503
2

Journalist/Debatleider/Schrijver

Ralf Bodelier (Vaals 1961) is vrij gevestigd journalist, debatleider, schrijver en onderzoeker. Hij studeerde in 1990 af als theoloog, werkte korte tijd als beveiligingstimmerman en rondleider bij het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Vervolgens doceerde hij dertien jaar aan de Academie voor Journalistiek in Tilburg. Een greep uit zijn verdere activiteiten: jarenlang werkte hij als journalist in Afrika en Azië. Met zijn vrouw Mirjam Vossen runde hij een kleinschalig reisbureau naar de  sloppenwijken van Malawi en startte in datzelfde land een ontwikkelingsproject. Hij bedacht de eerste Kinderuniversiteit van Nederland -aan de Tilburgse universiteit-  en zette in 2007 het Wereldpodium in Tilburg op, gevolgd door Tilburg Debatstad. Hij is auteur van acht boeken over Afrika, ontwikkelingssamenwerking, globalisering en migratie. Op dit moment rondt hij aan de rechtenfaculteit  van, -opnieuw de Tilburgse universiteit- een proefschrift af over kosmopolitisme, dat hij in de zomer van 2012 hoopt te verdedigen.

De Derde Wereld verdwijnt, samen met de Eerste

In de 'Derde Wereld' groeien de hoop en het optimisme. Hoe anders is de emotiehuishouding in de voormalige Eerste Wereld. Niet alleen in Portugal, Spanje, Griekenland of Ierland overheersen de angst en het wantrouwen.

Ooit was het overzichtelijk: Nederlanders leefden in de Eerste Wereld. Afrikanen en Aziaten woonden in de Derde. Maar terwijl Nederland worstelt met de crisis en een kwart van alle Nederlanders ronduit bang, wantrouwend en, vooral, heel erg boos zijn, groeit in steeds meer arme landen de hoop en het zelfvertrouwen. Ook wij moeten weer het lef hebben om te hopen, zegt Ralf Bodelier.

Het hoogste aantal buitenshuis werkende vrouwen vind je in Burundi. Het Mekka voor hoogopgeleide vrouwen is Jamaica. Op Jamaica is zijn zes van elke tien advocaten en zes van de tien hogere managers vrouw. De meest vrouwelijke taxichauffeurs kom je tegen in India. Het hoogste aantal vrouwelijke studenten zitten op universiteiten in het golfstaatje Katar.
Je kunt over zulke cijfers je schouders ophalen. Hoeveel van die Katarese studentes komen ook in hogere functies terecht? Wat stelt een topmanager in Jamaica nu voor? Zijn die Burundese vrouwen wel zo blij met hun zware werk? En zijn het niet vooral mánnen die zich door Indiase taxi-chauffeuses laten vervoeren? Toch liegen de feiten rond vrouwenemancipatie er niet om. Landen als Nederland krijgen stevige concurrentie. En nu eens niet van vooruitstrevende naties als Noor-wegen of Luxemburg, maar vooral van derdewereldlanden als Burundi en Sri Lanka.

Al wordt het allengs verstandiger te spreken van ‘voormalige derdewereldlanden’. Want het begrip loopt op zijn laatste benen. Terwijl de Eerste Wereld worstelt met zijn stilstand, doen delen van de Derde Wereld het beter dan ooit. Nog steeds zijn de verschillen tussen Nederland en Namibië of Nepal immens. Maar het beeld van een rijk en rustig Europa versus een arm en angstig Afrika, Azië of Latijns-Amerika vertoont steeds meer scheuren.
In Hong Kong en Santiago kijken ze met verbazing naar reportages uit Athene, waar hongerige gepensioneerden, werklozen en kinderen zich verdringen om afvalbakken. Berichten uit Boedapest, waar de Hongaarse regeringsleider Victor Orbán een onversneden autocratie vestigt, herinneren krantenlezers uit Uruguay of Zuid-Afrika aan een grauw verleden. Volgens de Democracy Index 2011 behoren landen als Zuid-Korea, Costa Rica en Mauritius inmiddels tot de ‘full democracies’, terwijl landen als Frankrijk en Italië het vandaag niet meer verder schoppen dan ‘flawed democracies’.

Gaandeweg vervagen de verschillen tussen de Eerste en Derde Wereld. Maar de emoties waarmee dat in beide werelden gepaard gaat, staan haaks op elkaar. Terwijl in de Eerste Wereld de angst en de vertwijfeling lijken te groeien, gonst de Derde Wereld van onstuimig optimisme. Je moet als reiziger wel van ijs zijn om je in Kigali, Manilla of Mumbai niet te laten raken door de hoop, de werklust en het vertrouwen die de inwoners uitstralen.

Hoop
“Kijk eens naar Pudong, een van de recent ontwikkelde districten van Shanghai”, schrijft de Franse politicoloog Dominique Moïsi in een boek over het belang van emoties in de wereldpolitiek. “Waar nu die trotse torens verrijzen, lag voor 1990 hoofdzakelijk landbouwgrond. Tegenwoordig bruist deze plek van bedrijvigheid. De bouwstijl die de stadsplanners hebben gekozen, straalt moderniteit en vertrouwen uit, optimisme in de toekomst.” Moïsi ontmoet het optimisme en het vertrouwen niet alleen in Shanghai, hij ontwaart het ook in India, in Cambodja, in Brunei, in Laos, in Thailand, in Maleisië, op de Filippijnen en in Indonesië. “Azië is het continent van de hoop.”

Afrika is al even hoopvol. Zeven van de tien snelst groeiende economieën liggen vandaag op het Afrikaanse continent. Nicholas Kristof, Afrika-verslaggever voor de New York Times valt het steeds vaker op hoe optimistisch iedereen is. “Een van de best bewaarde geheimen in de wereld van van-daag wordt gevonden in hutten met daken van stro”, zegt Kristof. Het optimisme is er zo groot, dat Kristof ook Afrika betitelt als ‘het continent van de hoop’
Niet alleen de groeicijfers van de Afrikaanse economieën voeden dit optimisme. Het is evenzeer de verkiezing van de half-Keniaanse president Barack Obama die de Afrikanen het gevoel geeft dat zij nu, eindelijk, aan de beurt zijn. Van het bijzonder succesvol verlopen wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika leerde de Afrikanen dat niet alleen de Britten of de Fransen zo’n groots evenement kunnen organiseren. Uit dramatische gebeurtenissen in de Verenigde Staten –op 11 september 2001 in New York en in 2005 tijdens orkaan Katrina in New Orleans− begrepen de bewoners van de Derde Wereld dat je voor vrede en veiligheid niet per se in de Eerste hoeft te zijn.

Succes
Het aantal succesverhalen neemt snel toe. Neem Rwanda, het Afrikaanse minilandje dat in 1994 bijna ten onder ging aan de gruwelijke massamoord op 800 duizend Tutsi. Wie achttien jaar later door Rwanda reist, leert hoe de Afrikaanse vooruitgang uitziet in de dagelijkse praktijk. Niet alleen groeit de economie van het land met zeven procent en telt Rwanda het hoogste aantal vrouwelijke parlementariërs ter wereld, ook wist de regering van Paul Kagame de spanningen tussen Hutu en Tutsi stevig terug te dringen.
De vooruitgang is overal zichtbaar, van de billboards in Kigali tot de golfplaten daken in de dorpen. En in de schone akkers op Rwanda’s duizend heuvels. In 2008 besloot de Rwandese overheid dat winkels geen plastic zakken meer mogen uitdelen of verkopen. Alleen papieren zakken zijn nog toegestaan. Met plastic versjteerde landbouwgronden zijn in Rwanda verleden tijd. In Brussel overweegt de Europese Commissie inmiddels een vergelijkbaar verbod. In Rwanda is iedereen ver-zekerd tegen ziektekosten. Voor twee dollar per jaar sluit de Rwandees een polis af, en wie deze twee dollar niet kan neertellen, krijgt een gratis verzekering. Voor state of the art chirurgie moet je nog steeds niet in Rwanda zijn. Maar ziektes waaraan Rwandezen vroeger massaal bezweken -diarree, ondervoeding, malaria en longontsteking- worden inmiddels met veel succes bestreden. De levensverwachting van de Rwandees is er met maar liefst vier jaar door gestegen. Een ziektekostenverzekering voor álle burgers: kom er eens om in de Verenigde Staten.

Steeds meer inwoners van de Derde Wereld plukken de vruchten van de vooruitgang. De Amerikaanse organisatie Freedom House meent dat landen als Ghana, Benin en Botswana én Mali tegenwoordig, samen met landen als Nederland en Canada, tot de ‘vrije landen’ gerekend mogen worden.
Desondanks is de kans klein dat de Malinees in alle vrijheid een krant kan kopen of via internet informatie kan zoeken. Met een koopkracht van rond de 500 euro per jaar is een krant voor de gemiddelde inwoner van Timbuktu of Bamako volstrekt onbetaalbaar. Nog geen drie op de honderd Malinezen maken gebruik van internet, terwijl meer dan negentig procent van de Nederlanders online is. Het voorbeeld van Mali toont bovendien aan hoe kwetsbaar de Derde Wereld nog steeds is. Twintig jaar lang was Mali een van de stabielste democratieën in het noordwestelijke deel van Afrika. Toch pleegden militairen er de vorige maand een militaire staatsgreep, gevolgd door de verovering van het noordelijke deel door opstandige Touaregs. Amnesty International meldt dat Mali ten prooi dreigt te vallen aan een humanitair drama, zeker nu hulporganisaties een groot deel van het land nog maar amper weten te bereiken.

Ontwikkelingshulp
De Derde Wereld is er dan ook nog lang niet. Zo zal de veelbelovende economische groei in landen als Bhutan (8 procent), Turkmenistan (10 procent) of Ghana (meer dan 13 procent) dit decennium nog geen einde maken aan de armoede. Zelfs met een economische krimp van een half procent, zoals in het Nederland van dit moment, genereert een doorsnee westers land nog ontzaglijk meer welvaart dan een voormalig derdewereldland met een groei van 10 procent. In de landen van voorheen de Derde Wereld leven nog steeds één miljard mensen die vandaag niet weten of ze morgen iets te eten hebben. In 2012 is één op zeven wereldburgers nog extreem arm.

Ontwikkelingshulp is ook na het einde van de Derde Wereld bittere noodzaak. Hoewel Nederlandse commentatoren over elkaar heen buitelen in de bewering dat al die hulp weinig tot niets uithaalt, denken nogal wat deskundigen daar heel anders over. Zo stelt de Britse ontwikkelingseconoom Paul Collier dat dertig jaar hulp de economische groei van de armste landen met een volle procentpunt heeft gestimuleerd. Ook de Deense econoom Finn Tarp, die al decennialang metastudies verricht naar het economische effect van ontwikkelingssamenwerking, stelt dat hulp bijdraagt aan economische groei van arme landen. Hulp ‘was en blijft’, meen Tarp, daarom een belangrijk instrument om landen verder te helpen in hun ontwikkeling. Het gezonde verstand zegt overigens niets anders: wie zou flink willen korten op de Nederlandse gezondheidszorg, het Nederlandse onderwijs en de Nederlandse infrastructuur met het argument dat het directe effect op economische groei niet aantoonbaar is?

In de ‘Derde Wereld’ groeien de hoop en het optimisme. Hoe anders is de emotiehuishouding in de voormalige Eerste Wereld. Niet alleen in Portugal, Spanje, Griekenland of Ierland overheersen de angst en het wantrouwen. Hoewel iets minder dan in 2002-2004, is nog steeds meer dan een kwart van alle Nederlanders uitgesproken bang, wantrouwend en, vooral, heel erg boos, zo bere-kende het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar. Alleen al uit de onverminderd hoge steun voor de PVV blijkt dat we niet meer vertrouwen in ons vermogen om gezamenlijk onze toekomst vorm te geven. Op zijn best is de Nederlandse ‘stemming onbestemd’, zoals het SCP het stelt. Vooral onder lageropgeleiden, Telegraaflezers, Limburgers en PVV-stemmers leeft een sterk gevoel van machteloosheid. Hoewel een grote tevredenheid heerst over het eigen leven en de directe omgeving, is er ook een grote bezorgdheid over de samenleving en de politiek. “Men heeft enerzijds het gevoel dat het steeds slechter gaat in Nederland, maar prijst zich anderzijds internationaal vergelijkend gelukkig met het land.”

Voor deel valt deze somberheid te verklaren uit het feit dat veel westerse economieën weigeren om te groeien, terwijl de schuldenlasten maar blijven stijgen. De staatsschulden van veel rijke landen lopen inmiddels op tot meer dan 100 procent van het Bruto Nationaal Product, terwijl de schulden van de meeste opkomende economieën keurig onder de 40 procent blijven.
Kredietbeoordelaars deelden vorig jaar veel hogere cijfers uit aan Zuid-Afrika, Peru, Turkije en Brazilië, dan aan Griekenland, Portugal, Ierland en Spanje. Het gevolg is dat derdewereldlanden met de dag aantrekkelijker worden om in te investeren.

Daarmee worden ze met de dag ook aantrekkelijker voor werkzoekenden. En die komen niet alleen uit andere derdewereldlanden. Zo vond in de jaren zeventig nog bijna de helft van alle Filippijnse migranten een baan in Europa of de Verenigde Staten. Vandaag is dat percentage gedaald tot minder dan tien procent. Negentig procent vindt inmiddels werk in een van de Aziatische groei-economieën. Interessanter nog zijn recente gegevens over toenemende migratie uit Amerika en Europa naar landen in Afrika en Zuid-Amerika. Meer dan 90 duizend hoogopgeleide Portugezen vertrokken in 2010 naar voormalige koloniën als Brazilië, Angola en Mozambique. Steeds meer Spanjaarden zoeken hun heil in Argentinië en Chili.

Brazilië, dat van 1991 tot 2011 jaarlijks meer dan 3 procent groeide, blijkt een van de populairste bestemmingen voor Europese migranten. In 2011 gaf het land zeventig procent meer verblijfsver-gunningen af dan in 2009. De migratie van Zuid naar Noord krijgt concurrentie van die van Noord naar Zuid. Steeds meer jongeren zeggen weg te willen uit de somberheid en de ineenstortende economieën in het oude Europa. Het Migration Policiy Institute in Washington spreekt al over een Europese braindrain. En wat vertrekt uit Europa, jaagt van Dubai tot Zuid-Afrika de toch al fors groeiende economieën verder aan.

Het einde van de Derde Wereld is onomkeerbaar en dat geldt ook voor het einde van de Eerste. Niet alleen Griekenland en Spanje, maar ook landen als Frankrijk en Nederland staan op een T-sprong. Wanneer de angst en het wantrouwen verder groeien, zullen onze economieën verder wegzakken en wisselen we uiteindelijk stuivertje met die landen die we ooit de Derde Wereld noemden.

Lukt het ons echter om ons zelfvertrouwen te herwinnen en zetten we onze welvaart in voor een duurzame wereldsamenleving, dan moet het mogelijk zijn om weer uit het dal te klimmen waarin we de afgelopen jaren zo diep zijn weggegleden. Waar het op aankomt is het ‘lef’ om weer te hopen, ‘the audacity of hope’, zoals Obama het uitdrukte. Zeker op dit punt kunnen we nog veel van de voormalige Derde Wereld leren.

Geef een reactie

Laatste reacties (2)