2.618
32

Gerontoloog

Dr. Aubrey de Grey (Londen, 20 april 1963) is een Brits biomedisch gerontoloog. Hij is als Chief science officer verbonden aan de Sens foundation en werkt voornamelijk aan het tegengaan van veroudering. Hij is auteur van het boek 'Ending aging'

De beperkte houdbaarheid van de monogamie

Er komen andere tijden!

De evolutiebiologie kent talrijke overtuigende argumenten waarom diverse soorten – met name homo sapiens – hebben gekozen voor een patroon van langdurige relaties tussen de geslachten. Ik heb als mijn onderwerp echter niet een van deze verklaringen genomen. In plaats daarvan wil ik het hebben over de verklaring waarom we aan de vooravond staan van de grootste maatschappelijke – als tegenstelling van technologische – verandering in de geschiedenis van de beschaving. Een verandering die zich veel eerder zal voltrekken dan de meeste mensen beseffen.

In 1971 introduceerde de Amerikaanse filosoof John Rawls de term ‘reflectief evenwicht’ als omschrijving van ‘een staat van evenwicht of samenhang tussen overtuigingen die is ontstaan door het onderling afstemmen van algemeen geldende principes en concrete situaties’.*

Dat betekent in de praktijk dat reflectief evenwicht draait om de vraag hoe we logische inconsistenties in ons gangbare morele kompas herkennen en oplossen. Voorbeelden zoals het afwijzen van de slavernij en allerlei ismen en vormen van discriminatie – op sekse, op leeftijd et cetera – zijn volstrekt helder: de meest overtuigende waren altijd die argumenten waarmee de hypocrisie aan de kaak werd gesteld van het blijven vasthouden aan bestaande opvattingen, terwijl er bij onmiskenbaar vergelijkbare zaken al een heel andere koers werd gevaren. Reflectief evenwicht krijgt mijn stem als de mooiste, elegantste verklaring, vanwege de immens brede toepasbaarheid ervan, en vanwege zijn onafhankelijkheid van andere controversiële stellingnames.

Maar vooral ook omdat het begrip reflectief evenwicht uitstijgt boven het vraagstuk van het cognitivisme, de discussie over het al dan niet bestaan van een objectieve moraal. Volgens aanhangers van het cognitivisme zijn sommige handelingen inherent goed of slecht, ongeacht de maatschappelijke context – vergelijkbaar met de opvatting dat de wetten van de natuurkunde onafhankelijk zijn van degenen die de effecten ervan waarnemen. Niet-cognitivisten daarentegen zijn van mening dat geen enkele morele opvatting universeel is en dat elke – hypothetische – maatschappij ongebonden haar eigen morele regels creëert, zodat zelfs daden die wij als onmiskenbaar immoreel zouden beschouwen, in een andere cultuur moreel onaanvechtbaar kunnen zijn. Bij het concreet bepalen van de morele aanvaardbaarheid of verwerpelijkheid van een bepaalde opvatting bevrijdt het reflectief evenwicht ons echter van de noodzaak een standpunt over het cognitivistische vraagstuk in te nemen. Kort gezegd komt het erop neer dat het reflectief evenwicht verklaart waarom we niet hoeven te weten of moraliteit een objectief gegeven is.

Van de talloze onderwerpen waarop het reflectief evenwicht zinvol kan worden toegepast, kies ik voor de monogamie, omdat de positie die onze westerse samenleving daartegenover inneemt op een cruciaal punt is aangeland. De huidige opvatting over monogamie is vergelijkbaar met die over heteroseksualiteit nog maar enkele tientallen jaren geleden, of met de tolerantie jegens de slavernij in de negentiende eeuw. Er is een groep die er afstand van neemt, er is een aanzienlijk kleinere minderheid die actief pleit voor afschaffing, maar de overgrote meerderheid blijft voorstander en verafschuwt het minderheidsstandpunt.

Waarom bevinden we ons op een ‘cruciaal punt’? Omdat dit het punt is waarop verlichte denkers een wezenlijke invloed kunnen hebben op de snelheid waarmee de overgang naar een nieuwe, moreel onontkoombare stellingname zich voltrekt.

Om te beginnen wil ik duidelijk stellen dat ik het hier heb over seks en niet – althans niet per se – over hechtere, emotionele relaties. Wat onze opvattingen of voorkeuren ook mogen zijn ten aanzien van de aanvaardbaarheid of wenselijkheid van hechte, emotionele relaties met meer dan één partner, de verantwoordelijkheden die dergelijke relaties met zich meebrengen, slokken doorgaans een groot deel op van de vierentwintig uur die we per dag tot onze beschikking hebben.

De complicaties van deze ongemakkelijke waarheid zijn een onderwerp voor een andere keer. In deze verhandeling concentreer ik me op contacten die al dan niet op regelmatige basis dusdanig vrijblijvend zijn dat beschikbaarheid van tijd geen probleem vormt.

Een bewijsvoering die zich baseert op het reflectief evenwicht, begint altijd met het identificeren van de conventionele standpunten, waarmee vervolgens een parallel wordt getrokken. In dit geval draait alles om jaloezie en bezitsdrang. Laten we schaken of drinken als voorbeeld nemen, activiteiten die mensen doorgaans niet in hun eentje beoefenen. Vinden we het redelijk als een vriend met wie je regelmatig een partijtje schaakt gekwetst reageert wanneer je een keer met iemand anders speelt? Sterker nog, zouden we iemand die zich zo bezitterig opstelt niet onaanvaardbaar bazig en egoïstisch vinden?

Ik neem aan dat inmiddels duidelijk is wat ik wil zeggen: dat seks zich moreel in geen enkel opzicht onderscheidt van andere activiteiten die worden verricht door twee – of meer – mensen. In een wereld waarin reproductieve efficiëntie niet langer een drijfveer is, en ervan uitgaande dat alle partijen gepaste voorzorgsmaatregelen nemen wat betreft zwangerschap en ziekte, is seks in de overgrote meerderheid van de gevallen een recreatieve activiteit. In hoeverre onderscheidt seks zich dan in moreel opzicht van andere recreatieve activiteiten?

Wanneer we inzien dat een dergelijk onderscheid niet bestaat, dwingt het reflectief evenwicht ons tot een keuze uit twee stellingnames: óf we vinden het verwerpelijk dat onze vaste tegenstanders op het schaakbord ook met anderen spelen, óf we vinden het equivalent als het om seks gaat niet langer verwerpelijk.

Mijn voorspelling dat het einde van de monogamie met rasse schreden nadert, baseer ik op het hierboven genoemde wegvallen van de noodzaak tot reproductieve efficiëntie. Door de geschiedenis heen zien we in elke samenleving een sterke terugloop in gezinsgrootte wanneer een samenleving een mate van welvaart bereikt die ruimte geeft voor scholing en emancipatie van de vrouw. Monogamie is de facto een vereiste wanneer een vrouw haar leven lang verantwoordelijk is voor de zorg voor de kinderen, omdat anders geen duurzame financiële ondersteuning kan worden gegarandeerd. Maar dat geldt niet langer in een samenleving waarin zowel vrouwen als mannen financieel onafhankelijk zijn. En het geldt in het bijzonder voor het steeds groter wordende percentage mannen en vrouwen dat ervoor kiest het krijgen van kinderen uit te stellen tot latere leeftijd, of ervoor kiest helemaal geen kinderen te krijgen.

Ik besef dat er voor een snelle verandering in het ethische kompas van een maatschappij meer nodig is dan het verwijderen van invloeden die zorgen dat de status quo gehandhaafd blijft; er moet ook sprake zijn van een actieve prikkel. Wat is die prikkel in dit geval?

Heel simpel: het zijn de pijn en het lijden die optreden wanneer de onverbrekelijk met de monogame denkrichting verbonden jaloezie en bezitsdrang in botsing komen met de asynchrone verschuivingen in affectie en ambitie, inherent aan de veranderende sociale interacties.

Nodeloos lijden is voor iedereen een gruwel. En dus heeft het inzicht dat deze vorm van lijden volstrekt onnodig is niet alleen een onweerstaanbare ethische kracht – via het principe van het reflectief evenwicht – maar levert het bovendien een enorme emotionele winst op.

Er komen andere tijden!

* John Rawls, A Theory of Justice. Cambridge MA: Belknap Press, 1971

Dit stuk is een voorpublicatie uit het boek ‘Dit verklaart alles’. John Brockman, oprichter van de website edge.org, stelt jaarlijks één vraag aan een selectie van de meest interessante wetenschappers en kunstenaars ter wereld. Dit jaar was de vraag: ‘Wat is je favoriete diepe, elegante of mooie verklaring?’ In Dit verklaart alles delen 156 Nederlandse en internationale toonaangevende denkers hun antwoord op deze vraag. De wetenschappers die aan het woord komen zijn dagelijks bezig met de theorieën en oplossingen van deze tijd, vanuit de filosofie, wiskunde, economie, geschiedenis, linguïstiek en gedragswetenschappen.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)