886
7

Journalist

Brenda Stoter is geboren en getogen in Rotterdam. Sinds 2010 is ze als freelancer werkzaam in de journalistiek en schrijft ze voornamelijk voor het AD, stichtingen en bedrijven. Eerder schreef ze artikelen voor de Elsevier, Roest, HP/De Tijd, stichting Music Matters en werkte ze mee aan het Hoofdboek. Ze is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, jongerencultuur, Rotterdam, Egypte en Rwanda.

De eindejaarsrekening

Vaak zit ik op oudejaarsavond half te janken met een glas champagne in de hand en een dosis spijt in mijn hoofd. Dit jaar niet.

Het einde van 2011 nadert. Een moment om terug te blikken. Normaal word ik er erg emotioneel van. Vaak heb ik aan het eind van het jaar een gigantische dip. Dan zit ik op oudejaarsavond half te janken met een glas champagne in de hand en een dosis spijt in mijn hoofd. Mensen die vrolijk zijn, irriteren me dan. Ik zou ze het liefst met een oliebol in de mond en een sterretje in hun kont de laan uitsturen en zelf een fles jenever achterover slaan. Me begraven onder een dikke deken in de hoop dat ik door de knallen heen slaap. Vorig jaar was het toppunt. 2010 was niet mijn jaar. Hoewel ik een aantal belangrijke stappen heb ondernomen, was het verre van ideaal. Dit jaar blijft het miserabele gevoel achterwege, denk ik. Het afgelopen jaar was best te doen, weet ik. Volgend jaar gaat nog beter worden, hoop ik.

Hoewel ik sinds oktober 2010 als journalist werk, begon het dit jaar pas echt. Ik had het gigantisch druk, vooral bij de krant. Zo heb ik een handleiding herschreven, honderden berichten opgetikt en leuke mensen geïnterviewd. Tussendoor ging ik voor het AD Rotterdams Dagblad regelmatig op reportage naar festivals zoals Dunya, Metropolis en De Wereld van de Witte de With. Voor de rubriek In de Spiegel interviewde ik onder andere pornoactrice Kim Holland, basketballer Francisco Elson, honkballer Dwayne Kemp en schrijver Elvin Post. Bijzondere mensen die stuk voor stuk een interessant verhaal te vertellen hadden. De gesprekken duurden uren, omdat het zo gezellig was. Mijn interview met Francisco Elson was zelfs in de Dino Show te zien. Jandino Asporaat heb ik trouwens ook geïnterviewd. Ik zou het bijna vergeten.

De echte klapper kwam in april, toen ik voor de stichting Eenheid is Kracht mee mocht naar Rwanda. Een onvergetelijke ervaring. In Rwanda heb ik onder andere president Paul Kagame en de Rwandees-Nederlandse gevangene Victoire Ingabire ontmoet. Toch waren dit niet de verhalen die de meeste indruk op me maakten. De echte verhalen werden, met een traan en met een lach, door de bevolking verteld. Wow, wat zijn die mensen sterk. Amper 17 jaar na de genocide bouwen ze het land weer op en proberen ze de massamoorden achter zich te laten. En dat lukt ze best goed. Mijn indrukken verwerkte ik in verhalen, die nu op mijn website te lezen zijn.

Drie dagen na mijn tripje naar Rwanda vertrok ik voor een maand naar Egypte. Ik was het leven in Nederland zat en besloot een break te nemen. Mijn tijd daar heb ik doorgebracht in de Sinaïwoestijn en in Caïro. Ik schreef er een verhaal over. Kort daarna schreef ik nog meer verhalen over Egypte, mede tot stand gekomen door mijn Egyptische vriendenkring. Ik beleefde de effecten van de revolutie door de ogen van de Egyptenaren. Hoewel de artikelen grotendeels alleen op mijn eigen website geplaatst zijn, ben ik er trots op. Het zijn mijn verhalen. Een break zorgt voor inspiratie. Niet alleen daar, maar ook als je weer terug bent.

Eenmaal terug besloot ik een eigen website op te zetten. Ik schreef een stuk over FunX en werd prompt benaderd door de opiniewebsite Joop. Of ze mijn verhaal mochten overnemen, was de vraag. Sindsdien verschijn ik met enige regelmaat op Joop.nl. Hoewel de reacties soms een beetje negatief zijn, krijg ik er ook veel moois voor terug. Eens in de zoveel tijd krijg ik een lief mailtje binnen van een lezer die aangeeft blij te zijn met mijn verhalen. Die mailtjes bewaar ik, net als alle complimenten die ik op Facebook of Twitter krijg. Mijn eigen website trekt inmiddels een paar duizend bezoekers per maand. Dat vind ik mooi, vooral omdat het binnen zo’n korte tijd tot stand is gekomen. Ik heb deze website pas sinds mei. Iedereen die reageert, deelt of complimenteert koester ik.

De tweede helft van het jaar was net zo mooi. Ik kreeg de vraag of ik mee wilde werken aan het Hoofdboek, een uitdaging die ik aannam. Het boek is duizenden keren over de toonbank gegaan. Tussendoor mocht ik voor het AD Rotterdams Dagblad naar Parijs om een reportage over de Technoparade te schrijven. Het was een fijne reis waarin ik de vrijheid had om naast het schrijven, ook plezier te maken. Met mijn moeder vertrok ik kort daarna naar Chios en Athene om voor het programma TROS Vermist op zoek te gaan naar mijn Griekse opa. Hoewel we hem niet gevonden hebben, -hij bleek al jaren overleden te zijn-, ben ik gezegend met een nieuwe familie. Neefjes, nichtjes, ooms en tantes, noem maar op: ik heb ze gevonden. Net als mijn moeder ben ik dolgelukkig met ze. Natuurlijk schreef ik hier ook een verhaal over.

Primeurs had ik ook. Zo was ik de eerste journalist die Victoire Ingabire in haar Rwandese cel mocht opzoeken, schreef ik als eerste een opiniestuk over het ‘rellensms’je’ dat in Rotterdam verspreid werd en besloot ik op een dag een stuk over de schending van mensenrechten in West-Papoea te schrijven. Gister zag ik opeens een reportage over hetzelfde onderwerp op het NOS Journaal verschijnen. Mijn stuk verscheen maanden geleden al op Internet. Blijkbaar leeft het nu pas echt onder de Nederlandse bevolking. Daar ben ik blij om, er moet echt wat veranderen daar.

Hoogtepunten. Ik kan nog zoveel dingen opnoemen die dit jaar de moeite waard maakten, maar ik ben bang dat jullie in slaap donderen. Toen ik laatst mijn reportages voor het AD Rotterdams Dagblad optelde, stopte ik bij nummer 200. Ik hou het niet meer bij. Vandaar dat niet al mijn artikelen op mijn website verschijnen. Het zijn pareltjes in mijn hart. Die zitten daar voor altijd.

Wel wil ik nog één onderwerp benadrukken. Voor het AD Rotterdams Dagblad maak ik  een rubriek, genaamd van Wieg tot Graf. In deze rubriek interview ik nabestaanden van overleden personen. Het zijn mooie, gevoelige verhalen waar ik meestal weinig respons op krijg, maar die onder de nabestaanden enorm gewaardeerd worden. Het verhaal van Bobby Coenraad, een echte Feyenoordfan, heeft me persoonlijk geraakt. Deze jonge knul van 22 jaar overleed binnen een paar maanden aan de gevolgen van kanker. Het was een bijzonder mens, eentje die niet vergeten mag worden. Bobby heeft een ereplaats op mijn website.

Bezinning en overdenking. Ik som alle gebeurtenissen van het afgelopen jaar op omdat ik de neiging heb om mijn werkzaamheden te onderschatten. Soms ben ik een streber of verlies ik mijn doel uit het oog. Wanneer het even minder gaat, vergeet ik wat ik allemaal al bereikt heb. Dan denk ik ‘ach, dat stelt niets voor’. Hollandse nuchterheid.

Soms twijfel ik. Vroeger dacht ik altijd dat ik correspondent wou worden, maar na een tijdje werkzaam te zijn geweest in de journalistiek ben ik daarvan afgestapt. Het zijn juist de onderwerpen in Nederland die me trekken. Misstanden aan de kaak stellen, maar tegelijkertijd het verhaal van de gewone man vertellen. Toch wil ik me niet beperken tot een bepaald specialisme. De wereld heeft nog zoveel meer te bieden.

Vandaar dat mijn website ook geen rode lijn heeft. Van stukjes over het mannelijk geslacht naar interviews tot mensenrechtenartikelen. Ik heb er vrede mee. Het is goed zo. Het was een vruchtbaar jaar, 2011. En ik hoop dat ik nog veel meer mooie verhalen de wereld in mag sturen. Die fles jenever en die dikke deken laat ik dit jaar achterwege, die heb ik niet nodig. Kom maar op met je 2012!

Dit artikel verscheen eerder op de website van Brenda Stoter Boscolo

Geef een reactie

Laatste reacties (7)