1.659
34

publicist

Auteur van 'Het onbehagen van de man', eind 2009 verschenen bij uitgeverij Augustus. Dylan van Rijsbergen (1975) groeide op in Roden en Groningen. Vervolgens studeerde hij Alfa-informatica met Geschiedenis als thuisvak aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dylan raakte verdwaald in het bedrijfsleven tijdens de internetzeepbel en werkte op een blauwe maandag zelfs bij WorldOnline. Daarna kwam hij weer bij zijn positieven en besloot bij het bestuursorgaan van de NOS te gaan werken. Daar werkt hij nog steeds (al heet het daar nu NPO), als manager productontwikkeling bij de internetafdeling. Omdat het werk bij een internetafdeling voor Dylan op zichzelf niet vervullend genoeg was, raakte hij in 2004 naast zijn werk betrokken bij de oprichting van de linkse denktank Waterland, waarvan hij in het bestuur zit en redacteur is van de e-krant Waterstof. In 2006 maakte Dylan toch maar zijn opleiding Geschiedenis af aan de Universiteit van Amsterdam, de stad waar hij inmiddels naartoe is verhuisd. Vlak voordat hij zijn bul ophaalt, begint hij met een eigen weblog als alternatieve uitlaatklep voor zijn ideeën en schrijfsels naast Waterstof. Dylan schrijft de laatste tijd vooral over onderwerpen op het snijvlak van politiek en levensstijl. Zo publiceerde hij veel over seksualiteit (hij was onder meer een van de auteurs van het Slow Sex-manifest), over drugs en drugsbeleid en over groen voedsel (slow food). Zie ook: www.dylanvanrijsbergen.nl

De fantasieloosheid aan de macht: het kraakverbod

Kraakpanden zorgden jarenlang voor een omgeving in de Nederlandse cultuur waar mensen samen met iets bezig konden zijn zonder dat er geld aan verdiend moet worden.

Wat is het toch dat me zo irriteert aan het kraakverbod dat woensdag door de Eerste Kamer heen werd getild? Ik ben zelf nooit kraker geweest, heb noch de noodzaak gehad noch de behoefte gevoeld om mij een leegstaand pand toe te eigenen.

Ik weet ook niet of kraken politiek gezien het beste antwoord is op problemen als de woningnood, al is het natuurlijk schrijnend dat er soms hele panden jarenlang leegstaan terwijl een straat verderop mensen geen huis kunnen vinden. Nee, het was iets anders. Het kraakverbod is een symptoom van een Nederland dat steeds verder overwoekerd wordt door een fantasieloze vermarkting van het sociale leven.

Een voorbeeld. De enige momenten dat ik ooit in kraakpanden kwam was tijdens uitgaan. In dat soort panden had je namelijk de leukste technofeestjes. De entree, de garderobe en het drinken waren spotgoedkoop, de zalen waren vaak gedecoreerd met gezellige creatieve knutselwerkjes van de krakers zelf, de muziek pompte en vaak heerste er een gemoedelijke, open sfeer. In de jaren negentig waren dat prettige plekken om te vertoeven, ook voor niet heel kapitaalkrachtige studenten. Ze ademden een vrijheid en ontspannenheid die je tegenwoordig maar zelden tijdens openbare feesten ziet.

Kijk eens naar de grote dancefestivals van tegenwoordig. Bijna allemaal zijn ze commercieel van aard. De entreeprijzen zijn astronomisch, Grolsch, Red Bull en Bacardi sponsoren de drankjes, eten en drinken zijn ontzettend duur, de individuele danstenten worden ook zelf weer gesponsord door weet ik wat voor merken, je wordt voortdurend op je vingers gekeken door ingehuurde kleerkasten van een beveiligingsbedrijf: achter werkelijk alles lijkt een businessmodel te zitten. Er is nauwelijks nog een feestje te vinden dat opgezet wordt door mensen die simpel plezier willen maken en een passie hebben voor muziek, zonder winstoogmerk. De hele festivalscene is zo geprofessionaliseerd dat de verschillende festivals ook nog nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Overal kun je diezelfde melige pannenkoeken eten, de Thai curry of het verschrikkelijke broodje beenham.

Kraakpanden zorgden jarenlang voor een omgeving in de Nederlandse cultuur waar mensen samen met iets bezig konden zijn zonder dat er geld aan verdiend moet worden. Een kleine liberated territory waar iedereen naartoe kon gaan om te ontspannen en te genieten van creativiteit en diversiteit, niet om als een kudde afgematte hamsters door een commerciële tredmolen heen gedreven te worden. Dat gold niet alleen voor dancefeesten, vooral ook theater en andere kunstvormen bloeien in het kraakmilieu. Door het kraakverbod wordt mij dat allemaal afgenomen. En dat is een enorm gemis. Het is niet alleen het kraken dat op deze manier verloren gaat, het is een sfeer van openheid en experiment, van echte innovatie, die gesmoord wordt in een overgecontroleerd Nederland dat blijkbaar alleen nog kan recreëren en pleziermaken in een volledig voorgekauwde commercieel gebrande omgeving.

Geef een reactie

Laatste reacties (34)