2.295
34

Natuurwetenschapper

Joep Bos-Coenraad ('82) is informaticus en chemicus en werkt als onderzoeker aan de Radboud Universiteit. Tevens is hij, en dat is allemaal misschien nog wel belangrijker, vader, blogger, windsurfer, open standaarden activist, kippenhouder, moestuinier, fijnproever, duiker en recreatief l33th4x0r. Joep kent alle songteksten van Guillermo & Tropical Danny uit zijn hoofd.

De bittere noodzaak van eerlijke handel

Waarom de Nederlandse maakindustrie op sterven na dood is, en waarom dat zo kwalijk is

Een tijdje geleden was ik op bezoek bij een oud-collega, in de fabriek van NXP in Nijmegen. Een chipfabriek vol indrukwekkende machines. Nog indrukwekkender vond ik de infrastructuur: op ieder moment van de dag worden door honderden mensen vele duizenden wafers* vol chips door de fabriek geloodst.

Maar fabrieken als deze zijn zeldzaam in Nederland. Ook deze fabriek zou niet opnieuw in Nederland gebouwd worden, maar ergens over een verre grens. Daar is productie goedkoper, en zo schrijft de wet van de markt het nou eenmaal voor. De voornaamste reden dat de Nijmeegse fabriek toch bestaat, is dat ze er al was, en dat verhuizen duurder is dan in Nederland doorgaan.

Adam Smith over internationale handel in een notendop
In het beroemde boek The Wealth of Nations beschreef Adam Smith met hele goede argumenten waarom een land niet zelf moet produceren wat een ander land veel goedkoper kan. Zijn theorie daarachter is eenvoudig te omschrijven aan de hand van een voorbeeld.

Laten we ons voor het gemak even een maatschappij voorstellen met slechts twee producten: wijn en kaas (daar kom je een heel eind mee, toch?). Als Nederlander wil je natuurlijk graag wijn in je kaaskop gieten. Dus wat ga je produceren? Kaas. En die ruil je vervolgens met Zuid-Europeanen tegen wijn. Dat levert per gewerkt uur veel meer wijn op dan wat de druivenoogst in Nederland ooit zal produceren.

The End.

Althans, daar zijn we sinds de 18e eeuw een beetje blijven steken. In Nederland leveren handel en diensten meer op dan productie, dus laten we productie steeds vaker uitvoeren in lagelonenlanden met schamele arbeids- en milieuregels.

Arbeidsomstandigheden
Natuurlijk zijn er morele bezwaren. Vinden we het niet erg dat de natuur in China heftig lijdt onder de verontreiniging van landbouw en industrie? Waarin middelen worden gebruikt die in Europa al decennia zijn verboden? We kennen allemaal de verhalen van de onveilige mijnen en de fabrieken waar door brand of instorting honderden doden te betreuren zijn. De arbeiders in deze fabrieken verdienen meestal niet eens genoeg om hun kinderen van basaal onderwijs te kunnen voorzien – als de arbeiders überhaupt al volwassen zijn.

In Nederland kennen we een minimumloon dat voorschrijft dat iedereen die werk verricht daarmee tenminste zoveel moet verdienen om waardig van te kunnen leven. Een noodzakelijkheid in deze tijd, aangezien de macht over steeds meer banen in de handen komt van een kleine groep multinationals.

Het gevaar van grootschaligheid
Voor een illustratie van het gevaarlijke effect daarvan hoeven we niet naar de andere kant van de wereld. Onze supermarkten geven hiervan al een aardige demonstratie door onze boeren tot op het bot uit te knijpen. De afzetmarkt van groente en fruit uit Nederland is grotendeels in de handen van een handvol supermarktketens. Om in 2015 een concurrerend boerenbedrijf te runnen is grootschaligheid een noodzaak. Grote akkers en indrukwekkende machines zorgen voor efficiëntie, en dus voor goedkope producten. Maar het maakt de boer tevens kwetsbaar. De noodzakelijke investeringen zorgen ervoor dat de boer wel *moet* produceren. De kosten voor land en machines zijn immers al gemaakt, in de hoop deze te kunnen doorberekenen in de kostprijs. Maar de supermarktketens maken misbruik van deze kwetsbaarheid. Met hun grote macht bieden zij boeren een vergoeding voor hun producten die vaak onder de kostprijs ligt. De schulden van de boeren nemen hiermee toe, maar zouden nóg harder toenemen als ze niets zouden verkopen maar wel hun hypotheek en de afschrijving van hun machines moeten betalen.

Deze afhankelijkheid komt op bepaalde punten overeen met die van arbeiders in lagelonenlanden. Er is werk bij grote bedrijven, maar de lonen zijn schamel, vaak niet meer dan enkele euro’s per dag. Deze bedrijven kunnen produceren tegen bodemprijzen, en ze houden ‘beschaafde’ concurrentie buiten spel. Voor de arbeider is het kiezen tussen uitgebuit worden, of dakloos honger lijden.

Een waardig minimumloon beschermt tegen dergelijke extreme uitbuiting, maar op een internationale markt is het slecht concurreren met landen waar mens en natuur de prijs van consumptie betalen. Als we accepteren dat werknemers en natuur buiten onze landsgrenzen worden uitgebuit, moeten we ook accepteren dat onze arbeiders daar niet mee kunnen concurreren. De gierigheid kent twee grote verliezers.

Werkloosheid
De afgelopen decennia is de Nederlandse maakindustrie zo goed als verdwenen. De nek omgedraaid door een markt die de beschaafde prijs niet bij de consument legt. Wat Nederlanders gezamenlijk besparen in de winkel, geven ze uit aan kosten door werkloosheid. Dat beperkt zich niet tot de kosten van uitkeringen, maar het zijn evengoed gemiste inkomsten aan belastingen, medische kosten (werklozen zijn vaker ziek en depressief) en kosten door criminaliteit. En dan zwijg ik nog over het geluk en de welvaart van de potentiële arbeiders.

Eerlijk speelveld
Waarom accepteren we producten op onze markt, die zijn geproduceerd onder omstandigheden die we binnen onze landsgrenzen nooit zouden toestaan? Het dwangvoeren van ganzen om grote levers voor ‘foie gras’ te produceren is in Nederland niet toegestaan… en daarom gebeurt dit op grote schaal in Frankrijk waarvandaan het ‘vrolijk’ wordt geïmporteerd. Hoe logisch is dat? En dan hebben we het hier over Frankrijk, wat qua milieuwetgeving een Hof van Eden is vergeleken met de meeste ontwikkelingslanden.

Willen we dit soort problemen tackelen, dan moeten we het speelveld gelijktrekken. Hogere arbeids- en milieuvoorwaarden stellen aan bedrijven/landen waarmee handel wordt gedreven.

Dat is niet altijd eenvoudig, omdat veel producten weer opgebouwd zijn uit producten van andere producenten, maar het is de enige weg vooruit. De prijs voor consumptie zal er door stijgen, maar de welvaart zal er door toenemen.

Eerlijke handel moet zich niet beperken tot vrijblijvende filantropie door dragers van kriebelige sokken in reformwinkels. Eerlijke handel is een bittere noodzaak voor de beschaving. Ook de onze.

Dit artikel verscheen eerder op Vrij-Zinnig.nl

Afbeelding: Wikimedia Commons

*Wafers zijn het substraat (de ondergrond) waarop computerchips (of zonnecellen, LED’s of andere halfgeleiders) worden geproduceerd. Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Wafer

Geef een reactie

Laatste reacties (34)