3.303
42

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

De economische koers van Dijsselbloem en De Jager is een flop

'De financiële sector is nog steeds niet hervormd. De banken zijn nog steeds te groot. De huizenmarkt zit nog steeds op slot'

Wetgeving, zei Oliver Wendell Holmes ooit, is een instrument waarmee machtige partijen de lasten die ze niet willen dragen op de schouders van anderen plaatsen. Bij de bestrijding van de financiële crisis in Nederland wordt de rekening ook doorgeschoven naar derden. Dat levert geen succesvolle formule op om de crisis te bestrijden.

Na vijf jaar recessie en stagnatie lijken de economische cijfers zich voor 2014 eindelijk, langzaam, ten goede te keren. Er begint zich zelfs een zeker triomfalisme meester te maken van de lieden die de laatste jaren hebben geprobeerd Nederland uit de crisis te loodsen. En er is ook waardering. Minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, werd politicus van het jaar. Het Nederlandse journaille beoordeelde hem als “intelligent, koelbloedig en evenwichtig”.

Falend continent
Het is niet helemaal duidelijk aan welke wapenfeiten dat te danken is. Als voorzitter van de Eurogroep droeg Dijsselbloem bij aan het minst succesvolle financieel-economische beleid van de wereld — landen als Zimbabwe of Cuba daargelaten. Duitsland en Frankrijk willen van hem af. Daarnaast slaagde hij er ook nog eens in om Nederland tot hekkensluiter te maken van een falend continent. De kleine opleving die nu wordt voorspeld ten spijt, is de gekozen koers naar iedere objectieve maatstaf een flop.

In een soort financiële crisis die zich maar eens in de 100 jaar voordoet en die om onorthodoxe maatregelen vroeg, viel Dijsselbloem — net als Jan Kees de Jager voor hem — terug op de versleten recepten en failliete theorieën van de laatste 30 jaar: bezuinigen, liberaliseren, afslanken. De economie is door de vele aderlatingen flink beschadigd en begint zich nu op een nieuw, laag equilibrium te stabiliseren met hoge werkeloosheid en lage groeiverwachtingen.

De financiële sector is nog steeds niet hervormd. De banken zijn nog steeds te groot. De huizenmarkt zit nog steeds op slot. Maar misschien moet de waardering voor het financieel-economische beleid van de afgelopen jaren niet zozeer gezocht worden in een academische beoordeling van het succes van dat beleid in het algemeen.

Sociale baten
Overheidsbeleid is op meer gebaseerd dan alleen een debat over welke theorie, welk model van de werkelijkheid, het meest overtuigend is, of het beste werkt. Overheidsbeleid gaat ook over belangen. De illustere Amerikaanse hogerechter Oliver Wendell Holmes stelde ooit dat wetgeving niets anders is dan een herschikking van sociale lasten en sociale baten in het voordeel van de machtigste partijen in de samenleving. Democratische wetgeving, zo stelde Holmes, zowel in de Verenigde Staten als in andere landen, is een empirisch gegeven. Het wordt noodzakelijkerwijs tot een middel gemaakt waarmee diegenen die over de macht beschikken de onaangename verplichtingen die ze liever niet willen dragen op de schouders van anderen leggen.

Wie vanuit dat oogpunt naar de Nederlandse respons op de financiële crisis kijkt, snapt beter waarom Nederlanders tevreden zijn over de huidige koers. Aan de oorsprong van de crisis ligt de door deregulering ontketende financiële sector en de windhandel in onroerend goed die deze liberalisering heeft mogelijk gemaakt. De financiële sector is een grote en machtige sector in de Nederlandse economie waarin veel mensen met nette pakken hun brood verdienen. De meerderheid van Nederlanders is daarnaast eigenaar van een stuk onroerend goed waarvan de prijs door de huizenbubbel is opgeklopt tot ongekende hoogte. Het is dan ook niet de bedoeling dat bij de oorzaken van de crisis te lang wordt stil gestaan.

Tulpenmanie
De financiële instellingen zijn onze nationale kampioenen die weer moeten worden klaargestoomd om straks op de Europese markt onze concurrenten de loef af te steken. Huizenbezitters zijn hardwerkende Nederlanders, geen onnozele en roekeloze speculanten in onze eigentijdse variant van de Tulpenmanie. Het beleid van de afgelopen jaren weerspiegelt deze realiteit. Met man en macht wordt geprobeerd om een correctie van de huizenmarkt tegen te werken door steeds weer lucht te blazen in een leeglopende bel. Alles om de illusie in stand te houden dat huizen de prijs waard zijn die er een aantal jaren geleden opstond.

De feilen van de financiële sector worden met de mantel der liefde bedekt en drie van de vier grote banken worden door de Nederlandse staat ondersteund. De rekening wordt vervolgens doorgeschoven naar andere maatschappelijke partijen. De publieke sector moet enorm afslanken. De scheefwoners in sociale huurwoningen moeten meer betalen en de reserves van woningbouwstichtingen worden afgeroomd. Mensen in de bijstand moeten harder worden gekort en gedisciplineerd. Uitbuiters uit Roemenië en Bulgarije moeten worden aangepakt. Studenten moeten hun studie maar zelf betalen. En waar hebben we eigenlijk nog kunst, een publiek omroep, of een leger voor nodig?

Nieuwe huizenbubbel
Uiteindelijk is een dergelijke bescherming van dominante belangen echter kortzichtig. De Nederlandse politiek heeft de laatste vijf jaar veronachtzaamd een echte oplossing te ontwikkelen en iets te doen aan de werkelijke oorzaken van de crisis. Als we niet weer een nieuwe huizenbubbel willen volblazen, waar moet de economische groei dan wel vandaan komen? Wat doen we aan de werkeloosheid, de groeiende ongelijkheid, de private — in plaats van de publieke — schulden, en het gebrek aan vraag?

Overheidsbeleid mag dan geen exercitie zijn in academische waarheidsvinding, op langere termijn blijft succes in de werkelijke wereld een toets waaraan ook overheidsbeleid zich niet kan onttrekken.

Geef een reactie

Laatste reacties (42)