995
32

Promovendus/schrijver

Dennis Schep (1985) woont sinds 2007 in Berlijn, waar hij als promovendus onderzoek doet naar autobiografische structuren. In 2005 richtte hij het theaterfestival Morgensterren op, en in 2006 publiceerde hij het literaire tijdschrift Paperwaste. Hij is de auteur van meerdere wetenschappelijke artikelen en het boek "Drugs; Rhetoric of Fantasy, Addiction to Truth." Daarnaast organiseert hij cursussen bij The Public School Berlin.

De dictatuur van percentages

'De financiële crisis heeft op pijnlijke wijze aangetoond dat de oppositie van staat en markt niet meer dan een liberale legende was'

Ruim een maand geleden kreeg onze regering van Europees Commissaris Olli Rehn de ‘aanbeveling’ zes miljard euro extra te bezuinigen, om het budgettekort voor 2014 terug te brengen tot onder de 3%. Ik wil me hier niet buigen over de vraag of de regering zich wel of niet aan de 3%-norm zou moeten houden, en al evenmin meen ik te weten waar ze de 6 miljard dit keer vandaan moeten toveren. Wat me meer interesseert is de machtsstructuur die zich onder deze ‘aanbeveling’ verschuilt. Want let wel, het gaat hier om een aanbeveling met een ultimatum: uiterlijk 1 oktober dient Nederland “uitvoerig verslag uit te brengen over de voorgenomen consolidatiestrategie om de doelstellingen te bereiken”. En mocht Nederland daar geen zin in hebben rest dhr. Rehn in het uiterste geval nog altijd de mogelijkheid ons een boete van 1,2 miljard euro op te leggen.

De economische crisis heeft een nieuwe bestuursvorm tot stand gebracht die gekenmerkt wordt door een onduidelijke verdeling van macht tussen politieke instanties, economische experts en democratische procedures. Wat in de aanbeveling van Rehn doorschemert is een fundamentele herdefinitie van het politieke proces. Een herdefinitie die al enkele jaren onderweg is, en waar tot op heden vooral Zuid-Europese landen het slachtoffer van zijn geworden. En hoewel het neoliberalisme de Europese regeringen nog altijd tot kompas dient, biedt de neoliberale ideologie geen verklaring of rechtvaardiging voor deze nieuwe verdeling van de macht.

Neoliberalisme
Het zogenaamde neoliberalisme (een stroming die vaker wordt bekritiseerd dan begrepen) is ontstaan tijdens de koude oorlog, toen het spookbeeld van een uiterst inefficiënte, door de staat gecontroleerde planeconomie de vrije markt er wel erg aantrekkelijk uit liet zien. Zij reden in trabantjes, mochten niet stemmen en hadden geen Coca-Cola. Wij konden kopen wat we wilden, hadden de vrijheid om onze eigen leiders te kiezen en om die vervolgens openlijk te bekritiseren. Geen wonder dat alleen de vogels van West- naar Oost-Berlijn vlogen.

In deze historische context ontwikkelde Milton Friedman zijn politiek manifest, waarin hij de vrije markt als een voorwaarde voor politieke vrijheid presenteert. Dat hij de ethische lading van zijn pleidooi voor het kapitalisme ten dele ondermijnd heeft door als economisch raadgever voor Pinochet op te treden neemt niet weg dat de verbinding tussen kapitalisme, democratie en mensenrechten in de context van de koude oorlog prima functioneerde. Zelfs tot een jaar of vijf geleden plachten de apologeten van de vrije markt het kapitalisme eufemistisch als ‘liberale democratie’ aan te duiden – een begrip dat in de laatste jaren vrijwel uit het debat verdwenen is.

Friedman
Een ideologie is altijd meer dan een manier om de mensen voor de gek te houden, en ook het neoliberale programma van Friedman’s Chicago School had maar al te reële effecten. Zo stond een korte tekst van Friedman uit 1971 aan de basis van de ontwikkeling van derivaten, die (vooral door het gebruik van computers) hebben geleid tot een uiterst complexe marktdynamiek die slechts door een handvol experts begrepen wordt. Daarbij zijn de financiële markten sinds het einde van de koude oorlog explosief gegroeid; momenteel ligt het globale financiële handelsvolume ruim 10 keer zo hoog als het BNP van alle landen bij elkaar. Het kapitalisme van vandaag heeft daarmee een ander gezicht dan dat van de koude oorlog: geld is minder dan ooit aan landsgrenzen gebonden, en nooit eerder werd de vrije markt zo sterk gedomineerd door een woekerende metamarkt van financiële producten. Het is dan ook de vraag hoe de in 2006 overleden Friedman op de crisis van 2007 gereageerd zou hebben.

De ideologische constellatie die haar vaste vormen aannam tijdens de koude oorlog functioneerde op de basis van een radicale oppositie tussen staat en markt: de communistische staten waren totalitair in zoverre ze de markt probeerden te beheersen, en onze ‘vrijheid’ lag in de terughoudende opstelling van de staat ten opzichte van de markt. Deze ideologische tegenoverstelling van twee machtsvelden heeft de koude oorlog overleefd; ons huidige debat wordt in grote lijnen nog steeds door deze twee polen gestructureerd. Maar een crisis legt machtsdynamieken bloot die normaal gesproken verborgen blijven, en de financiële crisis heeft op pijnlijke wijze aangetoond dat de oppositie van staat en markt niet meer dan een liberale legende was. In werkelijkheid raakt de verweving van de staat met de financiële markten aan de diepste fundamenten van het politieke proces: overheden staan garant voor banken, groeivoorspellingen houden politici in een wurggreep, een trojka van economische experts vertelt regeringen hoe die hun land moeten besturen, en zogenaamd ‘apolitieke’ economen staan aan het hoofd van ‘zakenkabinetten’ in de ‘probleemlanden’ van Zuid-Europa. (Iemand zou eens iets moeten schrijven over de betekenis van het woord ‘zakenkabinet’.)

Machtsdynamiek
Het moge duidelijk zijn: de oppositie van staat en markt krijgt absoluut geen grip op de complexiteit van de huidige machtsdynamieken. Deze dynamieken worden gekenmerkt door een diepgaande vervlechting van staat en markt, die zich in momenten van crisis ontpopt tot een noodtoestand waarin zowel economen als politici deel uitmaken van een besluitvormingsproces en het onduidelijk is wie het laatste woord heeft. In dit proces, waarin democratische legitimiteit begrensd wordt door economische rationaliteit, worden politieke beslissingen in de eerste plaats met economische maatstaven gemeten. En waar de economie het primaat heeft, verandert politiek in management.

De economische crisis heeft zich ontwikkeld tot een politieke crisis waarvan democratie en soevereiniteit de inzet zijn. En deze crisis is nog niet voorbij. Met het oog op de huidige conjunctuur is het niet onwaarschijnlijk dat de internationale instanties die Rutte-II beoordelen de komende jaren met nog strengere eisen zullen komen. En mocht ons kabinet de eindstreep weer niet halen omdat ze het niet eens kunnen worden over een nieuwe ronde bezuinigingen, is dat de zoveelste democratisch verkozen regering in Europa die ten val komt vanwege de eisen van een commissie waarop niemand heeft gestemd, en die succes meet aan de hand van cijfers waarover een regering nauwelijks controle heeft.

De belangrijkste vraag is wat het woord ‘democratie’ onder deze omstandigheden nog kan betekenen.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)