4.880
180

Fractievoorz. Groenen Europees Parlement

Daniel Cohn-Bendit verwierf faam als leider van de studentenrevolte van Mei '68 in Parijs. Hij werd verbannen uit Frankrijk en sloot zich in Duitsland aan bij de Groenen. Sinds 2002 is hij fractievoorzitter van de Groenen in het Europees parlement.

‘De enige oplossing voor Europa’

Daniel Cohn-Bendit over hoe het systeem van Europese landen goed is voor voetbaltoernooien maar niet voor de wereldpolitiek ... Oproep van een nieuwe Europese beweging

In een manifest dat in tal van landen wordt gepubliceerd roepen Daniel Cohn-Bendit en Felix Marquardt, mede-oprichters van Europeans Now op tot een heldere keuze voor Europa. Volgens hen is het de enige echte keuze en zal vasthouden aan de achterhaalde natiestaat er toe leiden dat alle Europese landen achterop raken en hun leidende positie in de wereld verliezen.

Bij de Europese verkiezingen van volgend jaar moeten we het best bewaarde geheim van onze landelijke politici blootleggen: dat de natiestaat, door hen beschouwd als de enig mogelijke vorm van modern bestuur, in hoog tempo een achterhaalde politieke structuur aan het worden is.

In Europa groeit nu een nieuwe generatie op met een lagere levensstandaard dan die van hun ouders. Zij worden geconfronteerd met een keuze: versnelde integratie of langzaam afdrijven en steeds onbeduidender worden.

Ondanks dat bestaat het meest ambitieuze plan om in deze gevaarlijke en netelige positie verandering te brengen uit niet meer dan het voorstel om de Europese verkiezingen in de hele Unie op dezelfde dag te laten plaatsvinden en de voorzitter van de Europese Commissie door het volk te laten kiezen. Dat lijkt in niets op de oerknal die Europa nodig heeft.

De tijd is rijp voor een beweging die grenzen overschrijdt, generaties doorkruist, partijen overstijgt, van onderop ontstaat en met crowd-funding gefinancierd wordt, om de Europese integratie naar een hoger niveau te tillen. Maar voordat we een partij vormen, moeten we lessen trekken uit de Europese succesverhalen om te bepalen hoe ons platform er uit moet gaan zien.

Laat de Finnen ons leren hoe we onderwijs moeten geven, de Fransen hoe we gezondheidszorg opzetten, de Duitsers hoe we flexibele arbeid doorvoeren, de Zweden hoe we gelijkheid van mannen en vrouwen realiseren, de Belgen hoe we compromissen sluiten.

De Europese landen troosten zichzelf nog steeds met hun statussymbolen uit vervlogen tijden. We scheppen op over onze rijke geschiedenis en prachtige monumenten en trekken daarmee toeristen uit de hele wereld die onze cultuur, mode en keukens bewonderen. Maar die statussymbolen van de Oude Wereld gaan Europa niet redden. Ze redden misschien Parijs, Berlijn, Rome en Londen, net zoals ze Toscane, Beieren, Oxfordshire en de Loire vallei voor de ondergang zullen behoedden. Buiten de rijkelijk van musea voorziene hoofdsteden en de historische landschappen wordt de rest van Europa geplaagd door chronische werkloosheid, povere groei en snel toenemende vergrijzing.

Het is niet zo dat onze regeringen en parlementariërs van kwade wil of ongeschikt zijn om deze uitdaging aan te gaan, maar ze missen gewoonweg de voeling met de kernrealiteit van de politiek van vandaag. Het is naïef om te verwachten dat de traditionele landelijke politiek leiders, die voor vier of vijf jaar gekozen worden door burgers vanuit hun eigen soevereine gebied in staat zullen zijn problemen zoals schaarste van grondstoffen, ontbossing, chronische werkloosheid, opwarming van de aarde en overbevissing adequaat aan te pakken. Deze problemen hebben nu eenmaal een mondiaal karakter en de oplossing ervan zal decennia duren.

De oplossingen van deze tijd moeten grensoverschrijdend, transnationaal, zijn, anders zijn het geen echte oplossingen.

Natuurlijk laten we vooral onze nationale voetbalploegen blijven steunen, Oranje, de Rode Duivels, Les Bleus. Maar laten we onszelf niet voor de gek houden door de waan van zelfverheerlijking van onze nationale politieke leiders die menen dat in deze tijd de natiestaat nog steeds het beste stuurmiddel is als het gaat om beleid.

In plaats daarvan moeten we, zoals velen al aanvoelen, het idee omarmen dat we aan de vooravond staan van een nieuw, postnationaal tijdperk waarin Europeanen in plaats van achterblijvers weer leidend worden.

Als we dat niet doen, dan dreigt Europa precies te worden waar het de Verenigde Staten om bekritiseert: een plek met de beste ziekenhuizen – maar miljoenen mensen zonder de juiste ziekteverzekering, met ’s werelds meest geavanceerde technologie – maar velen die er geen toegang toe hebben, met universiteiten van wereldklasse, maar generaties die tegengehouden door bekrompen wereldbeelden.

Wij zijn, merkwaardig genoeg, de laatsten die nog twijfelen aan ons eigen politieke project. We klagen dat Europa voor de burgers te abstract is maar we slagen er nog niet een Europees paspoort te verschaffen dat zijn naam waardig is, wettelijk te regelen. Of een kader te creëren waardoor elke Europeaan in staat is de Europese Unie echt te omarmen.

Een oud Joods gezegde luidt: ‘Als er slechts twee mogelijkheden zijn, kies dan de derde.’ aan de vooravond staan van een nieuw, postnationaal tijdperk waarin de Europeanen zich weer kunnen profileren als ‘leiders’ in plaats van achterblijvers. Het punt is niet om Europa’s regeringen van de oudere generaties te vervangen door een dictatuur van de jongeren. Deze beweging moet worden gedragen door iedereen die het – ongeacht de leeftijd – er mee eens is dat een grote machtsverschuiving tussen generaties, richting de jongeren, moet plaatsvinden om de opgestapelde schuld af te bouwen die we anders zouden doorschuiven naar onze kinderen.

Jongere Europeanen zijn geboren in tijden van bezuiniging, ervaren met het terugdringen van uitgaven en gewend digitaal te leven. In tegenstelling tot onze leiders van vandaag zijn ze goed aangepast aan het steeds snellere tempo van de veranderingen. Ze hebben het instinct om de meest innovatieve en kosteneffectieve methoden te gebruiken om hun doelen te bereiken.

In democratieën is politiek altijd een evenwichtsoefening tussen wat mensen hopen en wat echt werkt. Maar in Europa draait het te veel om hoe elke natie de wereld graag wil zien en te weinig over wat effectief tastbare resultaten oplevert.

In plaats van te kibbelen over wiens beleid de voorkeur geniet, hebben we behoefte aan een pan-Europese inspanning om de beste aanpak voor Europa te bepalen op elk gebied en die over het hele continent toe te passen. Waarin blinkt elk land uit? Welke succesvolle modellen zijn vertaalbaar op Europees niveau? Hoe kunnen we gebruik maken van de gecombineerde ervaring, middelen en bewezen oplossingen van alle Europese naties?

Europa zal niet veranderen door de Europese verkiezingen van 2014. Europa zal alleen veranderen als op nationaal niveau Europeesgezinde politici verkozen worden en beslissen om macht over te dragen aan echte Europese instellingen.

We moeten onze landelijke politici laten weten dat we hun nationalistische bluf niet meer accepteren, dat we hun angst om af te glijden naar irrelevantie niet delen, als we de Europese instellingen, zoals de Europese Commissie en het Parlement, de plaats en de macht geven die ze verdienen.

We hebben de keuze tussen het gebruiken van de macht en de rijke bronnen van het hele Europese netwerk, of als individuele Europese landen achter te blijven bij het tempo van de globalisering.

Laten we ophouden te twijfelen aan Europa en beginnen te handelen als echte Europeanen. En de eerste stap is om niet als Franse, Duitse of Belgische burgers te stemmen in de eerstkomende verkiezingen – maar als Europeanen.

Daniel Cohn-Bendit en Felix Marquardt zijn mede-oprichters van de Europeans.Now. beweging. Dit is de bewerkte vertaling van een tekst die in de New York Times, in tal van Europese kranten en op EuropeansNow.eu verscheen.

Geef een reactie

Laatste reacties (180)