Laatste update 23:24
3.542
47

Redacteur Joop.nl

Joyce Brekelmans (1981) is een nieuwsjunk met culinaire neigingen en een zwak voor woordgrappen. Zij werkt sinds 2013 als redacteur Joop.nl bij BNNVARA en was daarvoor actief als freelance journalist en columnist.

CSI: Den Haag, Blok en de bloedvlekken

'We hebben een duidelijke verdenking. We hebben videobeelden. We hebben een motief, een gebrek aan berouw, én we ruiken chloor'

Betreuren dat je woorden aanstoot geven, is geen excuses maken. Het is je vrouw een kuthoer noemen en dan zeggen dat je het erg voor haar vindt dat zij daar zo’n last van heeft. Het is gaslighting. Het is zout in de wonde. Het is een fout die alleen witte mannen van een bepaalde sociale status mogen maken. Want waar bij de meeste mensen onmiddellijk met rood wordt onderstreept dat dit echt niet kan zo, is er voor hen altijd dat potje Tipp-ex waarmee de foutjes worden afgedekt. Een giftig wit laagje als vernis tegen terechte kritiek. Of als het echt mis is, een emmer chloor.

Haat laat zich echter niet uitwissen, of wegpoetsen. Haat is als een bloedvlek in CSI. Het is hoe je de moordenaar herkent en tevens een kwestie van de juiste belichting. Want als de politie de penetrante chloorlucht bij de verdachte negeert en besluit de blauwe lamp nooit aan te doen, dan komt hij er gewoon mee weg.

Dat is het punt waarop Nederland nu staat. We hebben een duidelijke verdenking. We hebben videobeelden. We hebben een motief, een gebrek aan berouw, én we ruiken chloor. Als we de lichten doven en de blauwe lamp erbij pakken, zien we Den Haag oplichten als een derderangs hotelkamer in Las Vegas. Dit is de plaats delict. Hier zijn slachtoffers gemaakt.

Maar durven we ook te kijken?

De woorden die onze minister van Buitenlandse Zaken uitte toen hij dacht onder gelijkgestemden te verkeren zijn niet langer schokkend. Ze zijn teleurstellend, woest makend en compleet onverantwoord voor een politicus, zeker een die naar voren geschoven werd als ons beste beentje in den vreemde. Toch is hij niet meer dan de volgende halte op een weg die al lang geleden werd ingeslagen. Een pad dat steeds smaller wordt, waardoor grote groepen mensen in de verdrukking raken en buiten de stoet vallen. Over die mensen wordt vervolgens gezegd dat ze ervoor kiezen zich af te zonderen. Dat ze zich buiten de groep plaatsen, met hun vreemde goden, overdreven kruidenrekjes en uitsloverige melanine.

Dat al die mensen net zo rood bloeden als wit, net zo hard juichen voor Oranje als wit en net zo veel kaas meeslepen op vakantie als wit Nederland placht te doen, telt niet. Dat hun zorgen – zijn de kinderen gezond en gelukkig, heb ik genoeg geld om alle rekeningen te betalen, waar is in vredesnaam die andere sok? – hetzelfde zijn als die van de witte Nederlander ook niet. Wat telt is hun afkomst, hun etniciteit, hun religie. Dat is wat er continu tegen hen gebruikt wordt, maar dan heet het cultuur zodat het minder racistisch klinkt. De goede verstaander weet echter precies wat er gezegd wordt: “Ik heb meer recht om hier te zijn dan jij. Ik ben beter dan jij.”

Dat zeggen ze nooit tegen mij. Ik heb de goede kleur, of het goede gebrek daaraan. Ik werk hard en veel en heb de gierende mazzel daar goed voor beloond te worden. Maar mensen van wie ik houd, die nog veel harder en meer werken, slimmer zijn, sterker zijn en hoger klommen dan ik ondanks dat er bij elke trede van de ladder wel een bevoorrechte hand was die hen tegen probeerde te houden, of te doen vallen, zij zijn zogenaamd het probleem. De mensen die vechten tegen hun tranen als ze denken aan hoe dit land hun kinderen bejegent. Die al veel meer hebben moeten slikken dan redelijkerwijs invechten genoemd kan worden. En wiens antwoord daarop is dat ze morgen een nog bovenmenselijk betere prestatie zullen neerzetten. Dat ze redelijk en rustig blijven, ook al staan ze tegenover blinde haat.

Dit zijn de mensen aan wie ik meer te danken heb dan zij ooit zullen weten. De mensen aan wie Nederland schatplichtig is. De mensen die waarschijnlijk geen GroenLinks meer zullen stemmen, omdat de partij van Jesse Klaver weer wegduikt, uit angst witte stemmen te verliezen. De mensen die opstonden binnen D66, maar die door de partijleiding werden genegeerd. Net zoals onze minister van Buitenlandse Zaken de dagelijkse realiteit in Nederland niet wenst te zien, maar zijn ambtenaren op pad stuurt om de vreedzame samenleving die hij vertegenwoordigt te zoeken. Als we een blauw lampje op die man schijnen, licht hij op als een smurf. Daarom moet hij opstappen.

Geef een reactie

Laatste reacties (47)