929
7

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Coronavirus

Job - zestien - is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

Foto: Andrew Hardacre

De nachtmerrie van elke ouder van een gehandicapt kind: je kind sterft omdat jij plotseling bent uitgeschakeld. Je valt van de trap en kan niet bij de telefoon. Je krijgt een auto-ongeluk en belandt in coma. In China gebeurde het vorige week. Een alleenstaande vader werd in quarantaine geplaatst omdat hij verschijnselen van het coronavirus vertoonde. Zes dagen later lag zijn gehandicapte zoon Yan Chang (16) thuis dood in bed.

De vader had nog gezegd: mijn jongen kan niet voor zichzelf zorgen. Hij heeft 24 uur per dag hulp nodig. Kan niet gewoon eten, niet naar de wc. Wanhopig zocht de vader contact met verschillende hulporganisaties. Zelf werd hem verboden het ziekenhuis te verlaten.

Bij het nieuwsbericht op internet staan foto’s van het kind. Een vriendelijk lachende knaap in een rolstoel. Ik lees het verhaal als ik een week alleen thuis ben met Job (16), omdat mijn man op vakantie is. Op zulke dagen ben ik me extra bewust van de kwetsbaarheid van mijn zoon. Ik zorg dat mijn telefoon altijd in mijn kontzak zit en loop voorzichtiger de trap af.

Als ik Job ’s avonds in bed stop, vraag ik me af hoe lang het zal duren voor hij wordt gevonden. Stel dat ik hier een hartaanval krijg, wie mist mij dan als eerste? Belt mijn werk? Maar naar wie? De taxichauffeur zal aanbellen als ik Job ’s ochtends niet in het busje schuif, maar wie zegt dat die meteen alarm slaat.

Job kan zelf zijn bed niet uit komen, hij zal gaan huilen van de honger. Ons huis is goed geïsoleerd, niemand hoort hem. Hoe lang kan hij zonder drinken? God, wat zal hij bang zijn.

Ik denk aan de Chinese jongen. De zaak wordt onderzocht, meldt het nieuwsbericht. Daar heeft de vader niets meer aan. Zijn kind is dood.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Egbert

    De achtste dag

    Roman

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (7)