5.385
124

Adviseur en activist

Marjan Boelsma (1951, Wilrijk, Belgie) is voorzitter Cliëntenraad ArosA, adviseur ontwikkeling kennis/expertisecentrum St. Welzijn Antillianen en Arubanen, één van de beschermvrouwen/mannen van Umtapo (Durban), een Zuid-Afrikaanse NGO die werkt aan onder meer “community mobilisation, and networking in order to empower people, particularly youth, to take control of their own lives in the struggle for sustainable development, peace, and human rights”.

Van 1974 tot 1994 actief voor de bevrijdingsstrijd in Zuid-Afrika. VN waarnemer tijdens eerste algemene verkiezingen in Zuid-Afrika. Onderscheiden met Biko International Peace Award (2010) en door de regering van Zuid-Afrika voor uitzonderlijke bijdrage gedurende de strijd van het volk van Zuid-Afrika tegen Apartheid (2007).

Eerder werkzaam in management gezondheidszorg. Studeerde bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit, Nijmegen.

De erfenis van ons slavernijverleden

Wat er in het verleden is gebeurd, is je niet als jouw persoonlijke fout aan te rekenen

Antiracisme is onmogelijk zonder besef van ons koloniale slavernijverleden, migrantengeschiedenis en de impact daarvan op onze huidige maatschappij. Erkenning, excuses en reparatie door Nederland vanuit de verantwoordelijkheid voor bijna drie eeuwen slavernij zijn daarvoor essentieel.

De trans-Atlantische slavenhandel heeft gedurende bijna 3 eeuwen ongeveer 12,5 miljoen tot slaaf gemaakte mensen geketend van Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika gebracht. Ongeveer 2 miljoen tot slaaf gemaakte Afrikanen overleefden de tocht niet. De kolonisten (Spanjaarden, Portugezen, Nederlanders, Britten, Fransen, Denen, Zweden, Brazilianen en Noord-Amerikanen) wilden een goedkope winstgevende productie van suiker, koffie, indigo en andere goederen. De WIC was verantwoordelijk voor het vervoer van ruim 550.000 tot slaaf gemaakte Afrikanen.

In zijn boek Daar werd wat gruwelijks verricht bespreekt Reggie Baay de onbekende geschiedenis van de slavernij in Nederlands Oost-Indië. Het blijkt dat nog eens 600.000 tot 1.000.000 mensen in het bezette Indonesië door de VOC tot slaaf zijn gemaakt. Verder schrijft hij dat er nog tot aan de dekolonisatie (1949) tot slaaf gemaakte mannen, vrouwen en kinderen in Indonesië aanwezig waren.

De slavenhandel omvatte 10 generaties mensen en is nog maar 6 generaties geleden officieel afgeschaft. In onze wereldgeschiedenis staat het te boek als één van de grootste misdaden tegen de mensheid. Het demografische effect op de lange termijn maakte Afrika mede kwetsbaar voor de latere kolonisatie. De lucratieve handel in en het gebruik van tot slaaf gemaakte Afrikanen legden de basis voor de industrialisatie van het westen, de huidige post/neokoloniale verhoudingen en onze huidige welvaart.

Tot slaaf gemaakte Afrikanen werden als vracht verhandeld en behandeld. Zij werden beroofd van hun vrijheid en tot eigendom van hun witte meester gemaakt. De Nederlandse regering informeerde het parlement in 1821 dat de tot slaaf gemaakte Afrikanen als zaken werden beschouwd en niet als mensen. In de woorden van de Nederlandse regering waren zij ‘het eigendom van hun meester: non sunt personae sed res.’ Deze uitspraak is een rechtstreeks gevolg van een ideologie die slavenhandel, slavernij, kolonisatie en apartheid rechtvaardigt en legitimeert sinds de 15e eeuw.

Nederland schafte als één van de laatste landen in 1863 de slavernij af. De witte eigenaren van de tot slaaf gemaakte Afrikanen, eigenaren of aandeelhouders van plantages en eigenaren van particuliere tot slaaf gemaakte mensen in Suriname, de Antillen en in Nederland werden financieel gecompenseerd. In Suriname werden de voormalige tot slaaf gemaakte mensen verplicht om nog 10 jaar als goedkope werkkracht te werken voor de plantagehouders.  

Tot op de dag van vandaag ondergaan de mensen van Afrikaanse afkomst de traumatische gevolgen van de eeuwenlange slavernij. De Verenigde Naties stelde vast dat in de hele wereld met name de mensen van Afrikaanse afkomst kwetsbaar zijn voor racisme en marginalisatie. In 2014 heeft de VN voor de komende tien jaar het Decennium voor mensen van Afrikaanse Afkomst afgekondigd met als thema erkenning, rechtvaardigheid en ontwikkeling. Hiermee onderneemt men actie om de beschadigende erfenissen van de slavernijgeschiedenis te herstellen.

De landen in het Caribische gebied verenigd in Caricom (Caribbean Community and Common Market) hebben een herstel- of reparatie actieplan van 10 punten opgesteld. Dit plan omvat onder andere de eis voor formele excuses van de landen die de trans-Atlantische slavenhandel (dus ook Nederland) bedreven. Verder eist men ontwikkelings- en rehabilitatieprogramma’s voor de nazaten van de tot slaaf gemaakte Afrikanen en voor de inheemse bevolking die van een gemeenschap van 3 miljoen in 1700 door de kolonisten is uitgeroeid tot minder dan 30.000 mensen in 2000. De overlevenden bleven getraumatiseerd en zonder land achter en behoren tot de meest gemarginaliseerde sociale groep binnen de regio. Verder eist men kwijtschelding van de binnenlandse en internationale schulden.

De opeenvolgende Caribische regeringen werden en worden dagelijks geconfronteerd met de enorme armoede en daarmee samenhangende vele problemen uit slavernij en kolonialisme geërfd. Tot nu toe is er door de Europese staten geen politieke poging gedaan om de slepende effecten van kolonialisme en slavernij te erkennen en de rampzalige erfenis te herstellen. Echter, om raciale gelijkheid te bereiken moeten witte mensen erkennen wat de basis vormde voor het huidige racisme en witte suprematie.  

Al generaties lang verschaft het Nederlandse onderwijs geen accurate kennis over racisme, raciale onderdrukking en de slavernijhandel door Nederland, het verzet en de huidige gevolgen daarvan. Melissa Weiner, een Amerikaanse sociologe, bestudeerde 203 lesboeken in het Nederlandse basisonderwijs. De resultaten geven een onthutsend en onthullend beeld. In 96 boeken werd iets over slavernij gezegd en in maar 49 boeken werd de zwarte slavernij in de Nederlandse koloniën genoemd. Over het verzet van de tot slaaf gemaakte Afrikanen op de plantages werd maar in 10 boeken gerept. De nadruk wordt gelegd op hoe zwaar het was voor de witte slavenhouders. In slechts één boek wordt het huidige racisme in Nederland benoemd.  

Wat er in het verleden is gebeurd is je niet als jouw persoonlijke fout aan te rekenen, maar de huidige situatie als gevolg van dat verleden is onze collectieve verantwoordelijkheid.

Een ongemakkelijke heropvoeding is nodig. Herzie o.a. het geschiedenisonderwijs en laat musea niet alleen het witte perspectief weergeven. Geef accurate kennis over racisme, raciale onderdrukking en de huidige gevolgen van de slavernij door aan onze kinderen.

Steun actief de roep om excuus, erkenning en herstel in verband met het grote onrecht van ons slavernijverleden. 

Dit artikel is geschreven door Marjan Boelsma  en André Kaïjim

Geef een reactie

Laatste reacties (124)