646
5

Praktiserend filosoof

Alexander Francino, opgeleid als bedrijfseconoom, runt sinds ruim 10 jaar een mini-boerderij cq vakantielokatie in een verloren hoekje van Zuid-Frankrijk. Vanuit een spagaat tussen puur geluk en razernij schrijft hij op www.metdehollandseslag.com beschouwingen over zijn twee thuislanden.

De Dommerds en de Klote-zomer

Ik kruip uit de buikholte tevoorschijn en vraag: 'en nu?'

De zomer lijkt een vroege dood gestorven, het land is ondergedompeld in een vloeibare rouw die dagelijks de sloten en meren vult. Een land van afhangende schouders. Ik heb medelijden met mijn oude vaderland en zou graag een paar van onze domme boertjes sturen zodat ze het land kunnen redden.

We hadden het geluk om in een dorpje te landen waar boerenfamilies op het erf nog hun varken slachtten. Dat kwam goed uit, we wilden zelf ook varkens en dat slachten moest ik leren.  We kwamen terecht bij wat mijn leermeester zou worden. Even bleven zijn armen stug over elkaar, maar al snel gingen ze wijd open.

De slacht

Na een keer meekijken hanteer ik wat later zelf het slagersmes. De eerste keer doe je maar wat, de tweede keer maak je een paar goede sneden en de derde keer wil je het echt beter doen. Onwennig werk ik door dat derde varken heen als ik plots de draad kwijt ben. Ik sta met een stuk slokdarm in mijn ene hand en een glibberig mes in mijn andere, mijn hoofd half in de buikholte van het dode dier, maar in welke richting ik verder snijden moet, het is me ontschoten. Mijn gepensioneerde leermeester is net wat verderop met een varkensonderdeel bezig. Twee mannen houden het varken voor me open, dat gaat heel beschaafd met een vinger door het vel en achteloos kletsen de twee over de jacht van de dag ervoor. Dat openhouden is al tientallen jaren de taak van deze mannen.

Ik kruip uit de buikholte tevoorschijn en vraag: “en nu? Moet de slokdarm eerst of moet ik juist naar boven om de ribben door te hakken?”.
De twee kijken elkaar verschrikt aan.
“Geen idee”, zegt de één.
“Al sla je me dood”, zegt de ander.
Ze hebben er bij honderd varkens met hun neus bovenop gestaan, maar hoe je snijden moet, ze hebben geen idee. Het heeft iets doms als je niet verder kijkt dan je neus lang is. Zo zijn wij niet. Wij willen alles weten en zeggen al snel hoe het anders moet.

De jacht

De andere varkens-openhouder, Tonton (oompje) jaagt in het slachtseizoen op wilde zwijnen, het bloed vloeit hier rijkelijk in de wintermaanden. Op een dag staat hij tijdens de drijfjacht langs de weg geposteerd. Het werk van uren door vele mannen met grote meuten jachthonden wordt afgerond door de man die het vluchtende everzwijn opwacht. Tonton staat met zijn geweer in de arm over de velden te turen. En ja hoor, in de verte verschijnt een zwijn en het rent recht op hem af. Tonton legt aan, het beest zal vlak langs hem komen. Tonton wacht op het juiste moment, het zwijn komt bij de weg aan, nog heel even…. en dan haalt hij de trekker over.

‘KLIK’. Het zwijn kijkt even op en aarzelt.
Nog een keer.
‘KLIK’.
Dan ontsnapt het beest uit zijn omcirkeling en maakt het een verspilde ochtend.

Tonton opent zijn dubbelloops: ‘Merde, mijn geweer vanochtend niet geladen!’.

De week erna zijn de reeën aan de beurt. Tonton staat weer met zijn geweer op zijn post en verdomd als het niet waar is: een hert nadert en rent, veel rapper dan dat zwijn, zijn kant op. Tonton legt aan. Maar wacht eens even… Heb ik mijn geweer wel geladen? Snel opent hij de dubbelloops. “Gelukkig, twee kogels”, zegt hij opgelucht en legt het ding weer tegen zijn schouder. Waar is het reetje gebleven? Het is nergens te bekennen en speelt die avond een potje boerenbridge met het everzwijn.
Zo zijn wij niet, wij hadden wel drie keer in de loop gekeken.

Inspiratie

Na twee jaar in de kont van Frankrijk vraagt een vriend: “door wie wordt je hier geïnspireerd?”.
Ik hoef niet lang na te denken.
“De boertjes”, zeg ik.  
“Oh ja joh?”, zegt hij verbaasd. Ik vertel over het hooien en over de droogte.

Als je hebt gezaaid wil je dat het een beetje regent, langdurige droogte is funest. Als je nog een groentje bent gaat dat zo: je kijkt op internet naar het weerbericht. Geen regen. Je doet een klusje. Je kijkt op een andere website. En daarna weer bij de eerste. Nog steeds geen regen. Als het lang duurt bel je de agrarische weerdienst. Je wil alles weten. Je loopt de akker op, is er al wat te zien?
Zo doen de boertjes het niet. Die repareren een hek of ruimen de zolder op. De mensen worden heel oud in deze streek.

Als je wil hooien moet het een paar dagen warm zijn. Soms komt de warmte vroeg, dan moet je in mei al aan de slag. Maar dit jaar was het pet, de zon wilde niet komen. Het regende steeds tussendoor en verregende hooi, dat hadden we al eens gehad. Er was genoeg reden voor grote onrust, het werd zelfs juli maar toch, en dan lach ik, het was een makkie. Ik ben een beetje een boertje geworden. Nog niet volleerd, maar het gaat echt stukken beter. Wat komt dat komt. Je kunt er toch niets aan veranderen. Ik heb niet eens naar het weerbericht gekeken, ik heb de zolder opgeruimd.
Het weer

Gister kreeg ik een mailtje van de familie van G. uit  R. die over twee weken bij ons op vakantie komt. Het was een wanhoopsmail. “Hoe is het weer daar en wat is de voorspelling?”. Want het regende zo in Nederland.  Het regende ook bij ons, maar dat zei ik niet. “Het is hier licht bewolkt en aangenaam”, antwoordde ik en vroeg me af of die mensen niets hadden om op te ruimen. Ik vergat zelfs even wie ik nog niet zo lang geleden zelf was en vroeg me af , nadat ik op ‘verzenden’ had gedrukt,  waarom die mensen toch zo ontzettend dom bezig zijn als het klote-weer is.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog Met de Hollandse slag

Geef een reactie

Laatste reacties (5)