5.934
249

Neerlandicus

Neerlandicus. Gepensioneerd docent Nederlands. Oud-afdelingssecretaris en voorzitter PvdA voormalig lid gemeentelijke commissies.

De burger snapt te weinig van politiek

Het probleem van de geloofwaardigheid van de politiek zit voor een belangrijk deel bij - de onbenulligheid en onredelijkheid van - de kiezer.

Een raadgevend referendum, waarbij de kiezer verwacht dat de uitslag bindend is, de veronderstelling dat de grootste partij per definitie deelneemt aan de regering en beloftes van politieke partijen die als keiharde toezeggingen worden uitgelegd. Het probleem van de geloofwaardigheid van de politiek zit voor een belangrijk deel bij – de onbenulligheid en onredelijkheid van – de kiezer.

cc-foto: Dirk Alaerts
cc-foto: Dirk Alaerts

Nog altijd worstelt Mark Rutte met de uitslag van het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Een worsteling die alles te maken heeft met een al te gewichtige toekenning aan de uitslag van het referendum. Complexiteit en reikwijdte van het vraagstuk staan in geen enkele verhouding tot het gemak waarmee het verdrag door de kiezer is weggestemd, de betrekkelijk lage opkomst en de minimale ‘overwinning’ voor de tegenstemmers.

Hoe komen politici toch zo achterlijk om bij dergelijke zwaarwegende vraagstukken, de Brexit is daar ook al zo’n voorbeeld van, het beleid te baseren op een vijftig procent grens en daarbij irrationele en zelfs valse overwegingen de kans geven doorslaggevend te zijn? De 7,5 % die volgens een recent onderzoek tegen het associatieverdrag stemde louter om de EU dwars te zitten, lijkt notabene bepalend te zijn geweest. Waar is de staatsman die dit durft te onderkennen en het hele referendum met ferme doortastendheid in de prullenbak sodemietert?

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Raadgevend is en blijft raadgevend en niemand die altijd en overal de hem gegeven raad opvolgt. Als Rutte vrijwel meteen de uitslag van het referendum naast zich neer had gelegd, legitieme argumenten genoeg, zouden slechts een handjevol betweters wat ophef hebben gemaakt, maar ons land zou weer snel over zijn gegaan tot de orde van de dag. Het gros van het volk had er geen nacht wakker van gelegen.

Een ander voorbeeld waarbij de kiezer zelf de geloofwaardigheid van de politiek aantast, is de veronderstelling dat de grootste partij per definitie de premier levert en in ieder geval deel uit maakt van de regering. Dit mag gebruikelijk zijn, maar het is geen wet van Meden en Perzen. De formatie van 1977 is een goed voorbeeld van hoe de grootste partij toch buitenspel kan komen te staan. Kiezers die op voorhand vinden dat, indien bijvoorbeeld de PVV de grootste wordt, deze partij ook werkelijk in de regering moet komen en zelfs de premier moet leveren, houden zichzelf voor de gek en bewerkstelligen daarmee zelf de ongeloofwaardigheid van de politiek.

Een ander steeds weer terugkerend fenomeen, waardoor de politiek als ongeloofwaardig wordt beschouwd is de hardnekkigheid van de kiezer om beloftes van een partij uit te leggen als harde toezeggingen. Iedere weldenkend mens realiseert zich het verschil tussen wat men zegt te willen bereiken en praktijk. Elke serieuze kiezer snapt dat in coalitie- en compromisland Nederland beloftes niet aan de orde zijn. Toch houden we het stug vol steeds weer partijen af te rekenen op basis van door ons zelf gecreëerde verwachtingen.

De uitdrukkelijke roep van de kiezer naar de politiek om meer naar het volk te luisteren, geloofwaardiger te worden en de kiezer serieuzer te nemen, kan net zo eenvoudig gepareerd worden met de bemerking dat die kiezer zelf maar eens wat volwassener met die politiek om moet gaan.

Geef een reactie

Laatste reacties (249)