1.136
14

Europarlementariër GroenLinks

Judith Sargentini (1974, Amsterdam) was de GroenLinks-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen. Nu is ze delegatieleider van GroenLinks in het Europees Parlement. Judith Sargentini is in het parlement lid van de commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken. Sargentini is ook plaatsvervangend lid van de commissie Ontwikkelingssamenwerking. Tenslotte is Sargentini de eerste vice-voorzitter van de interparlementaire delegatie met Zuid-Afrika. Sargentini was eerder gemeenteraadslid in Amsterdam. Ze heeft geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en woont in Amsterdam.

De dubbele moraal jegens Egypte

De liberalen meten met twee maten en de meeteenheid is niet democratie maar religie

Het gebruik van gifgas in de burgeroorlog in Syrië beheerst de kranten. Terecht. Ondertussen dreigt dat andere kruidvat in die regio zich aan ons zicht te onttrekken: Egypte. Daar waarschuwt Judith Sargentini, Europarlementariër voor GroenLinks, voor.

Voor de zomer grepen de militairen de macht in Egypte en sinds die tijd zien we dat kerken afgebrand worden zonder dat er wordt ingegrepen, zien we sympathisanten van de moslimbroederschap doodgeschoten worden, worden de media aan banden gelegd en is er geen uitzicht op een oplossing. Egypte besloot vorige week de avondklok voor nog twee maanden te verlengen en de bevoegdheden van de veiligheidstroepen verder uit te breiden.

De vrijheid die Egypte zich met het verjagen van Mubarak gaf lijkt kort geduurd te hebben. Vorige week onderhandelde ik over de tekst die het standpunt van het Europees Parlement verwoordt over de situatie in Egypte en de rol van de Europese Unie. Het resultaat is zeker niet slecht, maar ik weet wat er niet ingekomen is. En dat stemt mij toch verdrietig.

Sinds de revolutie in januari 2011 heeft de Europese Unie gewerkt aan het herijken van haar relatie met Egypte. Ik was meerdere keren in Egypte namens het Europarlement in de entourage van Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton. We spraken met de Egyptenaren over democratisering, welke valkuilen er zijn en we zegden geld toe om het land verder te helpen. De regering Morsi kon op onze steun rekenen, ook al baarde zijn autoritaire optreden ons ernstig zorgen. Het liep niet goed in Egypte, maar je moet je realiseren dat een revolutie als die in Egypte niet van de een op de andere dag leidt tot een soepel lopende democratie zoals wij die zelf gewend zijn.

De onvrede in Egypte over het regime van Morsi mondde in juni dit jaar uit tot massademonstraties en had moeten leiden tot het vrijwillig aftreden van Morsi. Dat hij met geweld werd afgezet en dat een groot deel van de Egyptenaren blij leek met het ingrijpen van het leger, bewijst hoe ver Egypte afstaat van democratie.

Mijn VVD-collega Hans van Baalen reageerde op de ontwikkelingen met de stelling dat “het leger zijn verantwoordelijk heeft genomen”. Ik vrees dat we door deze benadering de democratie in gevaar brengen. Wat mij na 2,5 maand nog steeds verbaast is dat in Europa de opluchting overheerst dat we af zijn van de regering van moslimbroeders, boven de schande van een coup d’etat. Keer op keer heeft het Europees Parlement in debatten en resoluties terecht zeer harde taal gebezigd over het beleid van Morsi: onvoldoende inclusief. Onvoldoende inspanningen om de hele samenleving te betrekken. Autoritaire tendensen.

En dat is wat nu ontbreekt in ons standpunt over de situatie in Egypte: de huidige regering is onvoldoende inclusief en vertoont autoritaire trekken. Ook nu tijdens de onderhandelingen over de resolutie bleken de liberalen, dit keer vertegenwoordigd door D66, niet bereid om het afzetten van Morsi een coup te noemen. Nog vreemder is dat tijdens de regeerperiode van Morsi de liberale partijen over elkaar heen vielen om te eisen dat “de geldkraan dicht moest”. Ze vonden Ashton’s optreden te slap en vonden dat ze door de moslimbroeders voor het lapje werd gehouden. Nu bepleiten de liberalen echter dat de geldkraan open moet blijven. Ze meten met twee maten en de meeteenheid is niet democratie maar religie.

Europa heeft een belangrijke rol in de Arabische Lente: wij zouden een aanjager moeten zijn van de wederopbouw van de democratie en de rechtstaat. In een democratie wordt een leider niet afgezet door het leger, in een rechtstaat grijpt de politie in als kerken worden afgebrand. Europa moet dit gedrag dan ook veroordelen en bovendien het gesprek aangaan en hulp bieden om Egypte vooruit te helpen. Samenwerken met de nieuwe regering zal moeten, maar dan willen we duidelijkheid over het traject richting verkiezingen. Hoe zal de regering de macht van het leger in kunnen perken? Als Europa de houding aanneemt van “ach een militaire coup , zand er over”, welk voorbeeld stellen we dan? We legitimeren militair ingrijpen. Daar pas ik voor en die houding zou ik verwachten van alle democratische partijen in het Europarlement.

Ondertussen neemt de onvrede in Egypte toe en daarmee ook de polarisatie. De neerwaartse spiraal moet worden doorbroken en daar heeft het land hulp bij nodig. Diegenen die nu de moslimbroederschap wegzetten als doorgedraaide extremisten drijven de sympathisanten van de broederschap alleen maar naar hun extreme variant, de Nour partij. Dat zal de weg naar een duurzame, inclusieve democratie niet versnellen. De EU moet haar rol als mediator waarmaken en haar eigen waarden van tolerantie en diversiteit hoog houden in de begeleiding van Egypte in het proces naar een inclusieve democratie. In zo’n politiek systeem zal het Egyptische volk, als ze zich door haar leiders in de steek gelaten voelt, kunnen grijpen naar democratische wapens.

Geef een reactie

Laatste reacties (14)