4.167
93

Schrijver en columnist

Murat Isik (Izmir, 1977) debuteerde in april 2012 met de roman Verloren grond (een familiegeschiedenis die zich in Turkije afspeelt) waarvoor hij De Lezersprijs De Morgen ontving en genomineerd werd voor De Bronzen Uil. De Volkskrant noemde het 'een bedwelmend mooi familieverhaal'. In 2007 won Isik de verhalenwedstrijd van de Juni Kunstmaand, in 2011 ontving hij de El Hizjra Literatuurprijs. Isik publiceerde korte verhalen in Lava Literair, De Brakke Hond, Contrast en de verhalenbundel Fasten your seat belt! Hij studeerde Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam en San Francisco State University en is werkzaam als jurist. Zijn twee volgende romans verschijnen eveneens bij uitgeverij Anthos.

De eenzame man met de vlag

Het probleem is groter dan een paar jongens die een gruwelijke misdaad hebben gepleegd. Het zit veel dieper. Er is in essentie iets grondig mis met de beleving van een mooie sport

Richard Nieuwenhuizen (41) werd door een paar voetballers van vijftien en zestien naar de grond gewerkt en tegen zijn hoofd getrapt. Reden: hij stak als grensrechter op het verkeerde moment zijn vlag omhoog. Als betrokken clubman en vader van zoons die bij SC Buitenboys voetballen, had hij vaker de vlag ter hand genomen. Het werd zijn laatste wedstrijd.

Nieuwenhuizen strompelde nog overeind, maar een paar uur later zakte hij in elkaar. Een dag later overleed hij. Zijn dood schokte Nederland. Hij was het zoveelste slachtoffer van geweld rond voetbalwedstrijden in het land. Slechts een paar dagen eerder was een amateurvoetballer tot een gevangenisstraf van drie jaar veroordeeld wegens het uitdelen van een dodelijke karatetrap aan een toeschouwer. De lijst met geweldsincidenten rond amateurwedstrijden is lang en bevat schokkende gebeurtenissen.

Het voetbal is verziekt. Eén van de belangrijkste problemen is het stuitende gebrek aan respect voor de scheidsrechter, ook tijdens wedstrijden in het betaald voetbal. Ieder weekend zijn tijdens Studio Sport beelden te zien van gelouterde profvoetballers die met veel misbaar beslissingen van scheidsrechters aanvechten. Ze stormen schuimbekkend op hem af, slingeren krachttaal naar zijn hoofd en naderen hem soms tot op een paar centimeter. Soms wordt er zelfs geduwd en aan hem getrokken. Dat is niet alleen onbegrijpelijk, maar ook zinloos, want er heeft nooit een scheidsrechter om die reden een beslissing teruggedraaid. Buitenspel is buitenspel, een penalty is een penalty. De scheidsrechter heeft altijd gelijk, aldus het boekje.

Voetballers weten dat natuurlijk. Waar het hen, naast het primair afreageren, vooral om gaat is het beïnvloeden van de leidsman door middel van intimidatie. Want dat is het feitelijk. Hoe feller je je ongenoegen uit, des te moeilijker het voor de leidsman wordt om een volgende keer in jouw nadeel te fluiten bij een beslissend of omstreden moment. Dat is het idee. Zeker als de toeschouwers er, door de onverholen verontwaardiging van de spelers, achter gaan staan en spreekkoren en striemende fluitconcerten inzetten. In die heksenketel zijn niet zelden capabele arbiters gezwicht voor de druk. Dus oefent een geslepen voetballer als Mark van Bommel – tot voor kort de aanvoerder van het Nederlands elftal – vanaf de eerste minuut druk uit op de arbiter, in de hoop dat hij zijn team een volgende keer niet benadeelt. Jarenlang is Van Bommel geroemd, niet alleen vanwege zijn winnaarsmentaliteit (terecht!) maar ook vanwege het bespelen van de arbiter.

Trainers kunnen er ook wat van. Ze kraken vanaf de zijlijn vaak in woord en gebaar beslissingen van de scheidsrechter af. Ze staan te schreeuwen alsof er iemand vanaf een heuvel hun dure auto met keien bekogelt. En ze koelen hun woede op de vierde man die bij wissels het bordje omhoog mag houden. Soms krijgen trainers daarvoor een rode kaart, maar meestal blijft het bij een reprimande, ondanks het feit dat hun gedrag overslaat op de spelers en het publiek. Na de wedstrijd verklaren de trainers ten overstaan van de camera’s dat de scheidsrechter hun team heeft gedupeerd. Als hij had gefloten voor een penalty, was de wedstrijd heel anders gelopen.

En dan zijn er nog de vele voetbalprogramma’s waarin uitgebreid stil wordt gestaan bij de blunders van scheidsrechters. Verkeerde beslissingen worden vanuit alle cameraposities herhaald en niet zelden krijgen ze daarbij op lacherige toon verbale oorvijgen te verwerken. Soms gaat het een kwartier lang om arbitrale dwalingen bij een programma als Studio Voetbal. Tijd die beter besteed had kunnen worden aan de schoonheid van het spel: aan doelpunten en fraaie passeerbewegingen.

Wat een scheids- of lijnrechter ook doet, hij doet het nooit goed. Voetballers mogen op het veld van alles verkeerd doen: dom balverlies lijden, tegenstanders laten lopen of in eigen doel scoren. Maar voor een scheidsrechters gelden andere normen. Hij mag geen fouten maken. En hoe goed hij ook zijn best doet, hij zal altijd een van beide teams over zich heen krijgen.

Amateurvoetballers en jeugdspelers kijken goed naar de duurbetaalde profs. Met het bord op schoot nemen ze gedragingen van hun helden in zich op om het weekend erop ook eens flink los te gaan op de scheidsrechter. Meerdere grens- en scheidsrechters van het amateurvoetbal hebben de afgelopen dagen in de media verklaard te lijden onder verbale beledigingen van steeds jongere voetballertjes. Kinderen van tien jaar maken hen soms zonder schroom uit voor klootzak omdat ze het waagden een doelpunt af te keuren. Hun vaders beginnen vanaf de zijlijn vaak zelfs als eerste te schelden.

Blijkbaar denken sommigen dat het normaal is hun gevoelens de vrije loop te laten zodra ze een grasveld met kalklijnen betreden. Onbeteugelde oerdriften die een hele werkweek lang zijn opgekropt, zoeken in het weekend vrijelijk een uitweg. Laat niemand het wagen daar iets van te zeggen, want in hun vrije tijd laten ze zich door niemand de les lezen.

Het probleem is dus groter dan een paar jongens die een gruwelijke misdaad hebben gepleegd. Het zit veel dieper. Er is in essentie iets grondig mis met de beleving van een mooie sport. Ergens heeft het zieke idee postgevat dat maatschappelijke regels niet gelden op het voetbalveld, dat agressie en verbale intimidatie bij het voetbal horen, zoals gras bij de heilige velden van Wimbledon.

Er wordt geroepen om verandering, en terecht, maar de oplossingen zijn niet simpel. Er moet in de basis iets veranderen, in onze houding, ons fatsoen, maar ook in de spelregels. De KNVB en FIFA mogen het niet meer toestaan dat de scheidsrechter als een schietschijf fungeert. Hij moet een autoriteit worden die respect geniet zoals bij het tennis, rugby of hockey. Daarvoor is een wijziging van de spelregels nodig. Wie het voortaan in zijn hoofd haalt om naar de arbiter te schreeuwen, zou direct een groene kaart moeten krijgen en vijf minuten van het veld moeten. Als die regel consequent wordt toegepast, zullen spelers het wel uit hun hoofd laten om zich te misdragen, bang als ze zijn om hun ploeg te duperen. Nu wacht een scheidsrechter nog te lang met het uitdelen van een gele kaart omdat dat een zware sanctie is voor de speler en een definitieve uitsluiting daardoor al snel lonkt.

De geschiedenis van het voetbal stemt echter somber, want als die ons iets heeft geleerd, is het dat het veranderen van de spelregels moeilijker is dan het afbouwen van de Sagrada Familia in Barcelona.

Maar er zijn ook makkelijker door te voeren maatregelen. Geef de (jonge) heethoofden een fluit en een vlag. Laat hen verplicht een paar wedstrijden leiden, opdat ze ervaren hoe moeilijk en ondenkbaar het werk van scheids- en grensrechter is. Op die manier wordt hen ook wat empathie bijgebracht. Iets waar het nu overduidelijk aan schort. 

Daarnaast moeten amateurclubs voorlichting geven aan hun spelers en optreden tegen (verbaal) geweld van hun leden. Verder dienen scheidsrechters in het amateurvoetbal beter getraind te worden door de KNVB, met name in het omgaan met intimidaties en (verbale) agressie.

Wat voorkomen moet worden is dat de discussie wordt gekaapt door de PVV en de etnische achtergrond van de daders het belangrijkste onderwerp wordt. Wilders wil een Kamerdebat over ‘het Marokkanenprobleem en het racistisch geweld’. Maar geweld binnen het voetbal komt op een te breed gebied voor om het probleem op zo’n lachwekkende wijze te simplificeren.

Laat de dood van Nieuwenhuizen aanleiding zijn om eindelijk het probleem van het geweld op de voetbalvelden bij de wortels aan te pakken. Alle betrokkenen moeten zich bezinnen en bij zichzelf te rade gaan, van vaders en trainers langs de lijn tot profvoetballers met hun voorbeeldfunctie. Alleen zo kan de nodige mentaliteitsverandering misschien op een dag verwezenlijkt worden.

Dat verdienen al die moedige scheids- en grensrechters die wekelijks op de amateurvelden aan de goden overgeleverd zijn. Dat verdient Richard Nieuwenhuizen.

Volg Murat Isik ook op Twitter of Facebook

Het boek ‘Verloren Grond’ is het debuut van Murat Isik

Opinies over deze kwestie

Evert de Vos: Hoe keurige huisvaders in scheldende monsters veranderen
Abdelkader Benali: Marokkanen als reservaatdieren
Nourdeen Wildeman: Maakt de haatbaard plaats voor de nuancebaard?
Auke Hulst: De comeback van ultrageweld
Malika el Allaoui: Ons kikkerlandje ligt liever aan het infuus van sensatiezucht
Mihai Martoiu Ticu: Wilders liegt
Alexander Francino: Gedode grensrechter aan de winnende hand
Jan Dirk de Jong: Hebben de Marokkanen het nou weer gedaan?
Murat Isik: De eenzame man met de vlag
Bart Schut: De dood van een grensrechter
Claudia Biegel: Voetbal is helemaal geen oorlog
Jeroen Mirck: Een voetballoos weekend is niet genoeg
Dennis l’Ami: Peter R. de Vries zet zich buitenspel met kritiek op grensrechters

Geef een reactie

Laatste reacties (93)