Laatste update 04 november 2018, 10:02
3.219
9

De Amsterdamse Droom

Het lijkt potverdorie wel of ze die brillen, Fjällräven Kånken rugzakken, hoogwater spijkerbroeken en mutsjes uitdelen als je uitstapt op Amsterdam Centraal

cc-foto: Marco Verch

Op het Bijlmerplein waar ik met enige regelmaat overheen loop om boodschappen te doen zijn in vier dagen tijd maar liefst twéé handgranaten achtergelaten. Ik woon nu alweer bijna vijf jaar in De Grote Stad maar aan dit soort verschijnselen moet ik nog altijd wennen. In het kleine provinciestadje waar ik vandaan kom werden nooit handgranaten voor de supermarkt gelegd. En als dat wel het geval was waren we er na een ouderwets rondje roddelen waarschijnlijk zó achter wie het had gedaan. ‘Ach, onze Martijn heeft op zolder een museum spulletjes uit de Tweede Wereldoorlog,’ zou zijn moeder vertellen. ‘Gister kom ik boven met een kop thee en een roze koek val ik bijna over een doos handgranaten! Ben je nou helemaal betoeterd, Martijn! riep ik. Die troep mijn huis uit! Nou toen heeft die sufferd ze bij de Albert Heijn gelegd waar ik er alsnog over struikelde…’

Ondertussen wemelt het in mijn buurt van de motoragenten en straatcoaches die ons met wantrouwende blikken gadeslaan. Telkens als ik boodschappen ga doen kijk ook ik naarstig uit naar een zonderling figuur in een legerbroek en een tas met bedenkelijke inhoud maar daar lopen er hier in Amsterdam zóveel van rond.

In mijn dorp hadden we niet eens een zwerver. Hier staat bij elke buurtsuper wel een verdwaalde Sinterklaas met schurftplekken, een halve liter en een dakloze krant.

Veel jongeren uit De Provincie verhuizen naar De Grote Stad om er De Amsterdamse Droom te verwezenlijken. Om er Anders te zijn.

Hier kunnen we met een gerust hart door de straten huppelen met een ring door onze neus en een bril van Charlie Temple waardoor we er precies hetzelfde uitzien als andere naar De Grote Stad verhuisde jongeren. Het lijkt potverdorie wel of ze die brillen, Fjällräven Kånken rugzakken, hoogwater spijkerbroeken en mutsjes uitdelen als je uitstapt op Amsterdam Centraal. Ook ik zit momenteel aan de lange eikenhouten tafel voor millenials in een koffieschuur vol vurige ambitie naar mijn laptop te staren waar ze gezellig je naam door de zaak heen schreeuwen en jouw peperdure beker links gedraaide cacaobonen yoghurt met kaneelpoeder, hazelnotentopping en chocosnippers, honing en een dubbele shot espresso in de lucht houden als het Vrijheidsbeeld haar vlammende toorts.

Ook ik zit erbij met een ouderwets hippe bril op mijn neus alsof ik hem zojuist van mijn dooie oma uit de kist heb gerukt.

Wij, de millennials die naar De Grote Stad verhuizen, vermommen ons. Met kleren, rugzakken en brillen die we nooit gedragen zouden hebben in de dorpen waar we vandaan komen. We vermommen ons om bij de Mensen Uit De Grote Stad te horen. We fietsen hier rond alsof we hier al jaren wonen. Granaatje meer of minder, daar kijken wij niet meer van op. En thuis op ons kamertje maar stiekem hyperventileren in een papieren zak van de Burger King.

Persoonlijk merk ik dat ik toch nog steeds de bezitter ben van een Brabants Hart.

‘I am Provinciaal,’ zou er met grote letters op onze granaatloze dorpspleinen moeten staan.

Tegenover mij aan de millennials tafel zit er overigens een beeldschoon meisje met gitzwart haar tot op haar schouders. Ook zij zit met een ongetwijfeld belangrijke taak en een daarbij behorende blik naar haar scherm te staren. Naast haar Chai Latte met een extra shot bosbessensiroop met een twist en kokosschraapsel ligt een dik opengeklapt boek waar ze zo nu en dan een serieuze blik op werpt. Zojuist heb ik haar gevraagd of ze even op mijn laptop wilde letten zodat ik op het bord kon kijken wat voor koffienonsens ze ons hier allemaal voorschotelen.  Met een onverwacht Vlaamse tongval antwoorde ze dat dit geen probleem was. Terug aan tafel probeerde ik ogenschijnlijk geconcentreerd bezig verschillende vervolgzinnetjes uit in mijn hoofd en begon ten slotte maar te leuteren over mijn nieuwe bril en vroeg wat zij ervan vond. ‘Hij staat u goed,’ zei ze opgewekt. ‘Hij past goed bij u hoofd.’

Ze knikte naar haar Koreaanse vriendin naast haar die zich verder niet met ons gesprek bemoeide en zei dat ze haar bril ook goed bij haar hoofd vond staan wat ik beaamde. Wat leuk dat ik zomaar opeens begon te praten vond ze. Dat was echt Nederlands, in België zouden ze dat niet zo snel doen. Ze woonde net twee maanden in Amsterdam vlakbij het AMC. Ze studeerde geneeskunde.

‘Dan zul je vast wel slim zijn,’ leuterde ik verder. ‘Och, da valt mee,’ zei ze. ‘Gij kunt het ook.’ Dit betwijfelde ik. Mijn eigen reet afvegen en zo nu en dan een stukje tikken, dacht ik, meer moet je doorgaans niet aan mij vragen. Het leek me niet charmant dit te antwoorden. Kwam ze ook uit een provinciestadje? Neen, ze kwam van Antwerpen. Ik vertelde haar over de handgranaten waar iemand hier in de buurt mee rondstrooide. Ze schrok. ‘Het is hier niet echt een goede wijk ofwel?’

‘Vroeger niet,’ oreerde ik alsof ik er zelf bij was geweest. ‘Toen zat het hier vol met junks, maar nu is het een heel stuk beter.’

Haar Koreaanse vriendin keek door haar Harry Potter glazen even naar mij op, gaapte en zei in het Engels tegen haar vriendin dat ze nu toch wel echt honger had. Mijn Vlaamse schone vroeg aan mij of ik misschien een leuke plek wist om te eten.

‘Ik ga altijd broodjes kip halen bij het winkeltje vlakbij Bijlmer Arena,’ vertelde ik naar waarheid. ‘Daar tegenover zit ook een eazie,’ zei ik met mijn racistische oog op haar Aziatische vriendin. ‘Misschien kun je daar iets halen.’

Ik trok mijn tas op schoot en schoof mijn dichtgeklapte laptop erin waarna ik hem over mijn schouder hees. ‘Nou, nog een fijne avond verder,’ zei ik stoer. En weg was deze jongen uit De Grote Stad. Door de mistige kou liep ik door de Amsterdamse Poort.

Bij de Albert Heijn zag ik een schim  met een mijter en een staf die iets uit zijn tas haalde en dat met zijn voet voorzichtig richting de schuifdeuren schoof.  Vast een vreemdeling zeker, dacht ik. Die verdwaald is zeker, ik zal maar niet gaan vragen naar zijn naam.


Laatste publicatie van Ties Teurlings

  • Krentenkoppen

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (9)