5.695
52

Voormalig parlementair verslaggever

Ik heb geruime tijd gewerkt als politiek verslaggever en correspondent Brussel van het ANP. Daarna heb ik onder meer gepubliceerd op de The Postonline, Historiek en Frontbencher. Ook verschenen er enkele boeken van mij. ‘Van verzuiling tot versplintering’ uit 2015 is het laatste.

De formatie vordert, wat doen Sigrid en Wopke?

Kaag mag dan sinds kort fungerend fractievoorzitter van D66 zijn, ze oogt in die rol nog steeds een beetje als de spreekwoordelijke kat in een vreemd pakhuis

cc-foto: Buitenlandse Zaken

Het lijkt eindelijk de goede kant op te gaan met de kabinetsformatie. De informateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees verwachten dat ‘de onderhandelingen binnen enkele weken vergevorderd zullen zijn,’ schreven ze gisteren aan de Tweede Kamer. Met zo’n mededeling kun je weliswaar nog allerlei richtingen op, de kans dat de nieuwe ploeg vóór Kerstmis op het bordes staat begint toch te groeien.

Maar hoe dat kabinet er straks gaat uitzien is nog voor het overgrote deel in nevelen gehuld. Tot dusver staat slechts één ding echt vast: de premier wordt opnieuw VVD-leider Mark Rutte. Een interessante kwestie is: wie staan straks als vicepremiers naast hem? Ik ga ervan uit dat Carola Schouten opnieuw de nummer één namens de ChristenUnie zal zijn, maar wat doen D66-leider Sigrid Kaag en haar CDA-collega Wopke Hoekstra?

In de vorige formatie besloten Alexander Pechtold en Sybrand Buma, die destijds deze partijen aanvoerden, om in de Kamer te blijven. Daarvoor zouden Kaag en Hoekstra ook kunnen kiezen, maar het is nog afwachten of ze de handelwijze van Pechtold en Buma zullen volgen. Deze twee hadden er al diverse periodes als fractievoorzitter opzitten, dus ze kenden het klappen van de zweep. Vermoedelijk voelden ze zich in het parlement niet slecht thuis.

Kaag en Hoekstra daarentegen hebben nauwelijks ervaring als volksvertegenwoordiger en toonden tot dusver ook weinig ambitie in die richting. Het is waar dat Hoekstra een paar jaar senator is geweest, maar dat is een parttime functie. Op dit moment leidt hij de Tweede Kamerfractie, zij het vooral op papier. In feite is hij veruit het grootste deel van zijn tijd minister.

En Kaag mag dan sinds kort fungerend fractievoorzitter van D66 zijn, ze oogt in die rol nog steeds een beetje als de spreekwoordelijke kat in een vreemd pakhuis. Waarschijnlijk zou ze veel liever minister van Buitenlandse Zaken worden. Die post is haar, met haar verleden als diplomate en haar internationale ervaring, op het lijf geschreven. Vervelend is alleen dat ze al korte tijd minister van Buitenlandse Zaken is geweest en zich toen genoodzaakt zag af te treden vanwege haar Afghanistangeklungel. Als ‘ander mens’ zou het een beetje raar zijn om nu alweer terug te keren op dat departement. Wat dan? Minister van Klimaat zou goed bij D66 passen, maar ook bij Kaag? Of toch maar in de Kamer blijven?

Die laatste keus zou Hoekstra vermoedelijk slecht uitkomen, want dan heeft hij nauwelijks nog goede argumenten om opnieuw minister te worden. Het allerliefste zou Wopke, naar iedereen aanneemt, minister van Financiën blijven. Jammer voor hem, maar dat zal er niet inzitten. D66 is op dit moment afgetekend de tweede partij en zal dit sleuteldepartement wel opeisen. Kandidaten daarvoor heeft de partij genoeg. Niet ex-Financiënambtenaar Koolmees, want die heeft laten weten in het volgende kabinet niet terug te keren. Maar wel bijvoorbeeld staatssecretaris Hans Vijlbrief, ook een ex-Financiënambtenaar. Of anders Steven van Weyenberg, op dit moment staatssecretaris van Infrastructuur, maar eerder financieel woordvoer van de fractie.

Voor Hoekstra schieten er dan alleen troostprijzen over. Sociale Zaken zou een heel vette troostprijs kunnen zijn. Dat komt met het vertrek van Koolmees straks toch beschikbaar. Bovendien ligt het werkterrein van dit ministerie een beetje in de interessesfeer van Hoekstra.

Totaal onduidelijk is nog hoe de meeste andere kabinetsposten ingevuld zullen worden. Naar verwachting zullen dat er overigens een stuk meer zijn dan Rutte III er telde, want de bewindslieden van dat kabinet kregen soms wel erg veel op hun bordje. Een aantal van hen bleek de werkdruk niet aan te kunnen en moest aftreden. Zoals Bas van ’t Wout, korte tijd minister van Economische Zaken. Of Bruno Bruins, die ooit de scepter zwaaide op Volksgezondheid. Naast Hugo de Jonge natuurlijk, die er nog steeds zit. Ook een interessante vraag trouwens: wat doen we met Hugo?

Geef een reactie

Laatste reacties (52)