262
5

Tweede Kamerlid SP

Jasper van Dijk (1971) is Tweede Kamerlid voor SP. Hij is politicoloog en was docent en daarna fractiemedewerker in Tweede Kamer en Europees Parlement. In 2006 was hij raadslid in Amsterdam. In de Kamer is hij woordvoerder hoger onderwijs, cultuur, media en defensie.

Dagboek Kunduz: De missie knelt, doelen worden niet gehaald

Hoe ver kom je met een training van acht weken als je bedenkt dat een Nederlandse agent minstens drie jaar wordt opgeleid? 

Van 17 tot en met 20 oktober bezocht een Kamerdelegatie bestaande uit Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD), Attje Kuiken (PvdA), Coskun Çörüz (CDA), Wassila Hachchi (D66), Hero Brinkman (PVV), Mariko Peters (GroenLinks) en Jasper van Dijk (SP) Kunduz en Kabul in Afghanistan. SP-Kamerlid Van Dijk hield een dagboek bij. Hieronder zijn belangrijkste bevindingen.

Maandag 17 oktober | De blik op 2014

Rond 18.00 komen we aan op de Nederlandse ambassade in Kabul. Tijdens het avondeten neemt de Nederlandse ambassadeur de stand van zaken door. Afghanistan is volgens hem nu onveiliger dan vijf jaar geleden. Toen kon je als westerling nog alleen de straat op, nu is het daar te onveilig voor.

Alle werkzaamheden van de internationale gemeenschap zijn gericht op 2014, het jaar waarin het merendeel van de Amerikaanse troepen naar huis terugkeert. Dat is financieel gezien begrijpelijk, aangezien de VS per maand 10 miljard dollar uitgeven aan deze oorlog. De ambassadeur vindt echter dat we nog 10 tot 15 jaar actief moeten blijven, vanwege de onzekere situatie waarin Afghanistan verkeert.

Dinsdag 18 oktober | De missie knelt

Met het vliegtuig naar het trainingskamp in Kunduz. Commandant Smits stelt dat de Nederlandse missie knelt. Binnen het huidige mandaat zijn er te weinig rekruten om op te leiden. De trainers mogen uitsluitend lesgeven aan civiele agenten in Kunduz, terwijl er daar te weinig van zijn.

Ze mogen geen training geven aan de grenspolitie, omdat die ook mag vechten. Agenten buiten Kunduz mogen niet opgeleid worden omdat deze later niet gevolgd kunnen worden, wat het parlement als voorwaarde stelde (lees: GroenLinks). Vanwege deze beperkingen worden zeven van de twintig trainers teruggehaald uit Kunduz. De volgende lichting bestaat uit 10 trainers in plaats van 20.

Woensdag 19 oktober | Martelingen? Kom maar met bewijzen

Een gesprek met de gouverneur van Kunduz, de heer Jegdalek en de commandant van de politie, de heer Qatra. Ik vraag de commandant wat hij weet van de martelingen in gevangenissen, zoals blijkt uit een recent rapport van de Verenigde Naties. De commandant zegt dat alles in zijn provincie in orde is. Als ik er meer van weet, moet ik maar met bewijzen komen.

Dan vraag ik of hij de conclusies van het VN-rapport ontkent. Qatra zegt dat er misschien elders in Afghanistan misstanden zijn, maar niet in Kunduz. Het rapport maakt echter wel degelijk melding van martelingen in gevangenissen in Kunduz. Het is zelfs de vraag in hoeverre Nederlandse en Duitse trainers medeplichtig zijn, als blijkt dat door hun getrainde agenten hierbij betrokken zijn.

Op de legerbasis in Mazar-e-Sharif spreken we met de Duitse commandant Kneip. Net als iedereen, worstelt Kneip met 2014 als einddatum. De kwaliteit van het werk is ondergeschikt aan de deadline. Als er te weinig voortgang wordt geboekt is daar niets aan te doen, in 2014 houdt het op.

Donderdag 20 oktober | Wat kun je doen in 8 weken?

Een bezoek aan de politie-opleiding in Kabul. Ook hier weer veel nadruk op het proces om van oorlog naar rechtsstaat te groeien. En opnieuw het pleidooi om Nederland meer soorten agenten te laten trainen. De Kamerleden worden vakkundig gemasseerd, het lijkt wel afgesproken werk.

We spreken met de heer Van Veerssum die het lesprogramma heeft samengesteld voor de acht weekse training van de agenten. Ik vraag hoe ver je komt met een training van acht weken als je bedenkt dat een Nederlandse agent minstens drie jaar wordt opgeleid. Van Veerssum antwoordt dat hij dat niet weet. Het moet nu eenmaal van de Amerikanen.

Conclusie

Zowel militairen als vertegenwoordigers erkennen dat de omstandigheden uiterst moeizaam zijn en dat het maar zeer de vraag is of er de komende jaren vooruitgang kan worden geboekt. De inval in 2001, geleid door de VS, wordt al helemaal met scepsis bekeken. Het vergt nogal wat creativiteit om na tien jaar bezetting te beweren dat alles in 2014 koek en ei zal zijn. Het betekent dat alle lopende programma’s op dat jaar worden afgestemd. Projecten worden niet meer op inhoud gebaseerd, maar op een deadline.

De boodschap aan de Kamerleden was glashelder: deze missie knelt. Onder het huidige mandaat worden de doelen niet gehaald en zullen Nederlandse trainers nauwelijks werk hebben. Op drie vlakken wordt gevraagd om meer bevoegdheden:

-Niet alleen civiele politie opleiden, maar ook grenspolitie
-Niet alleen agenten opleiden die werken in Kunduz, maar ook elders in Afghanistan
-Niet alleen agenten opleiden, maar ook onderofficieren

Met name de eerste twee punten liggen gevoelig. De grenspolitie – vergelijkbaar met de Marechaussee – heeft de bevoegdheid om te vechten, terwijl dat niet mag volgens het mandaat. Agenten opleiden die buiten Kunduz gaan werken, kunnen moeilijker gevolgd worden, terwijl ook dat een voorwaarde was. De komende weken zal het debat in Nederland zich op deze punten richten.

Minister Hillen had gelijk toen hij zei dat deze missie vooral een militaire missie is. Het overgrote deel van de circa 550 Nederlanders is immers militair. De SP wil Afghanistan helpen, maar niet met militairen. Wij geven daarom geen steun aan een bezetting die al tien jaar duurt en nog altijd gepaard gaat met fors geweld en talloze slachtoffers. Een land tot democratie bombarderen is onmogelijk. Afghanistan zal dan ook op andere manieren geholpen moeten worden, zoals met humanitaire hulp, beter onderwijs en meer  gezondheidszorg. Vandaar ook ons motto: “Steun Afghanistan, stop de oorlog.”

Dit artikel is eerder verschenen in Trouw

Geef een reactie

Laatste reacties (5)