456
4

Docent en publicist

Pascal Cuijpers is docent beeldende vorming en faalangstreductietrainer op een middelbare school. Daarnaast is hij publicist en auteur. Hij schrijft op vaste basis columns en opiniestukken over onderwijs en de maatschappij voor o.a. de Nationale Onderwijsgids, HetKind en Joop. Tevens verschijnen zijn artikelen regelmatig in diverse landelijke dagbladen en onderwijsmagazines. Van zijn hand verschenen eerder de educatieve scheurbundel '200 Dagen School & Scheuren!' en de onderwijsbundels 'Leraren hebben meer vakantie dan mensen die werken' - inmiddels vierde druk - en 'Leraren zijn net echte mensen' (per 1 september 2017). Allen bij uitgeverij Quirijn.

Dagdromen verboden

Wordt het onderwijs beter op de scholen waar continu de camera’s draaien en alles openbaar is voor alle betrokkenen?

cc-foto: Nicolas Nova

“Wanneer jullie het niet interessant vinden, probeer dan op z’n minst even te doen alsóf jullie het interessant vinden wat ik nu wil vertellen…” Ik gebruik deze zin wel eens aan het begin van een les, wanneer het nog te onrustig is om te beginnen met mijn verhaal. Het is misschien niet geheel volgens ‘de wetten der didactische aanpak’, maar meestal wel doeltreffend.

Wat daarna volgt is altijd een zelfde ritueel. Sommigen vinden de opmerking grappig en zitten klaar voor mijn praatje. Enkelen gaan overdreven en met veel gevoel voor drama in de luisterhouding zitten. Anderen attenderen klasgenoten op het feit dat ik wil beginnen. En weer anderen laten zich niet afleiden en maken hun verhaal eerst af.

Tijdens het praktische deel van de les volgen weer hele andere taferelen. Tijdens een spaarzaam rustig moment bekijk ik het soms van een afstandje. Het is mooi om te zien hoe kinderen functioneren wanneer er van ze wordt verwacht dat ze zelfstandig aan het werk gaan tijdens een les. Dit varieert van kletsen (‘overleggen’ in leerlingtermen), daadwerkelijk meteen actief bezig zijn met de opdracht, het stellen van vragen tot onbeduidend lijkend zitten dagdromen. Ieder verwerkt de informatie immers op zijn eigen manier om aangezet te worden tot een creatief leerproces.

Hoe anders het kan zijn, las ik onlangs in een artikel over onderwijs in China. Hier zijn inmiddels een aantal scholen volgehangen met camera’s die nauwlettend registreren wat de leerlingen in de klas uitspoken, of ze opletten, met andere dingen bezig zijn of misschien wel zitten te staren of naar buiten kijken. Handelingen en zelfs gezichtsuitdrukkingen worden op camera vastgelegd en inzichtelijk gemaakt voor de leraar, de ouders en iedereen die het maar wil zien. Men kan inloggen om de livestreams van de lessen te volgen. De beelden worden inmiddels massaal bekeken, van commentaar voorzien en geanalyseerd.

Naast het feit dat er inmiddels veel verzet is van leerlingen – ze vinden het uiteraard een enorme inbreuk op hun privacy – wordt het debat in China aangewakkerd met betrekking tot de ethiek in het onderwijs en het feit dat ouders hun eigen én andermans kroost de hele dag kunnen begluren. Xiong Bingqi, vicevoorzitter van het 21th Century Education Research Institute, vindt de toegepaste cameratactieken ‘een aantasting van de rechten van studenten en een bedreiging voor de academische onafhankelijkheid’, zoals staat opgetekend in een artikel in de New York Times.

Een en ander doet me denken aan de gesprekken die ik onlangs had met de ouders van mijn mentorleerlingen. Tijdens deze gesprekken werd besproken hoe het met de leerlingen gaat, vooral op cognitief- en sociaal-emotioneel gebied. Er wordt gekeken naar de voortgang met betrekking tot de resultaten, hoe de leerling thuis en op school functioneert en waar mogelijk een plan van aanpak moet worden gemaakt. Kortom, deze gesprekken zijn een belangrijk ijkmoment voor een mentor en een mooie basis om het contact met de ouders te onderhouden.

Ondertussen probeer ik me voor te stellen hoe deze gesprekken in China verlopen, op de scholen waar continu de camera’s draaien en alles openbaar is voor alle betrokkenen. Wordt het onderwijs hier beter van? Zal het de essentiële dynamische driehoek tussen ouders, leerling en leerkracht versterken? Levert dit wellicht niet meer nadelen op dan voordelen? Worden er überhaupt nog wel gesprekken gevoerd? En, wellicht de belangrijkste vraag: moet men dit accepteren, met het oog op een gezonde ontwikkeling van een leerling?

Ik ben ervan overtuigd dat wanneer scholen inzetten op veiligheid, het welbevinden van de leerlingen, het samenwerken met de ouders en het aanleren van de cognitieve, sociale en motorische vaardigheden, dit totaalpakket garant zal staan voor deze gezonde ontwikkeling. Alles registrerende camera’s in de klaslokalen zullen averechts werken en hier niet aan bijdragen. Een leerling moet namelijk de kans hebben om zich soms te verbergen achter zijn eigen dagdromen, het verhaal af te maken of even met andere dingen bezig te zijn, mits deze activiteiten niet de les verstoren en er voldoende geleerd wordt.

Ikzelf zal dan ook geregeld blijven vragen of ze even willen opletten wanneer ik instructies geef, zonder onnodige tussenkomst van opdringerige camera’s in het lokaal. Al dan niet met oprechte interesse. Dan volgt de rest meestal vanzelf.


Laatste publicatie van PascalCuijpers

  • Leraren zijn net echte mensen

    ‘De kunst van onderwijs is mogen plaatsmaken voor verbeelding en durven openstaan voor verwondering…’

    September 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (4)