1.501
9

Journalist Sunday Times Zuid Afrika

Rianne Spit (25) studeerde journalistiek in Utrecht. Na anderhalf jaar gewerkt te hebben bij het VARA programma Pauw & Witteman kwam ze via het media programma van het Nederlands Istituut voor Zuidelijk Afrika (NIZA) in februari 2008 in Zuid Afrika terecht. Na drie maanden gewerkt te hebben voor een Zuid Afrikaanse NGO in Kaapstad, merkte ze dat ze de journalistiek miste en besloot ze naar Johannesburg te vertrekken om daar te gaan werken voor de grote nationale krant de Sunday Times. Als multimedia journalist voor de Sunday Times verslaat ze het dagelijkse binnenlandse nieuws en produceert ze filmpjes voor de website (www.timeslive.co.za). Door haar werk binnen een Zuid Afrikaanse organisatie en het verslaan van het nieuws in, maar ook buiten, Johannesburg, maakt ze alle eigenaardigheden van de Zuid Afrikanen van dichtbij mee.

De comeback van een Afrikaanse neo-nazi

Je zou denken dat Eugene Terre Blanche en zijn Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) in het museum van de apartheid zouden kunnen worden bijgezet.

Maar ondanks Terre Blanche’s leeftijd, inmiddels 65, is hij bezig met een come-back. Afgelopen week kondigde hij aan zijn beruchte racistische beweging nieuw leven in te blazen en zijn strijd voor een eigen Afrikaner staat weer voort te zetten.

Alle clichés die ik van de deze beweging in gedachten had, worden bevestigd zodra ik het zaaltje in Ventersdorp in de North West Province binnen loop: bewapende mannen met baarden in kaki uniformen.

Ik word verwelkomd door de voorzitter en zodra hij aan mijn accent hoort dat ik Nederlandse ben, krijg ik meteen een arm om mijn schouder. “Daar komen onze voorvaders vandaan,” zegt hij trots. “We zouden eigenlijk meer met de Nederlanders moeten samenwerken.”

De ongeveer drie honderd Afrikaners, zittend op hun zelf meegebrachte uitklapbare tuinstoelen, luisteren aandachtig terwijl een dominee met de bijbel in zijn hand verkondigt dat God Zuid Afrika heeft aangewezen als het ‘beloofde land voor de Boeren’.

Even later schalt de donderstem van Terre Blanche door de luidsprekers. Door aandachtig te luisteren kan ik zijn hele (veel te lange) toespraak in het Afrikaans begrijpen en mijn oren klapperen van zijn racistische oorlogstaal.

“De zwarten proberen ons te vernietigen en daarom is het noodzakelijk om ons te bewapenen.” En: “Het ‘boerevolk’ zal blijven weigeren om onder de zwartman te leven.” Terre Blanche houdt een zakdoekje in zijn hand waarmee hij aggresief zijn mond afveegt als hij door zijn woede te veel speeksel in zijn mond heeft verzameld.

Na het theater op het podium vraag ik Terre Blanche om even voor mijn camera een aantal vragen te beantwoorden. Ik heb voor mijn video voor de Sunday Times nog wat quotes in het engels nodig.  Hij heeft er geen zin in, maar geeft na wat aandringen toch toe. Echter, mijn vragen bevallen hem niet en na een aantal minuten heeft hij het gehad en snauwt me toe dat ik terug naar school moet om de Afrikaner geschiedenis beter te bestuderen. Vervolgens loopt hij boos weg.

Mijn twee collega’s (waarvan een ‘kleurling’, die zich zenuwachtig in een hoekje heeft teruggetrokken) van de Sunday Times hebben het gehad. Maar we worden vriendelijk uitgenodigd om het gezelschap te volgen naar een boerderij voor een braai (barbeque) om deze ‘historische dag’ af te sluiten.

Terwijl Terre Blanche dikke worsten op de barbeque legt praat ik wat met zijn aanhangers. Een man met een dikke uitpuilende buik is verbaasd dat ik nog steeds geen Afrikaans spreek, terwijl ik toch al bijna twee jaar in Zuid Afrika woon. Ik leg hem uit dat meer mensen Engels of isiZulu spreken en ik het daarom niet nodig vind om Afrikaans te leren. Hij fronst zijn zware wenkbrauwen. “Iedereen spreekt Afrikaans,” beweert hij. “Als de zwarten je proberen wijs te maken dat ze geen Afrikaans spreken moet je ze gewoon een ‘klap’ geven,” raadt hij me aan.  “‘Sorry baas, Sorry baas’, krijg je dan te horen en opeens spreken ze wel Afrikaans. Probeer het maar!”

Ik heb het nu ook gehad en besluit Terre Blanche nog even de hand te schudden en gedag te zeggen. Terwijl ik zijn hand schud, aait hij met zijn linkerhand over de palm van mijn had. Hij vraagt of ik Duits spreek. Als ik knik zegt hij: “Du hast gefahrliche blaue Augen,” terwijl hij me in de ogen kijkt. Er gaat een rilling door mijn lijf.

Eenmaal terug in Johannesburg heb ik het gevoel dat ik door een soort tijdmachine weer de ‘normale’ wereld in ben gelanceerd. De boer en dichter Terre Blanche mag dan denken dat hij zijn racistische beweging nieuw leven kan inblazen, maar hij is echt geen factor van belang meer in Zuid Afrika.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)