2.845
44

Wethouder Financiën, Onderwijs en Sport

Pieter Hilhorst (Voorburg, 1966) heeft politieke wetenschappen gestudeerd. Hij schreef voorheen een wekelijkse column voor de Volkskrant waarin hij vaak de logica van de overheid en de politiek ontrafelt. Daarnaast schreef hij theaterteksten en essays. Voor Llink presenteerde hij elke maandag het radioprogramma Oba Live. Voor de IKON maakte hij de televisieprogramma’s ‘Voor je Kiezen’ met interviews met alle lijsttrekkers voor de Tweede Kamerverkiezing (2002 en 2003) en Pioniers (2004) over mensen met baanbrekende ideeën. Hij schreef verschillende boeken, waaronder De Wraak van de Publieke Zaak (De Balie 2001). Zijn toneelstuk Hetze (2002) over een aanslag op een populistische politicus ging vijf dagen voor de moord op Pim Fortuyn in première. Van 2010 tot 2012 was Pieter Hilhorst ombudsman in het gelijknamige tv-programma van de VARA. Sinds 28 november 2012 is hij wethouder van financiën, onderwijs en sport van Amsterdam.

De aangeleerde hulpeloosheid van links

We moeten op zoek naar een alternatief voor zowel het neo-liberale zoek het zelf maar het als het collectivistische idee dat de overheid alle pech moet dempen

Is het mogelijk om met één begrip de essentie weer te geven van de crisis van progressieve politiek? Dat is geen eenvoudige opgave, want mensen kunnen met het grootste gemak heel veel oorzaken aandragen voor het defensief van links. Het komt door de verplaatsing van de politiek, door de globalisering, door de verambtelijking van de politiek, door de juridisering, door de informatisering en natuurlijk door de individualisering. Het lijkt wel alsof elk woord dat eindigt op ‘ing’, eng is. Tegenover zo’n overdaad aan ontwikkelingen en processen die progressieve politiek lastig maken getuigt het bijna van overmoed om te denken dat het mogelijk is met één begrip de essentie van het defensief te kunnen weergeven. Toch is dat mijn stelling. En dat ene begrip is aangeleerde hulpeloosheid.

De term aangeleerde hulpeloosheid is gemunt door de Amerikaanse psycholoog Martin Seligman. In de jaren zestig ontwikkelde hij een experiment met honden. Honden werden in een harnas opgesloten en kregen electroshocks toegediend. Sommige honden konden die shocks stoppen door tegen een hendel te duwen. Bij andere honden werkte die hendel niet. Bij hun stopte de electroshocks pas als een andere hond tegen zijn hendel duwde. Voor deze honden was het dus een volstrekt raadsel hoe het kwam dat de pijn begon en weer stopte. In het tweede deel van het experiment zaten honden in een ruimte die in tweeën was gedeeld met een laag hek. De honden konden daar makkelijk over heen springen. In het experiment werd een deel van de vloer onder stroom gezet. De honden kregen zo een pijnsensatie. Volgens de klassieke theorie komen dieren dan in actie. Op gevaar reageren ze door te vechten of te vluchten. Maar de honden die net al vergelijkbare pijnen hadden gekregen waar ze niks aan konden doen, deden dat niet. Zij sprongen niet over het hekje, maar bleven op de grond liggen janken. Ze hadden geleerd om hulpeloos te zijn.

De experimenten van Seligman kwamen voort uit zijn studie van depressie. En dat is precies wat aangeleerde hulpeloosheid veroorzaakt. Een diepe depressie. Het gevoel dat het slecht gaat, altijd slecht zal blijven gaan en dat je niks kan doen om het beter te laten gaan.

Progressieven verkeren in zo’n staat van depressie omdat ze het slachtoffer zijn van aangeleerde hulpeloosheid.

Als ze zich te weer stellen tegen discriminatie, krijgen ze het verwijt dat ze de problemen van de multiculturele samenleving proberen te verdoezelen. 

Als ze de problemen van de multiculturele samenleving breed uitmeten, krijgen ze het verwijt dat ze meehuilen met de Wilders wolven.

Als ze Wilders bekritiseren, krijgen ze het verwijt dat ze hem met hun politieke correctheid de mond willen snoeren.

Als ze instemmen met een verhoging van de pensioenleeftijd verraden ze hun idealen.

Als ze zich keren tegen een pensioenakkoord, sluiten ze hun ogen voor de werkelijkheid.

Als ze pleiten voor steun aan de Grieken, dan proberen ze gewone mensen een Europees ideaal door de strot te douwen.

Als ze roepen dat die spilzieke Grieken onder curatele moeten worden gezet, gooien de internationale solidariteit te grabbel.

Het is nooit goed of het deugt niet.

En dus is krampachtigheid troef.
Het is wikken en wegen.
Manoeuvreren op de vierkante millimeter.
Of in de termen van het experiment van Seligman:
Stilliggen en apathisch janken.

Het bijzondere aan het experiment van Seligman is echter dat sommige honden niet klein te krijgen zijn. Ook al zijn ze in een machteloze positie gebracht, als ze de kans krijgen springen ze over het hek alsof ze nooit machteloos zijn geweest.
Die honden zijn de echte progressieven.
En aan die honden moeten progressieven een voorbeeld nemen.
Volgens Seligman is optimisme bij deze houding het sleutelwoord. Alles begint bij de overtuiging dat het beter kan.

But you can’t get what you want, unless you know what you want.

Het optimisme moet niet ongericht zijn.

Het moet daarom beginnen bij bezinning op de diepste waarden.

Voor mij is dat solidariteit. Lotsverbondenheid. De overtuiging dat we verantwoordelijk zijn voor elkaars lot. Als iemand pech heeft, laten we hem niet stikken. Als iemand ziek is krijgt hij verzorging, als iemand valt helpt een ander hem op de been. 

Dat streven naar solidariteit is zo oud als wat, maar dat streven moet wel een nieuwe vorm krijgen.

We hebben op dit moment onze solidariteit uitbesteed aan de staat. En de staat ligt onder vuur. Mark Rutte noemt de staat een geluksmachine. In een beweging maakt hij van iedereen die is aangewezen op de staat een gelukszoeker. Precies wat eerder is gedaan met asielzoekers. Eerst werden ze gelukszoekers genoemd en daarna hield de solidariteit op. Want waarom moet ik opdraaien voor het gelukzoeken van een ander. Onder het mom van eigen verantwoordelijkheid worden mensen zo aan hun lot overgelaten. Succes is de eigen verdienste en falen de eigen schuld. Wie het niet redt, moet maar op de blaren zitten.

Maar de staat is geen geluksmachine. Het is een pechdemper. De verzorgingsarrangementen komen voort uit een besef van kwetsbaarheid. Sommige tegenslagen zijn te groot om alleen op te vangen.

Dat wil niet zeggen dat we maar moeten houden wat we hebben. Dat is conservatief links.

Het miskent dat de organisatie van solidariteit via de staat veel nadelen heeft.

Bureaucratische solidariteit kweekt passiviteit, calculerend gedrag en levert mensen die op solidariteit zijn aangewezen uit aan een bureaucratisch juridisch keurslijf.

Als VARA ombudsman heb ik veel te maken met mensen die tegen een muur oplopen als ze zich wenden tot de overheid. Veel mensen haten de instellingen die bedoeld zijn om hen te ondersteunen. Ze haten de helpende hand. Dan is er iets radicaals mis. Het is dus tijd om solidariteit op een andere manier vorm te geven.

We moeten op zoek naar een alternatief voor zowel het neo-liberale zoek het zelf maar het als het collectivistische idee dat de overheid alle pech moet dempen. Ik heb dat alternatief wel samenredzaamheid genoemd. Of sociale veerkracht. Het vermogen om met behulp van je netwerk tegenslagen op te vangen. 

Laat ik een voorbeeld geven.
Enige tijd geleden heb ik een column geschreven over het Broodfonds. In een broodfonds verenigen zelfstandigen zonder personeel zich om zich in te dekken tegen inkomensverlies door ziekte. Alle leden van het broodfonds sparen een vast bedrag per maand op een aparte rekening. Als iemand ziek is, krijgt hij van elk lid een gift om de maand door te komen. De zieke krijgt dus op zijn rekening 40 kleine donaties. Solidariteit heeft zo een gezicht. Je weet voor wie je wat doet en je weet van wie je wat krijgt.

Een vriend zei tegen mij. Je moet ook in de praktijk brengen wat je preekt. Je bent zelf een ZZP’er. Zullen we niet een broodfonds oprichten. Ik gaf hem gelijk en deed een oproep op twitter. Binnen een dag hadden zich zeventig mensen aangemeld. En dit weekend richten wij ons eigen broodfonds op.

Het broodfonds laat zien dat voor succes, het optimisme niet alleen gericht moet zijn, maar dat er ook creativiteit nodig is.

Verbeeldingskracht is essentieel. Zo als de wereld is hoeft hij niet blijven. Het kan anders.

Het wil niet zeggen dat we de hele verzorgingsstaat moeten inruilen voor broodfondsen. Het laat wel zien waar de kracht ligt van de progressieve beweging. Die schuilt erin dat mensen zich verenigen om sterker te staan.

Dat uitgangspunt moet ook centraal staan bij de hervorming van de publieke sector. Het is nostalgische onzin om te denken dat als de staat zich terugtrekt mensen vanzelf weer voor elkaar gaan zorgen. Mensen willen niet zozeer dat de overheid kleiner wordt maar dat de overheid weer van hen wordt. Ze willen niet machteloos staan tegenover een bureaucratisch moloch. Ze hebben het idee dat zij worden verwaarloosd en anderen worden verwend. Het vertrouwen in de eerlijkheid van de overheid is verdwenen. De overheid moet daarom niet kleiner worden, maar burgers moeten weer het gevoel krijgen dat de overheid van hen is. Ze moeten het beheer van de publieke zaak naar zich toetrekken.

In Amsterdam heb ik daarom met een aantal anderen het Wikistad-manifest geschreven. Wij willen geen consumenten zijn van de stad, maar producenten van de stad. Wij willen een stad die lijkt op Wikipedia. Met talloos veel mensen die een bijdrage leveren. Wij willen een stad die mensen met elkaar en voor elkaar maken.

Laat ik ook hier een voorbeeld van geven; de eigen kracht conferenties.
In multiprobleem gezinnen lopen uiteenlopende hulpverleners de deur plat. Maar niet zelden werken ze langs elkaar heen. Rob van Pagée geloofde dat dat anders kan. Hij gelooft dat zelfs probleemgezinnen hulptroepen hebben die ze kunnen mobiliseren om de problemen de baas te worden. En daarom organiseert hij eigen kracht conferenties. Op zo’n conferentie roept het gezin alle bondgenoten bij elkaar waarop ze een beroep kunnen doen. Buren, familieleden, vrienden. Met elkaar benoemen ze wat er mis gaat en maken een plan hoe het anders kan. Naar de effectiviteit van die plannen is onderzoek gedaan. Ze blijken ontzettend effectief. En wat nog bijzonderder is, dat de rol van professionele hulpverleners in die plannen beperkt is.

Ik noem dat een schoolvoorbeeld van sociale veerkracht, van het vermogen om met behulp van het eigen netwerk tegenslagen op te vangen. Het is een bijzondere wisselwerking tussen bijstand van de overheid en mobiliseren van het eigen initiatief.

Het is een model waarmee de hele publieke sector kan worden hervormd. Zo ben ik er voorstander van dat mensen die zich bij de sociale dienst melden, verplicht zijn om iemand mee te nemen uit het eigen netwerk die de grootste troef is bij het vinden van een baan. Met diegene wordt gezamenlijk een plan gemaakt hoe iemand weer aan de slag komt. Zo wordt afgerekend met de passieve uitkeringsfabriek van vroeger, maar ook met het onzinnige trajectencircus dat nu bij veel sociale diensten populair is.

Om deze omwenteling van de publieke sector voor elkaar te krijgen is niet alleen gericht optimisme en verbeeldingskracht nodig, maar ook uithoudingsvermogen. Zoiets lukt niet van vandaag op morgen. Om het vol te houden moeten we onze successen vieren. We moeten stil staan bij elke keer dat het lukt om de wereld een beetje beter te maken. Dat wakkert de honger aan. Als het hier anders kan, waarom zou het elders dan niet kunnen. 

Deze voorbeelden geven vorm aan het oeroude progressieve principe dat mensen zich moeten verenigen om beter greep te krijgen op hun eigen leven. Maar optimistische honden moeten zich niet beperken tot de eigen omgeving. Ons leven wordt ook bepaald door wereldomvattende krachten. En die krachten zijn weinig sociaal. Wij leven in een zwartrijderseconomie, waarin bedrijven de winsten voor zichzelf houden en de kosten afwentelen op het collectief. Dat hebben we gezien bij de banken. Een documentaire als Inside Job legt het cynisme van de bankiers genadeloos bloot. De schurken van Goldman Sachs verkopen moedwillig waardeloze producten en speculeren vervolgens op de implosie van de markt van die waardeloze papieren. En als banken en verzekeraars dan omvallen betaalt de overheid hun speculatiewinsten.

Of wat dacht u van het milieu. Ook daar bestaat een zwartrijderseconomie. Bedrijven houden de winst voor zichzelf, maar laten het collectief opdraaien voor de kosten van de milieuvervuiling.

Optimistische honden moeten dat niet pikken. Ze moeten proberen het kapitalisme te temmen en de vervuilers laten betalen.

De wereld veranderen is niet makkelijk. Maar een optimistische hond laat zich niet daar niet door uit het veld slaan. We moeten afrekenen met het cynisme van babyboomers die hun eigen teleurstelling als norm nemen.

Ze stellen: als wij de wereld niet kunnen veranderen dan kan niemand het.
Het is een totaal gebrek aan verbeeldingskracht.

Optimistische honden weten beter.
Zij laten zich hun optimisme niet afnemen.
Zij laten zich geen depressie aanpraten
Zij zwichten niet voor de aangeleerde hulpeloosheid.

Optimistische honden aller landen, verenigt u.

Geef een reactie

Laatste reacties (44)