15.246
37

Onderzoeker, docent en publicist

D66-plan halvering veestapel godsgeschenk voor boeren

Zolang er geen toekomstplannen komen voor de agrarische sector blijft het hommeles, denkt econoom en boerenzoon Hein Vrolijk.

De stikstofcrisis is nog lang niet bezworen. Deze week zagen we twee uitersten van boerenacties. In Amsterdam, op de Dam, probeerden boeren sympathie te krijgen van de burger. In Eindhoven daarentegen maakten ze veel burgers juist boos, want hun actie leidde ertoe dat de parkeergarage moeilijk bereikbaar was voor mensen die op het vliegveld moesten zijn voor geplande vluchten.

Het is volstrekt begrijpelijk dat de boeren boos werden toen D66-Kamerlid Tjeerd de Groot voorstelde de veestapel te halveren. Hun stikstofuitstoot hebben ze al behoorlijk verminderd. Bovendien lijken zij als enigen te moeten inleveren. Grote bedrijven zoals Shell en Schiphol blijven vooralsnog buiten schot. En waar blijft de rekening voor de consument, in de vorm van een SUV- of vliegtaks? Toch moeten de boeren het D66-voorstel als een godsgeschenk beschouwen. Maar wel in combinatie van een nieuw plan-Mansholt, waarin het oude motto ‘Nooit meer honger’ wordt vervangen door ‘Samen met de Natuur (en de burger)’.

Vooral melkveehouders en varkensboeren worden de afgelopen twee jaar geplaagd door dalende afzetprijzen en door stijgende veevoerprijzen, mede vanwege de droogte. Deze boeren worden dus dubbel gepakt door de klimaatcrisis, door de droogte en door de stikstofmaatregelen. Inmiddels heeft meer dan de helft van de veeboeren een inkomen onder de 25.000 euro.

Dat gaat voorlopig echt niet anders worden want zij zitten economisch helemaal klem. Hun verdienmodel is meer-van-hetzelfde. Vandaar hun boosheid toen provinciale bestuurders hun groeiruimte wilden afpakken; hoe moeten ze nu hun investeringen terugverdienen (lees: de bank terugbetalen)? Akkerbouwers en tuinders kunnen tenminste nog overschakelen op andere gewassen als sommige prijzen beginnen te dalen.

Een drastische reductie van de veestapel is de enige oplossing, voor minder ammoniakuitstoot én voor hogere opbrengstprijzen. Dan zijn er slechts twee smaken: een koude of een warme sanering. De eerste betekent in de praktijk dat de ‘stoppers’ hun land en mestrechten verkopen aan de ‘blijvers’, zodat per saldo de veestapel en de stikstofuitstoot nauwelijks dalen. Een gebed zonder end waarbij een klein aantal superboeren overblijven, die door de rest van bevolking steeds vijandiger worden bejegend.

Het D66-voorstel biedt mogelijkheden voor een warme sanering. Zeker in combinatie met een Ruilverkaveling Groene Stijl. Land rondom natuurgebieden moet primair beschikbaar komen voor biologische en andere circulaire veeboeren. Maar ook voor akkerbouwers en (opengrond)tuinders die immers eerder stikstof opnemen dan uitstoten. De afgelopen decennia zijn akkerbouwers juist verdrongen door melkveehouders, die steeds meer land nodig hebben voor hun groeimodel. In de periode 1981-2017 is in een typische akkerbouwprovincie als Flevoland hun aandeel gestegen van 19 naar 30 procent. Ook in Noord-Nederland heeft de akkerbouw deels plaats gemaakt voor veeteelt, door de toestroom van Randstedelijke veehouders die zijn uitgekocht voor oprukkende woningbouw, infrastructuur en bedrijfsterreinen.

Geordende sanering moet tevens plaatsvinden rond woongebieden, die vooral behoefte hebben aan multifunctionele landbouwers. Naast voedselproductie verdienen zij hun geld met natuurontwikkeling en -behoud, agrotoerisme, zorglandbouw of maneges. Activiteiten die boeren goedkoper en soms zelfs beter doen dan professionals, mede omdat zij beter in staat zijn burgers bij hun werk te betrekken die niet willen of kunnen participeren in de neoliberale rat race. Afgaande op het leerlingenbestand van agrarische scholen is er bij de jeugd voldoende belangstelling voor allerlei vormen van multifunctionele landbouw. Veel leerlingen zijn echter tegenwoordig niet van boeren komaf, en hebben dus geen ouderlijke boerderij en land om hun toekomstdromen te realiseren. Bovendien is het land rond woongebieden grotendeels in handen van projectontwikkelaars die grof geld verdienen met grondspeculatie.

Nederland is te klein, natuur én landbouw te kwetsbaar om de exploitatie van onze kostbare grond over te laten aan ‘de vrije markt’. Hoogste tijd voor een speciale Rijksdienst, vergelijkbaar met Rijkswaterstaat en de vroegere Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Die land rond woon- en natuurgebieden opkoopt en beschikbaar stelt aan innovatieve agrarische ondernemers die niet over (voldoende) land beschikken om hun plannen te realiseren. De inpoldering van de Noordoostpolder laat zien hoe een redelijk onafhankelijke overheidsdienst – zonder hapsnap inmenging van ministers en parlementariërs – uiterst succesvol kan zijn. Toen om de voedselproductie te verhogen, nu om agrarische diensten tot ontwikkeling te brengen die beter recht doen aan de behoeften van de huidige en toekomstige samenleving.

En waarheen met de moderne boeren die de Nederlandse landbouw in het buitenland zo beroemd hebben gemaakt? Voor hen komt er een Agrarische Hoofdstructuur, waar zij – zonder detailregels maar ook zonder subsidies – mogen bewijzen dat hun manier van produceren evenmin stikstofproblemen geeft.

Geef een reactie

Laatste reacties (37)