1.313
46

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

De democratie ligt voor ons

We zijn vergeten dat de democratie niet een basis is, maar een doel

De democratie wordt langzaam maar heel zeker ondergraven. De democratie wordt steeds vaker als een ‘minste kwaad’ voorgesteld. Churchill was ermee begonnen: ‘Democracy is the worst form of government except for all the others’. In het collectief halfbewustzijn van Westerlingen is de democratie niet meer een doel maar een beginpunt – een basis die dusdanig vanzelf spreekt dat men hem rustig kan veronachtzamen.

Een basis, en tegelijk een lege huls die erom vraagt met dit of dat ‘-isme’ te worden opgevuld: socialisme, liberalisme, conservatisme… En de geschiedenis heeft ons vaak genoeg aangetoond dat het ideologische vulsel de huls van binnenuit kan doen barsten en openspringen: het vulsel bleef, de democratie verdween. We hebben dat zien gebeuren met extreme vormen van socialisme/communisme, met extreme vormen van wat zich als conservatief voordeed… Hebben we dat ook zien gebeuren met het liberalisme? Nee! – is men geneigd spontaan uit te roepen. Liberalen zijn redelijk, pragmatisch, weten wat onderhandelen is, zoeken overal het juiste midden, staan voor ‘leven en laten leven’, wat past er beter bij de democratie? Ik zeg: opgepast mensen! Kijk naar wat er in Europa gaande is.

Ondermijning van de democratie
De Europese politiek zoals die door Brussel in de kaart wordt gebracht is zeer welbewust op liberale leest geschoeid. Het Europese parlement heeft te weinig daadwerkelijke invloed om andere visies, die zich daar manifesteren, in Brussel door te drukken. Kortom liberaal, het Brusselse project, maar democratisch? Ja? – maar dan wel minimaal. Ja, de democratie wordt hoog in het vaandel gevoerd. Dat is de retoriek.

Waarom minimaal? Ten eerste omdat er tussen de Europese burgers en de instanties van de Europese Unie (met name de oppermachtige commissie) teveel tussenschakels zitten, en hoe meer tussenschakels tussen basis en top, hoe schimmiger het democratisch proces. Ten tweede omdat de politiek die Brussel uitstippelt bepaalde cruciale zaken aan de democratische besluitvorming feitelijk onttrekt of probeert te onttrekken. Hier valt met name te denken aan het begrotingspact. Je moet het woord democratie wel erg ruim opvatten wil je het nog toepassen op een systeem waarin een Europese commissaris de lidstaten van de Unie wil voorschrijven hoe ze hun economische politiek hebben te voeren.

Nee, het liberale project is niet per se – nadruk op ‘per se’ – democratisch. De voorstanders van een integraal liberalisme worden gebiologeerd door de visie van een markt die perfect volgens een mathematisch berekenbaar mechanisme functioneert. De politiek moet erop toezien dat alle voorwaarden voor het vrij en onbelemmerd functioneren van dit mechanisme worden gerespecteerd. Dit functioneren wordt als mechanisch gezien, de menselijke wil is uitgeschakeld. Het enige wat de burgers mogen willen, is dit functioneren vrij zijn gang te laten gaan, zonder in te grijpen.

De democratie is de confrontatie van wilsuitingen van mensen, en in tegenstelling tot de markt waar het om de ‘confrontatie’ van prijs en aanbod gaat, is het spel van deze confrontatie niet mathematisch berekenbaar. De markt functioneert mathematisch perfect (dat is althans de nooit geverifieerde droom van het extreem-liberalisme), de democratie heeft altijd iets rommeligs, is en blijft onvoorspelbaar – want mensen zijn geen waren, producten met een prijskaartje, maar mensen met elk een wil. En ze willen van alles, en ook nog eens het tegenovergestelde. Voor de liberale extremist is de democratie dus op zijn hoogst een ‘minste kwaad’, maar ten diepste kan hij er niet voor voelen. Zijn liefde geldt een kil, berekenbaar en abstract harmoniemodel waar de mensen zich tegen wil en dank in hebben te schikken. De democratie is te onoverzichtelijk voor zijn boekhoudersbrein. Laat de mensen zichzelf maar zoet houden met brood en spelen.

De toepassing van het integraal liberale project kan daarom wel degelijk de democratie van binnenuit uithollen. Brussel is hiermee bezig. De democratisch minimaal gefundeerde instanties in Brussel gebruiken hun macht om de lidstaten te onderwerpen aan regels die het zuiver mechanisch functioneren van de Europese markt bevorderen, maar die de op democratie gebaseerde souvereiniteit van deze staten de facto ondermijnen. Door middel van bindende verdragen willen ze het de nationale regeringen onmogelijk maken een andere koers te volgen dan die welke Brussel bepaalt.

Mocht de keurig democratisch gekozen regering van een lidstaat zich in zijn beleid door een andere maatschappijvisie willen laten leiden, dan is er grote kans dat hij met sancties te maken krijgt die in de verdragen zijn voorzien. Kortom, het extreem liberale bolwerk Brussel gebruikt zijn democratisch twijfelachtig gefundeerde macht om democratisch gekozen regeringen te kortwieken. Liberale regeringen hebben hier natuurlijk geen moeite mee, maar wee je gebeente wanneer je Griekenland bent! Want het gaat in de kwestie Griekenland om meer dan alleen geld en schuld. Het gaat vooral om een land dat  ‘stop’ zegt tegen Brussel – dat wil zeggen het integraal liberale project – en dat kan Brussel niet hebben.

Maar we hadden het allang kunnen weten. We kennen de sympathie die de grote liberale pleitbezorgers – Milton Friedmann, Hayek – voor iemand als generaal Pinochet koesterden. Het is duidelijke taal wanneer Hayek zegt : ‘Personally I prefer a liberal dictatorship to democratic government devoid of liberalism.’ Voor het ‘-isme’ dat liberalisme heet is de democratie een lege huls. Het kan het ermee doen, maar het kan ook zonder.

Sociale politiek met het oog op de democratie
We zijn vergeten dat de democratie niet een basis is, maar een doel. Een continu na te streven doel. Nee, ook geen middel. Henry Ford zei dat de democratie ertoe diende om de mensen gelijke kansen te geven, waarna iedereen het moest hebben van zijn eigen capaciteiten. Dit is te utilitair gedacht. Alsof het uiteindelijk om de economie zou gaan en de democratie er alleen maar voor moet zorgen dat er telkens nieuwe krachten de economie komen versterken. De democratie wordt hier te laag ingeschat. Alles wordt anders wanneer we de stelling van Henry Ford omdraaien: het gaat er niet in de eerste instantie om de economie van nieuwe krachten te voorzien (dat ook, maar het is secundair), maar de democratie met nieuwe krachten te verrijken. En dat is nu precies de bestaansreden van onze sociale voorzieningen.

Sociale voorzieningen zijn ervoor om mensen de materiele en geestelijke bases te verschaffen die het hen mogelijk maken als volwaardige en volwassen burgers te ‘participeren’ in de democratie. Onderwijs, zieken- en ouderenzorg, opvang van mensen die uit de boot zijn gevallen, steun aan werklozen enzovoort, dit alles staat in dienst van de verwezenlijking van de democratie – iets waar we altijd aan hebben te bouwen. Wie gedwongen is zich elke dag af te vragen: hoe overleef ik? – of wie niet heeft leren lezen, schrijven en nadenken, die kan niet meedoen in het democratisch proces. In ons collectief halfbewustzijn is er eerst de democratie, en daarna krijg je mensen die deze democratie gaan ‘gebruiken’ (democratie als middel) door van alles voor zich op te eisen.

Dus hoe meer democratie, hoe meer vraag naar sociale voorzieningen. Dus de democratie is duur. En we gaan rekenen. En we gaan het hebben over al dan niet ‘marktconform’… Hoe is dit wanbeeld ontstaan? We zijn de democratie niet voorbij, de democratie is en blijft een na te streven doel, het gaat erom steeds meer mensen de mogelijkheid te verschaffen er op volwassen wijze aan deel te nemen. En daar hebben we al onze rijkdom voor over. Dat streven is niets te duur. Nooit te duur.

Democratie, een na te streven doel
Want een democraat gaat het om de waardigheid van de mens die op volwassen wijze deelneemt in de besluitvorming van de ‘polis’. Besluitvorming – om wat te besluiten? Deze vraag is secundair. Rondlopen met opgeheven hoofd: ik ben een volwaardige burger – dat is een hoogste geluk dat ieder mens moet worden gegund, en waar we naar moeten blijven streven. Dat hadden ze in het oude Athene begrepen (al waren ze halverwege blijven steken – ik denk aan de vrouwen, de slaven…). Alle ‘-ismes’ hebben in dienst te staan van de democratie, niet omgekeerd. De democratie ligt niet achter ons, maar voor ons.

De Franse schrijver Jules Romains heeft dit prachtig verwoord wanneer hij zegt:

De democratie is een levenswijze waarbij de mensen op vrijmoedige wijze van gedachten wisselen over de belangrijke dingen van het leven – alle belangrijke dingen. Ze weten dat het hun recht is te praten als volwassenen en niet als stiekeme, zeurende kinderen.  

Democratie, een doel. 

CC Foto: Canada Science and Technology Museumfdecomite 


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 klanken

    Verhalen

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (46)