10.320
192

Student International Development

Veerle Boekestijn(Leiden, 1990) studeerde antropologie, Contemporary Asian Studies en nu International Development. Geregeld windt ze zich op over dingen die om haar heen gebeuren, en dat ventileert ze graag in tekst of in beeld.

De elite van De Correspondent kan zich niet inleven in PVV-stemmer

Wijnberg beweert zich letterlijk ‘onbevooroordeeld’ op te stellen, maar dat is niet wat hij in het filmpje bereikt.

Twee weken terug plaatste De Correspondent een kort filmpje op hun Facebook-pagina waarin Rob Wijnberg de financiële validiteit van Wilder’s een-pagina-partijprogramma toetst. Uitkomst: de islam uit Nederland bannen is geen winstgevende onderneming. Enkele dagen later publiceert Wijnberg een stuk waarin hij oproept voor ‘oprechte interesse in elkaar’, omdat we alleen zo dichter tot elkaar kunnen komen. Wat betekenen deze boodschappen eigenlijk, en hoe verhouden ze zich tot elkaar?

De onbetrouwbaarheid van politieke peilingen daargelaten, kunnen we er nog steeds vanuit gaan dat de PVV grote populariteit geniet. Dat is voor veel mensen, waaronder ikzelf, een beangstigend idee. De anti-PVV reageert vaak op uitingen vanuit de PVV op ridiculiserende toon: wat een onzin, wat een achterlijke gladiolen. In een wereld waar we toch al grotendeels met gelijkgevormden en  gelijkgestemden in aanraking komen (zowel in het sociale leven als in het sociale medialeven), lijdt dat tot een immer groeiende kloof. Hoe moeten we het filmpje van Wijnberg in die context begrijpen?

wijnbergHet filmpje opent met Rob Wijnberg die benadrukt hoe het verkiezingsprogramma van de PVV ‘niet moeilijk belachelijk te maken is’. Vervolgens zien we enkele beelden van mensen die het programma inderdaad ridiculiseren. Het beeld schiet weer terug naar Wijnberg, die aangeeft een poging te willen ondernemen om de inhoud ‘onbevooroordeeld’ te analyseren.  Hij lijkt daarmee neutraal – ‘zoals het is’- te bedoelen. Het is haast alsof Rob Wijnberg ‘die enge xenofoben, die diep-racistische’ PVV-stemmer een hand op de schouder legt en sussend zegt: “stil maar, ik zal je serieus nemen.” Maar is dat wel hetgeen hier gebeurt?

De slotsom van de berekeningen, die Wijnberg zo gedetailleerd als de 5 minuten soundbites dat toestaan toelicht, stelt dat het PVV-programma een potentiële bodemloze put is. De korte film oogt daarmee niet zozeer als een oprechte inleving in de PVV-stemmer, als wel als een kort en overzichtelijk college over de financiële haalbaarheid van Wilders’ woorden. De eindboodschap van Wijnberg’s betoog is uiteindelijk samen te vatten als: ‘Beste PVV-stemmer, zelfs als ik u serieus neem bent u nog irrationeel. Er valt werkelijk niets realistisch in uw overtuigingen te herkennen’. Is dat de juiste manier om Wilders-stemmers te overtuigen van het idee dat de oplossing voor al het gevoelde onrecht in ons leven niet te vinden is in het beoefenen van racisme en discriminatie?

Het filmpje geniet grote populariteit in mijn vriendenkring, en ook ik vind het hele geruststelling om wederom bevestigd te worden in mijn beeld van de PVV. Altijd fijn om te horen dat xenofobie en racisme zelfs geen economisch excuus kennen. Maar ik vraag me af of dit filmpje wel de doelgroep aanspreekt die het zou moeten bereiken.

Om Wilders-gedachtegoed aanhangers te kunnen overtuigen van het ongelijk van deze visie zal je moeten begrijpen welke logica hen daartoe drijft. Alleen dan kan je, vanuit empathie, dichter bij elkaar komen. Is het niet overduidelijk dat de elite/de status quo zich moeten realiseren dat hun logica niet de enige variant van rationaliteit is.

Het filmpje lijkt gebaseerd op een economische som. Dat is onderdeel van de heilige graal der wetenschappelijke logica waar mensen als Wijnberg en ik in zijn opgegroeid.

Een perverse consequentie van de rationaliteit der cijfers, die de waarheid in pacht meent te hebben, is de verneveling van de sociale beredenering die haar sommen motiveert. Wijnberg beweert zich letterlijk ‘onbevooroordeeld’ op te stellen, maar dat is niet wat hij in het filmpje bereikt. Immers, verscholen achter de ‘objectiviteit’ van de wiskunde, maakt Wijnberg eigenlijk een reuze controversiële berekening. Een berekening die gebaseerd is op de aanname dat mensenlevens in financiële sommen te vangen zijn, en dat de uitkomst van die sommen ertoe zou doen.

De kern van de boodschap luidt namelijk als volgt: de islam uitbannen is niet winstgevend. Wat als de uitkomst van de berekeningen ons had geleerd dat het zogenaamde ‘de-islamiseren’ inderdaad een winstgevende onderneming is? Zou dat een legitimering van discriminatie vormen? Het punt is niet dat ik Rob Wijnberg verdenk van zulk gedachtegoed, als wel dat de hele opgave om Wilders’ ideeën op financiële mogelijkheid te toetsen inherent vruchteloos is. Het gaat namelijk helemaal niet om deze logica, anders zou het onmogelijk zijn dat Wilders nog in de Tweede Kamer zat.

En dan begeef ik mij plots op glad ijs, want: hoe moet het dan wel? Rob Wijnberg roept in een column die kort na het filmpje verscheen op tot “oprechte interesse in elkaars werkelijkheid”. Daar kan ik mij in vinden, want enkel vanuit die oprechte interesse ben je in staat open te staan voor iemand anders’ logica. Maar het is vrij makkelijk om op te roepen tot meer ‘onbevooroordeeld’ contact met mensen die een andere mening zijn toebedeeld. Het ook daadwerkelijk realiseren daarentegen, is denk ik vrij moeilijk.

Dit kan geïllustreerd worden aan de hand van het stuk van Wijnberg waarin hij oproept tot deze oprechte interesse. Daar pleit Rob Wijnberg onder andere tegen essentialisme; het idee dat je de wereld kan verklaren vanuit een alle verklarende grote theorie. Hij stelt dat dit problematisch is, omdat het een voedingsbodem is voor polarisatie. De anti-essentialistische boodschappen dragen vaak eenzelfde waarheidsclaim uit: ‘het zit niet zo, nee, het zit eigenlijk zo!’ De waarheidsclaims an sich zijn daarom niet per se van nature problematisch.

Ze worden pas problematisch op het moment dat ze mensen tot enkele stereotypen reduceren, als ze racistisch of xenofoob zijn –of daartoe oproepen en dus mensen motiveren om elkaar niet langer serieus te nemen. Maar even problematisch zijn ze op het moment dat ze stellen dat Pietje om de hoek eigenlijk voor spek en bonen meedoet – want Pietje begrijpt het allemaal niet helemaal – maar we moeten Pietje niet buitensluiten, want dat is zielig. Vanuit een politiek correcte, valse oprechtheid zullen we Pietje tolereren –maar als het op serieuze zaken aankomt zullen we aan Pietje geen advies vragen. Ik snap dat het de bedoeling is om daaraan voorbij te gaan, maar ik ben bang dat het een heel lastige onderneming is.

Mijn vrees is daarom de geveinsde oprechtheid, die niet eens als dusdanig herkend wordt. Het draagt het risico in zich van een veel sluimerender variant van uitsluiting: ‘Ik heb je gehoord, en ik ga toch doen wat ik zelf het beste acht. Want ik heb uiteindelijk toch de waarheid in pacht!’ Het argument dat politieke leiders de burgers serieus moeten nemen staat overigens niet gelijk aan het argument dat elke burger een potentiële politieke leider is.

Waarschijnlijk draagt ons keurig gescheiden sociale (media)leven bij aan de instandhouding van ons collectief gepolariseerde bestaan. Wellicht worden we daardoor te weinig getraind om te zoeken naar de redenen die mensen hebben om tot meningen te komen die ze uitspreken. Het is mij niet vreemd: ook ik ben omgeven met mensen uit dezelfde poel. Mensen die zichzelf, vaak onbewust, het alleenrecht op de rede hebben toegeschreven, en daardoor niet getraind zijn buiten hun eigen kader te denken.

Het is mij in dit stuk dan ook niet te doen om het afkraken van Rob Wijnberg, maar enkel het zoeken van een verklaring voor de reden dat dezelfde persoon, die nota bene voor oprechte interesse in elkaar pleit, zelf nog zo gemakkelijk vervalt in de paternalistische toon, waar hij zelf waarschijnlijk ook tegen is. Wellicht kan het ons verder helpen in de zoektocht naar het vinden van een open en gelijkwaardige (oprechte!) dialoog.

 

Geef een reactie

Laatste reacties (192)