919
19

Student en GroenLinks-lid

Frank Hemmes is 24 jaar en studeert momenteel Science & Security aan King's College in Londen. Hiervoor behaalde hij zijn bachelor Natuur- en Sterrenkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en een master Environment and Resource Management aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Frank is lid van GroenLinks, maar verkondigt desalniettemin zijn eigen mening. Ook is hij lid van blogcollectief Vrij-Zinnig.

De Feitengoochelaars

Dick Pels slaat met zijn betoog de plank volledig mis:immers, als er geen feitelijke werkelijkheid meer is om het over te hebben, waarom zou men dan nog politiek bedrijven?

In een onlangs op meerdere plekken verschenen betoog roept Dick Pels links op om ‘de feiten te laten dansen op de maat van de eigen muziek’. Wij moeten rechts niet verwijten aan fact-free politics te doen, maar erkennen dat feiten kneedbare dingen zijn. De kritiek op rechts zou ‘hypocriet’ zijn. In plaats daarvan moeten wij ook leren de strijd om de feiten aan te gaan. Hoewel ik een student ben in andere vakgebieden dan Pels, heb ik toch twee bedenkingen bij zijn betoog. Allereerst wat betreft zijn hyperrelativering van feiten, maar daarnaast ook vooral aangaande de politieke kern van het stuk.

Zwaartekrachtontkenners

Allereerst Pels’ opvatting dat ‘de feiten’ niets meer zijn dan ‘reïficaties’ of ‘een ander soort argumenten’. Hierbij lijkt hij ‘de feiten’ te zien als één homogene verzameling. Pels behandelt feiten alsof deze allemaal hetzelfde zijn, maar lijkt daarmee voorbij te gaan aan een cruciale variabele, die ik hier de ‘hardheid’ van feiten zal noemen. Ik zal niet de natuurwetenschapper uithangen en beweren dat feiten in twee strikt gescheiden klassen zijn in te delen, al naar gelang ze wel of niet empirisch toetsbaar zijn. Maar men kan feitelijkheden wel rangschikken naar een meer of mindere mate van hardheid. Intuïtief is dit ook wel duidelijk. We kennen in de politiek wel ‘klimaatontkenners’, maar geen ‘zwaartekrachtontkenners’.

Deze hardheid wordt wellicht bepaald door empirisch onderzoek, experiment of het afwegen van verschillende theorieën. De hardheid van een verzameling feiten kan afhangen van hoe volledig deze een bepaald fenomeen kunnen verklaren, of hoe consistent ze in een theoretisch kader zijn te passen. De natuurwetenschappen nemen hierin wellicht een makkelijker positie in omdat de feiten daarin eenvoudiger empirisch te toetsen zijn. Maar ook binnen de sociale wetenschappen lijkt een dergelijke gradatie me mogelijk. Toch is dit onderscheid misschien interessant, aangezien Pels’ betoog vrijwel uitsluitend vanuit de geconstrueerde feiten van de sociale wetenschap lijkt te redeneren.

Terug naar de intellectuele prehistorie

En daarmee kom ik bij mijn primaire kritiek op Pels. Na eerst de feiten volledig gerelativeerd te hebben tot vrijblijvende stellingnames, moet hij moeite doen om hun relevantie te bewijzen. Maar binnen de logica van zijn eigen betoog zijn feiten niets anders dan ‘interessante uitbreidingen, nuances en variaties’. Dit slaat het fundament weg onder elk politiek debat. Immers, als er geen feitelijke werkelijkheid meer is om het over te hebben, waarom zou men dan nog politiek bedrijven?

Politiek is een debat over hoe de wereld behoort te zijn (in tegenstelling tot hoe zij ‘is’) en behoeft dus minstens een ruwe schets van hoe de wereld erbij staat. De degradatie van feiten tot ‘andere argumenten’ vernietigt de noodzaak om überhaupt nog iets in concreto te willen veranderen. Waarom klimaatverandering, armoede, hongersnood of Aids-epidemie nog willen aanpakken, als deze zaken alleen maar ‘nuanceringen’ zijn?

Pels valt zodoende in de tegenovergestelde val dan die van de absoluut objectieve feiten, namelijk de absolute ontkenning van enige feitelijkheid. Daarmee speelt hij de ‘fact-free’ politici precies in de kaart. Want als feiten niets met de werkelijkheid te maken hebben, verdwijnen de ankers van het politieke debat en verwordt elke discussie tot een wedstrijd wie het hardste schreeuwt en het meest overtuigd is van zijn eigen gelijk. Argumenten zijn in deze situatie nutteloos, aangezien het referentiekader om deze op hun waarde te schatten ontbreekt. Om over nuances nog maar te zwijgen…

Het onbesproken maar cruciale detail bij dit probleem is, volgens mij, de eerder geschetste variabele hardheid. Sommige feiten zijn bijzonder hard: als je niet voldoende eet ga je dood, en klimaatverandering verstoort weerpatronen. Andere feiten zijn zachter: armoede wordt veroorzaakt door ongelijke handelsrelaties, levensbedreigende klimaatverandering is het gevolg van menselijk handelen. En daarmee herleeft de kritiek tegen ‘fact-free politics’ als het ontkennen of kneden van ‘harde’ feiten. Natuurlijk kan de hardheid van de feiten nog steeds inzet van discussie blijven, maar dan biedt de wetenschappelijke methode een redelijke maatstaf.. Ook aan die methode kan men twijfelen, maar dat is een heilloze weg die terug leidt naar de intellectuele prehistorie.

Politieke zelfkastijding

Mijn eerste probleem met de stelling van Pels is dus dat hij een cruciale eigenschap, de hardheid, van feiten onbelicht laat en daarmee het nut van feiten veel te snel relativeert. Mijn tweede probleem is meer van politieke aard. Want het is op zijn minst ironisch dat Pels zijn betoog over het nut van ‘framing’ verkondigt via een soort van politieke zelfkastijding. Terwijl bijna alles wat ons aan het hart gaat momenteel vanuit rechts onder vuur ligt, trekt Pels het boetekleed aan en verkondigt doodleuk ‘Rechts betichten van fact-free politics is hypocriet’. Om vervolgens zijn betoog af te sluiten met een oproep om de feiten dan ook maar te manipuleren. Een stuk dat helaas past in de traditie van GroenLinks om vooral intellectuele en filosofische bespiegelingen te produceren. Want wat is dit betoog anders dan een enigszins narcistische dialoog van GroenLinks met zichzelf, over hoe ze eventueel het debat met rechts zou kunnen voeren?

Intussen smacht links Nederland naar een bevrijding uit de rechtse dominantie van het politieke discours, waarin alles wordt beheerst door economisch nut, efficiëntie, productiviteit en de sociaal-darwinistische selectie van de markt. Maar alle analyses van meta-narratieven ten spijt, lijken wij ook nogvast te zitten in het liberale verhaal van ‘hervormingen’ en economische groei. We praten wel over populisme, maar weten geen sterk concurrerend verhaal tegen dit populisme te formuleren.

Ja, we moeten als links meer durven, en krachtiger vanuit onze waarden vechten. En daar mogen de feiten best een handje bij helpen. Maar zo’n verhaal moet gaan over de wereld die wij voor ogen hebben, en waarom deze wereld de moeite van het vechten waard is. Niet over welk epistemologisch kader het juiste is, of met welke partij we zouden moeten fuseren. Intern is dat misschien zinvol. Maar als dat de belangrijkste problemen zijn waarmee wij naar het publiek toe treden, mag het niet verwonderlijk heten dat GroenLinks wordt gezien als een elitepartij die elke binding met de zorgen van de meeste Nederlands heeft verloren.

Lees hier de opinie van Dick Pels: Rechts betichten van fact free politics is hypocriet

Dit artikel verscheen eerder op de website van Frank Hemmes

Geef een reactie

Laatste reacties (19)