een halt toe te roepen, en worden lessen digitaal gegeven. De digital divide, het verschil tussen hen die wel een computer en internettoegang hebben en degenen die dat niet hebben, is daardoor meer dan ooit een prangend probleem geworden.

Niet verrassend is die digitale achterstand het grootst onder vrouwen en meisjes in rurale gebieden in de armste landen. Maar ook daar waar wel een computer in het huishouden aanwezig is, vissen veel meisjes achter het net. In het merendeel van de gevallen waarin een keuze gemaakt moet worden, mag de zoon onderwijs blijven volgen met de huiscomputer en moet de dochter stoppen met leren.

Helaas lijkt dit geen tijdelijk probleem. Naar schatting zullen 11 miljoen meisjes überhaupt niet terugkeren naar school, ook als de crisis voorbij is. Bijvoorbeeld omdat ze intussen uitgehuwelijkt zijn, omdat ze zwanger zijn, omdat ze in economisch slechte tijden worden ingezet om het gezinsinkomen aan te vullen, of om water of brandstof te verzamelen.

De gevolgen hiervan zijn groot en zullen nog jaren nadreunen. In Afrika vertaalt ieder jaar meer onderwijs dat een meisje krijgt zich in 20 procent meer inkomsten in haar werkzame leven daarna. Dit heeft direct effect op het leven van haar kinderen en mogelijkheden om armoede te ontworstelen, als gezin en gemeenschap. Het andere wapenfeit van de afgelopen decennia, een miljard minder mensen die in extreme armoede leven, hing dan ook nauw samen met het bevorderen van onderwijs aan meisjes. Dat wordt nu bedreigd.

Onderwijs aan meisjes en het dichten van de digitale kloof tussen jongens en meisjes moeten prioriteit zijn én blijven, ook in het ontwikkelingsbeleid van de Nederlandse regering. Niet alleen wanneer quarantainemaatregelen genomen worden, maar vooral ook in wederopbouwprogramma’s. Dit jaar is de Internationale Dag van het Onderwijs geen reden voor een feestje, maar een reden om alarm te slaan. Als we niet investeren in meisjes verliezen we de wereldwijde vooruitgang die we in de afgelopen 20 jaar bereikt hebben.

Geef een reactie

Laatste reacties (4)