1.096
69

Klimaatpublicist

Wijnand Duyvendak is klimaatambassadeur. Van 2002 tot 2008 was hij Tweede Kamerlid voor GroenLinks. In de jaren negentig was hij onder meer campagneleider en directeur van Milieudefensie. In de jaren tachtig was hij actief in de kraakbeweging en de anti-militaristische actiegroep Onkruit.

De aarde redden doet pijn, dat moeten we accepteren

De VN-top Rio + 20 zal niets opleveren, omdat niemand bereid is de noodzakelijke offers te brengen

Het is een knappe vondst, eind jaren tachtig. Een commissie van de Verenigde Naties, onder leiding van de Noorse premier Gro Harlem Brundtland, introduceert het idee van ‘duurzame ontwikkeling’. Het haalt de milieustrijd uit de hoek van de linkse geitenwollensokkentypes en verbindt het met het ontwikkelingsvraagstuk. Het rekent af met de tegenstelling tussen economische groei en milieu. Economische groei is, ook in de rijke landen, een voorwaarde om armoede op te kunnen heffen, zo is het idee. Maar deze groei moet wel ‘duurzaam’ zijn. Regeringsleiders uit de hele wereld onderschrijven in 1992 in Rio de Janeiro met groot enthousiasme het nieuwe concept. Al zegt president Bush senior: “The American way of life is not negotiable.” Deze waarschuwing wordt nauwelijks gehoord te midden van alle euforie.

De top in 1992 valt in een periode van mondiaal optimisme. De Muur is net gevallen en de verlamming van de Koude Oorlog lijkt doorbroken. Er gloort een nieuwe wereldorde en de gigantische defensiebudgetten kunnen afgebouwd worden. Er lijkt ruimte te ontstaan om verwaarloosde problemen als milieudegradatie en onderontwikkeling aan te pakken. In Rio de Janeiro spreken de regeringsleiders af het verlies aan biodiversiteit, de kap van tropische bossen en de opwarming van de aarde met grote urgentie te gaan bestrijden.

De afgelopen twintig jaar laten zich lezen als een zegetocht van het idee van duurzame ontwikkeling, tegenwoordig vaak afgekort tot: duurzaamheid. Het onttrekt zich grotendeels aan de links-rechts polarisatie, zoals die op veel andere terreinen te zien is. Iedereen wil inmiddels meedoen. Honderden gemeenten wereldwijd hebben de ambitie uitgesproken hun eigen energie op te wekken, met zon en wind. Multinationals spannen zich in hun CO2-uitstoot te verminderen.

Toch heeft deze zegetocht niet kunnen voorkomen dat de afgelopen twintig jaar de uitstoot van broeikasgassen met meer dan dertig procent is gestegen, de biodiversiteit sterk is afgenomen, en de kap van bossen in hoog tempo is doorgegaan. De armoede is overigens wel afgenomen, vooral door de opkomst van nieuwe economieën in Azië en Latijns Amerika. Het is een intrigerend contrast: terwijl de steun voor het idee van duurzaamheid sterk groeit, stijgt de uitstoot van broeikasgassen net zo snel.

Volgende week vindt, twintig jaar na de eerste VN-milieutop in Rio de Janeiro, weer een grote top plaats over hetzelfde onderwerp. En weer in Rio de Janeiro – Rio+20 heet hij. De belangstelling zal veel kleiner zijn dan in 1992. Toen reisden namens de Nederlandse regering maar liefst de ministers Alders (milieu), Pronk (ontwikkelingssamenwerking) en premier Lubbers naar Brazilië af. Dit keer stappen slechts de staatssecretarissen Atsma en Knapen op het vliegtuig. Deze top dreigt een grote mislukking te worden, nieuwe politieke stappen zullen uitblijven.

Dit keer willen de ontwikkelingslanden en China niet weer de zoveelste mooie wensenlijst formuleren. Ze roepen de wereldgemeenschap op eerst grondig te analyseren waarom er van de ambities uit 1992 zo weinig terecht is gekomen. Maar ze vinden hiervoor tot nu toe weinig gehoor. De nadruk ligt op nieuwe plannen en voornemens, zoals zo vaak in het milieubeleid. De vraag of alle inspanningen effect hebben, wordt niet gesteld. En ook het trekken van lessen is niet de inzet.

Duurzaamheid is een optimistisch begrip. Het wordt vaak vertaald in de drie p’s: people, planet, profit. Er moet een balans tussen deze drie gevonden worden, alsof ze alle drie tevredengesteld kunnen worden. Maar de drie p’s vertegenwoordigen elk (vaak) tegenstrijdige belangen. Ze zijn in die zin geen oplossing, maar eerder een probleemstelling. Maar ook de vraag hoe met deze spanning tussen de drie p’s om te gaan, wordt niet gesteld. Duurzaamheid geeft geen route aan.

Het is begrijpelijk, die behoefte om vooral de baten van duurzaamheid te benadrukken. Een optimistisch verhaal trekt volle zalen. Maar het is niet zonder risico. Een juichende boodschap is geen voorwaarde om grote groepen mensen mee te krijgen. Dat is een hardnekkig misverstand. Wat mensen vragen is een plan, het vertrouwen dat er een oplossing is en duidelijkheid over de weg ernaartoe. Wat ze niet willen is op het verkeerde been gezet worden. Als alleen de baten van beleid in beeld worden gebracht, dan wordt het lastig om burgers en bedrijven de kosten ervan alsnog voor te schotelen. En die kosten zijn er. De aanpak van de milieucrisis kent een prijs. Het is niet alleen maar een groot feest. Eindeloos veel vliegen, grote en zware auto’s rijden, het tart de ecologische grenzen. Vervuilende industrieën zullen moeten krimpen. Dat doet onvermijdelijk pijn. Dat moeten beleidsmakers niet verzwijgen.

Er is een code voor de dilemma’s in het klimaatbeleid: 10 – 7 – 1. Het eerste getal staat voor de 10 ton CO2 die een gemiddelde Nederlander per jaar produceert. Mensen kunnen zelf door gedragsveranderingen en aanpassingen in hun huis maximaal 3 ton uitstoot besparen. Wat dan resteert is 7 ton CO2. Maar in 2050 kunnen we ons nog maar een uitstoot van 1 ton permitteren. Het is een reusachtige opgave om van 7 naar 1 ton te komen. Krachtig politiek ingrijpen is hierbij onmisbaar: zeer strenge normen voor auto’s en elektrische apparaten, een belasting op (rund)vlees, aanpassingen van elektriciteitsnetten zodat er veel meer energie met zon en wind kan worden opgewekt. Dit betekent een breuk met de politiek van de laatste decennia waarbij de nadruk, ingegeven door een sterke neoliberale wind, lag op vrijwilligheid, convenanten en subsidies.

Noem het ecologische politisering: het besef dat krachtige politieke maatregelen broodnodig zijn en dat daarvoor betaald moet worden. Wanneer de politiek niet snel de duurzame golf krachtig gaat ondersteunen, zal deze de komende jaren onvermijdelijk aan kracht verliezen. De barrières die ze moet overwinnen zullen te groot worden. We zullen bereid moeten zijn onze manier van leven, van consumeren en produceren aan te passen. Dit roept onvermijdelijk weerstanden op, denk aan de uitspraak van president Bush senior in 1992 in Rio de Janeiro.

De VN-top Rio + 20 dreigt voor de noodzakelijke ecologische politisering een gemiste kans te worden. Regels die het milieu beschermen en ontwikkeling stimuleren zullen er niet worden vastgelegd. Fossiele brandstoffen zullen niet duurder worden.

Een volgende testcase, zij het op andere schaal, zijn de Nederlandse verkiezingen op 12 september. Neemt Nederland dan weer de lead, zoals ze er ook in 1992 in Rio de Janeiro hard aan trok en zeer prominent aanwezig was?

Dit artikel verscheen in het NRC Handelsblad van zaterdag 16 juni (betaalde toegang)

Geef een reactie

Laatste reacties (69)