817
21

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

De folklore van het kapitalisme

Rutte verdient zijn titel van 'the great communicator' niet

Het politieke debat in Nederland begint steeds onwerkelijker te worden. Het lijkt soms of Nederlandse politici in een alternatieve dimensie leven waarin alles nog business as usual is. Terwijl de wereldeconomie voor een tweede keer in brand staat komen de huidige bestuurders niet verder dan de sleetse wijsheden die we al horen sinds de Jaren Tachtig: Voor economische voorspoed moet je de staat terugdringen, belasting verlagen, en de markt dereguleren. “De staat is geen geluksmachine,” herhaalt de Premier Rutte onvermoeibaar.

Vaak wordt dit in heel morele termen gevat, die een diepe snaar raken in een protestante ziel van de Nederlandse natie. In moeilijke tijden zoeken Nederlanders contact met hun innerlijke Colijn: We moeten niet potverteren. De tering naar de nering zetten. De broekriem aanhalen.

Daarmee liggen de nationalistische verwijten binnen handbereik. In Nederland zijn we gedisciplineerd en hebben we onze zaakjes goed voor elkaar. Het zijn die losbollen in Zuid-Europa die er een potje van hebben gemaakt. “Ik heb niets met Griekenland,” zei premier Rutte veelzeggend: ”Ik ben het helemaal eens met bondskanselier Merkel die zegt: ga eens wat meer werken.” Van een premier die is opgeleid als historicus zou je meer gevoel verwachten voor de gevaren van nationale stereotypen in tijden van crisis. Daar is in het verleden veel ellende uit voortgekomen.

Bovendien is het een wonderlijke voorstelling van de problemen. Griekenland kan dienst doen als zondebok voor de Eurocrisis, omdat het nog enigszins voldoet aan het beeld van een losbandige en onverantwoordelijke staat ― al schijnen de Griekse werknemers minder vakantie te hebben dan de onze. Ierland zit echter ook in de gevarenzone. Ierland werd enige jaren terug nog geroemd als de Keltische Tijger en gold alom als een economisch voorbeeld voor de rest van Europa. Spanje heeft voorlopig nog een lagere staatsschuld dan Nederland en was voor de crisis een toonbeeld van financiële standvastigheid.

Hoe dan ook, de huidige crisis is niet het resultaat van Grieken die teveel op het strand liggen, maar van banken die zich onverantwoordelijk hebben gedragen en politici die eerst met de snoeischaar door de wet- en regelgeving zijn gegaan om de banken hun gang te kunnen laten gaan en die vervolgens hebben nagelaten om nieuwe regels in te voeren toen in 2008 bleek wat voor ellende dat kon veroorzaken. Daarnaast is de crisis het resultaat van de bubbeleconomie waarop Westerse landen zijn teruggevallen. Kort door de bocht: Toen in Azië in toenemende mate onze producten werden vervaardigd, leunde ons economisch model vooral op het elkaar voor steeds meer geld doorverkopen van onroerend goed en het verzilveren van de overwaarde.

Wie de analyses van economen leest over de situatie waarin we verkeren, komt nauwelijks de oplossingen tegen waar nu door politici voor wordt gepleit. De economie moet worden geherstructureerd en de overheid is nu de enige partij die dat kan volbrengen. Er moet geïnvesteerd worden in onderwijs, in de omschakeling naar duurzame energie, in innovatie en infrastructuur. Ze moet niet terugtreden, maar juist actiever deelnemen aan de economie om deze weer vlot te trekken, zeggen vooraanstaande economen als Paul Krugman, Joseph Stiglitz en Jeffrey Sachs.

Dat vraagt precies om de tegenovergestelde keuzes dan de gemakkelijke gemeenplaatsen en het jingoïsme waarop politici nu terugvallen. Dat betekent ten eerste internationale samenwerking en solidariteit. “We must all hang together, or assuredly we shall all hang separately,” zijn de beroemde woorden van Benjamin Franklin bij de ondertekening van de Onafhankelijkheidsverklaring van de V.S. Dat is ook nu een wijsheid die men in Europa ter harte kan nemen: Als Europese landen niet samenhangen, dan zullen ze zeker allemaal apart hangen. En dat betekent ten tweede een economisch plan dat perspectief biedt om uit deze crisis te groeien, in plaats van louter een boekhoudkundig plan om de begroting sluitend te krijgen. Griekenland laat iedere dag zien dat bezuinigingen de situatie alleen maar uitzichtlozer maken en dat morele verwijten geen oplossingen bieden.

Dat dit allemaal niet eenvoudig is uit te leggen aan de kiezers, is iets dat we nog weten uit de Depressie van de Jaren Dertig. Een Amerikaanse rechtswetenschapper uit die tijd, Thurman Arnold, noemde de beelden en de intuïtieve instrumentele logica waarop de meeste burgers toen hun oordelen berustten de “folklore of capitalism.” Deze folklore was een soort institutionele mythologie waarin de nationale economie werd vergeleken met een huishouden, of een bedrijf. Huishoudens moesten hun huishoudboekje op orde houden, niet meer uitgeven dan er binnen kwam. De mythische held was de zakenman die door eigen inzet en hard werk welvaart genereerde. De schurk was de overheid ― belichaamd door de bureaucraat ― die de zakenman de vruchten van zijn ondernemerschap ontnam om er zijn eigen inefficiënte plannen mee te financieren en die uiteindelijk met zijn spilzucht de gemeenschap in de schulden stortte. Deze beelden hadden weinig te maken met de manier waarop de economie werkelijk functioneerde, zo legde Thurman Arnold uit, maar stonden niettemin zinnige maatregelen in weg om uit de economische malaise te komen.

In zekere zin is dat het probleem waar politici nu voor staan. De burgers zijn door alle onzekerheden in een nationalistische kramp geschoten en worden nog steeds in de ban gehouden door de neoliberale folklore van het kapitalisme die de afgelopen drie decennia heerste. De opdracht voor politici is om de dingen die gedaan moeten worden te verbinden met een nieuw verhaal dat de burgers kan overtuigen. Rutte geldt als the great communicator. Hij zou die titel pas echt verdienen als hij zijn luie metaforen laat varen, zijn appel aan nationalistische sentimenten opgeeft, en de Nederlandse burgers verzoent met de oplossingen waar de huidige crisis om vraagt.

Geef een reactie

Laatste reacties (21)