Laatste update 11:50
10.061
136

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

De denkfout van imam Yassin Elforkani

Wat moet je denken van een God of een Profeet die een menselijke wet nodig heeft om veilig te zijn voor inhoudelijk tegenspel of bespotting?

Staande op de preekstoel van de Blauwe Moskee in Amsterdam-West heeft imam Yassin Elforkani behalve zijn geloof een grote denkfout verkondigd. In het kort gezegd staat hij een verbod voor op het beledigen van Mohammed – niet de pizzabezorger maar de Profeet – op grond van het christelijke spreekwoord “Gelijke monniken gelijke kappen”. Daarover bericht Het Parool.

Elforkani
Yassin Elforkani

Elforkani had namelijk een gesprek gevoerd met een jonge geloofsgenoot, die wel begrip kon opbrengen voor de aanslagen in Conflans en Nice. Deze zei, zo citeert Het Parool de imam: “Yassin, leg me nou dit eens uit: als onze Joodse broeders worden aangevallen is dat al snel antisemitisme en dat wordt niet toegestaan. Dat begrijp ik. Maar waarom valt het beledigen van de profeet dan onder de vrijheid van meningsuiting?’ Dat zette me aan het denken.” Op die gronden bepleit Elforkani wetgeving tegen het beledigen van de islam. Dat mag men volgens hem niet zien als zwichten voor terreur. Dat staat er geheel los van.

Hier zien wij de denkfout. De vergelijking met het aanvallen van de joodse broeders is namelijk onjuist. Als het gaat om haatzaaien en discriminatie, genieten de moslims in Nederland dezelfde bescherming. Een paar weken terug nog heeft Geert Wilders dat in de rechtbank mogen ervaren. Zo is het antisemitisme om haat te zaaien tegen de joden om wie ze zijn net zoals het islamofobie (raar woord eigenlijk waar het hier om anti-islamisme gaat) is om moslims aan te vallen op wie ze zijn en ze geen of een mindere plaats te gunnen in onze maatschappij.

Het is wel toegestaan scherpe, zelfs ongerechtvaardigde kritiek te oefenen op het joodse geloof. Je mag in dit land vrijelijk karikaturen tekenen van Jahweh en alle profeten uit het Oude Testament, ook in seksuele poses. Of romans schrijven waarin zij als het kwaad worden afgeschilderd, zoals de schrijver Guus Kuijer met de profeet Elia deed in zijn Izebel van Tyrus. Hij neemt het geestig, intelligent en overtuigend op voor de grootste helleveeg uit de bijbel.

De vrijheid het geloof te verkondigen als de enige waarheid en de openbaring van de levende god is dezelfde vrijheid die men heeft om zijn bestaan te ontkennen en Allah weg te zetten als een zinsbegoocheling. Vandaar dat de overheid geen strobreed in de weg legt aan wie de profeet Mohammed wil bespotten of hem presenteert als de persoon die de vrolijke, hedonistische, vrijzinnige en tolerante stad Mekka voorgoed verkloot, versomberd en verzuurd heeft. Het wordt – nogmaals – anders als iemand een boek of een artikel publiceert waarin hij geweld tegen moslims rechtvaardigt tenzij zij hun geloof afzweren. Daar was het Samuel Paty niet om te doen toen hij die karikatuur van de blote Mohammed toonde. Hij wilde het hebben over de consequenties die de vrijheid van meningsuiting met zich meebrengt. Het was hem er niet om te doen de critici van Charlie Hebdo het zwijgen op te leggen, integendeel.

De jonge gelovige uit de preek van Imam Elforkani staat bepaald niet machteloos. Hij heeft op grond van de vrijheid van meningsuiting het onvervreemdbaar recht te zeggen wat hij denkt van zulke karikaturen over zijn profeet. En wel in net zulke scherpe bewoordingen als de redacteuren van Charlie Hebdo plegen te doen. Hij mag daar zijn stem, zijn computer, zijn pen en zijn camera voor gebruiken maar niet zijn mes. Daar ligt de grens. Als hij dat wel zou doen om de Eer van zijn Profeet te redden, dan maakt deze jonge gelovige – ik heb het in mijn stukje over Tunahan Kuzu al geschreven – het bespotten van de profeet tot een verdediging van de vrijheid. Dat doet dan niet de tekenaar maar de moordenaar. Door zijn daad voegt hij er betekenis aan toe. Bovendien brengt zo’n dader de Profeet in verband met moord en terreur. Hij zaait geen respect, maar angst, walging en afkeer. Hij is geen winnaar maar verliezer.

En wat moet je denken van een God of een Profeet die een menselijke wet nodig heeft om veilig te zijn voor inhoudelijk tegenspel of bespotting? In Soerah De Koe staat al: Het leven voor degenen die niet geloven is in deze wereld prachtig en zij bespotten degenen die geloven. Maar degenen die zich aan Allah’s bevelen houden en wegblijven van wat Hij verboden heeft zullen boven hen staan op de dag der Opstanding. En Allah geeft grenzeloos aan wie hij wil.

En anders staat er altijd ook nog: “Zij stoppen hun vingers in hun oren om de donderslag niet te horen omdat zij bang zijn voor de dood maar Allah omsluit altijd de ongelovigen.”

Ik bedoel maar: het is mijn profeet niet en evenmin mijn heilig boek maar zo is het wel geschreven. En niet anders.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (136)