Laatste update 18:19
1.829
87

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Pragmatisme vs. Principes, de eeuwige strijd binnen links

"Sommige progressieven weten, in tegenstelling tot anderen, dat wanneer je wat wilt bereiken je water bij de wijn dient te doen"

De Kabinetsformatie is nog steeds in volle gang. Niet tussen een verzameling progressieve en conservatieve partijen, maar tussen drie overwegend conservatieve partijen en D66. De andere partijen binnen het progressieve kamp, De SP, GroenLinks en de PvdA hebben het laten afweten. Nu is dat bezien vanuit het perspectief van de PvdA zeker begrijpelijk. De grootste verkiezingsnederlaag uit de geschiedenis (-29 zetels) gaat je immers niet in de koude kleren zitten. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de PvdA ervoor kiest om niet opnieuw in een Kabinet mee te gaan regeren, maar in plaats daarvan de komende jaren in de oppositie plaatsneemt. De PvdA kan immers niet verweten worden dat zij het nemen van regeringsverantwoordelijkheid ontloopt, in tegenstelling tot de andere linkse partijen. En dat is waar de progressieve geesten zich scheiden.

In analyses van de interne strijd die zich binnen GroenLinks afspeelde gedurende de Kabinetsformatie, wordt vaak de nadruk gelegd op het feit dat de idealistische vleugel van de partij het won van de pragmatische. In plaats van ernaar te streven zoveel mogelijk van de idealen in een Kabinet te realiseren, koos de partij in plaats daarvan voor de optie om principieel te blijven in de oppositie. Pragmatisme vs. Principes, en die laatste trokken aan het langste eind binnen de partij.

Ook binnen de SP hadden ze bepaalde principes, en dat was dat de partij niet deel zou nemen aan een Kabinet met de VVD erin. Vandaar dat Roemer vast bleef houden aan zijn idee voor een progressieve coalitie met het CDA erbij. Een onrealistisch en dan ook onhaalbaar streven. De houding van de SP in deze formatie kan het best omschreven worden als ‘Wil niks, kan niks, doet niks’. Daar waar GroenLinks nog bereid was om te onderhandelen was de SP geen moment in staat zich te ontdoen van het imago van een antipartij die aan de rand van het Nederlandse politieke spectrum staat. Een gemiste kans, voor een partij die grote ambities op links heeft.

We zouden natuurlijk kunnen zeggen ‘Deze partijen hebben gelijk dat ze niet in dit Kabinet zijn gestapt, kijk wat er met de PvdA is gebeurd!’. En ja, de PvdA heeft een groot verlies geleden. Maar zij is er tegelijkertijd wel in geslaagd om 5 jaar lang haar idealen om te zetten in beleid, en heeft zich door het nemen van verantwoordelijkheid al decennialang gevestigd als de meest betrouwbare linkse regeringspartner. Voor het eveneens progressieve D66 geldt min of meer hetzelfde. Regeren betekent bijna altijd halveren bij de partij. Maar daardoor krijgt zij wel de kans om haar ideeën in de praktijk te brengen, en om eveneens zich te presenteren als een constructieve partij die haar verantwoordelijkheid neemt.

In het overwegend centrumrechtse Nederland, waar progressieve Kabinetten een zeldzaamheid zijn, gaat het er dan ook om dat wanneer je als progressieve partij je in een positie wilt komen om je idealen te vertalen naar beleid, je in staat moet zijn om je constructief en pragmatisch op te stellen. Doe je dit niet dan blijf je de eeuwige oppositiepartij, in een parlement waarin de regering dankzij een meerderheid over het algemeen maar bar weinig rekening hoeft te houden met die oppositie. De SP heeft al lang en breed de status van een dergelijke partij, en het begint er sterk op te lijken dat met haar houding gedurende de recente Kabinetsonderhandelingen GroenLinks deze eveneens verworven heeft.

Nu zullen er altijd diegenen zijn die de voorkeur geven aan het principieel kunnen blijven, aan het geen verantwoordelijkheid hoeven nemen, en aan het ten alle tijden niet hoeven toegeven op de eigen principes. Maar dat is de essentie van waar de progressieve geesten zich scheiden. Sommige progressieven weten, in tegenstelling tot anderen, dat wanneer je wat wilt bereiken je water bij de wijn dient te doen. Je kunt geen 2 stappen vooruit zetten zonder zo af en toe een stap achteruit te doen. En vooruitgang bewerkstelligen is geen lineair proces, maar gaat met horten en stoten. Met vallen en opstaan. Dus als politieke partij val je af en toe, maar je zult ook weer opstaan. D66 is na 2006 uit de as herrezen, om nu weer regeringsverantwoordelijkheid te dragen. En zo zal het over een aantal jaren ook de PvdA ongetwijfeld vergaan.

Aan de progressieve kant van het politieke spectrum zal deze tegenstelling de komende jaren hoogstwaarschijnlijk allen maar groter worden. De tegenstelling tussen de constructieve partijen, de PvdA en D66, die hun verantwoordelijkheden niet uit de weg gaan, en de niet-constructieve partijen, de SP en GroenLinks, die hun principes liever belijden in de oppositie. De eerste twee zullen regeringspartijen zijn en blijven, en de laatste twee de eeuwige oppositie. De recente Kabinetsonderhandelingen zijn een gemiste kans gebreken om deze tegenstelling te doorbreken. Het heeft helaas niet zo mogen zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (87)