2.359
187

Journalist

Erwin Lamme heeft HBO-communicatiesystemen gestudeerd. Daarna heeft hij diverse banen gehad, onder andere als redacteur bij Veronica Magazine. Tegenwoordig werkt hij voor de Gooi- en Eemlander.

De achterhaalde strijd tussen links en rechts

De nieuwe strijd gaat tussen de professionelen en populisten

Sinds Pim Fortuyn begin deze eeuw de aanval opende op de gevestigde politiek, is het politieke landschap blijvend veranderd. Er bestaat nauwelijks nog een kloof tussen burger en politiek. En de strijd tussen links en rechts heeft plaatsgemaakt voor de strijd tussen professionelen en populisten.

De afgelopen twee parlementaire jaren waren om meerdere reden zeer interessant. Nadat Geert Wilders de stekker uit Rutte-1 trok vanwege de door Brussel gewenste begrotingsdiscipline, was het opvallend hoe snel er orde in de chaos werd geschapen toen de ‘Kunduz-coalitie’ binnen twee dagen tot een Lente-akkoord kwam waarin totaal voor 12 miljard werd bezuinigd en lasten verzwaard. Nooit eerder werd er zo snel een tussentijds regeerakkoord gesloten wat erop duidt dat het politieke midden tegenwoordig een groot aantal partijen beslaat.

Interessant was natuurlijk ook de daarop volgende campagne. De vrees bij velen was dat er een onmogelijke verkiezingsuitslag zou komen die het land nog onbestuurbaarder zou maken. Enerzijds was er de SP die als een komeet steeg in de peilingen. Anderzijds was er de PVV die op de golven van de eurocrisis een uitgesproken anti-Europa-campgane voerde en mogelijk wel eens zou kunnen winnen. Maar het liep anders. De PvdA maakte in de campagne een ruk naar links en de VVD een ruk naar rechts. Het gevolg was een schijnbaar gepolariseerde strijd tussen de PvdA en de VVD, maar in electorale zin ging de strijd tussen enerzijds de VVD en de PVV en anderzijds tussen de PvdA en de SP. De opluchting in de media was voelbaar toen bleek dat VVD en de PvdA deze strijd gewonnen hadden. Het gematigde politieke midden was weer terug, ook al had het CDA fors verloren.

De conclusie van de afgelopen tijd moet zijn dat de strijd tussen links en rechts achterhaald is. Weliswaar richt de PvdA zich nog altijd op een goede publieke sector terwijl de VVD zich focust op een kleine overheid, maar het feit dat beide partijen elkaar na de verkiezingen snel in de armen vielen en moeiteloos een regeerakkoord sloten, duidt er op dat de oude ideologische kloof tussen links en rechts aanzienlijk is verkleind de afgelopen jaren. Het draait tegenwoordig veel meer om begrotingsdiscipline, een sterke economie en een constructieve houding naar Europa, en daarin kunnen PvdA en VVD elkaar uitstekend vinden. De kans is dan ook groot dat PvdA en VVD het lang met elkaar uithouden.

De nieuwe politieke strijd gaat veel meer tussen het midden en de flanken. Grofweg zou je kunnen stellen dat de middenpartijen zijn aan te duiden als professioneel, terwijl de flanken vooral populistisch zijn. Dit lijkt een goedkope manier van framing, maar met professioneel bedoel ik vooral oplossingsgericht en met populistisch bedoel ik vooral een volkse politiek en die is niet per definitie fout. De SP en de PVV komen vooral op voor de gewone man en het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel electorale uitruil is tussen deze partijen. Beide partijen wilden aanvankelijk de AOW op 65 jaar houden. Beide partijen koesteren de zorg en de sociale zekerheid. En beide partijen stellen zich kritisch op ten opzichte van de Europese Unie.

Het bezwaarlijke van de populistische partijen is echter dat ze nauwelijks oplossingen bieden voor de problemen van deze tijd. Zowel de SP als de PVV wijzen de Europese compromissen zoals het stabiliteitspact, de begrotingsautoriteit en het ESM volledig af. Beide partijen bieden ook niet echt een serieuze alternatieve route om de eurocrisis te beteugelen. Ook op het gebied van binnenlandse politiek bieden beide partijen geen haalbare politiek om de problemen op te lossen. Zowel de plannen van de SP als de PVV komen neer op meer geld uitgeven terwijl er een gat is in de begroting van 20 miljard en terwijl er Europese afspraken zijn. De SP wil weliswaar defensie nog verder afbreken, maar de SP pleit vooral voor een investeringsplan en een overheidsinvesteringsbank voor het MKB, terwijl hier geen geld voor is. De oplossingen van de PVV zijn nog onmogelijker: uit de euro, minder afdracht aan de EU, volledig afbreken ontwikkelingshulp en lastenverlichting. Dit is niet alleen zeer kostbaar, maar er is geen partij te vinden die hieraan wil meewerken.

De oplossingen van de professionele middenpartijen (GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, CDA, SGP, D66 en VVD) zijn aanzienlijk haalbaarder. Zij kiezen voor een combinatie van hervormen en bezuinigen van de verzorgingsstaat, de woningmarkt en de arbeidsmarkt en stellen zich constructief op richting de Europese Unie. Alleen hun afstand tot de gewone man is natuurlijk groter omdat die vooral de prijs betaalt van alle maatregelen. Dat is de prijs die de professionele middenpartijen betalen voor het dienen van het algemeen belang, namelijk het financieel gezond maken van de overheid en het oplossen van de eurocrisis. Kortom, de nieuwe strijd gaat tussen de populisten die opkomen voor de gewone man en de professionelen die opkomen voor het algemeen belang.    

Geef een reactie

Laatste reacties (187)