Laatste update 19 februari 2021, 08:23
4.202
38

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

De godvergeten lullige debatcultuur in de Tweede Kamer

Onvoorstelbaar dat Van Mierlo het meende, toen hij bijna een halve eeuw geleden opmerkte dat in de Kamer soms de geur van wilde beesten hing

Het is donderdagmiddag na kwart over twee en de geachte afgevaardigde Tunahan Kuzu is aan het woord over de tijdelijke wet vertoeven in de open lucht covid-19. In het vuur van zijn betoog noemt hij premier Mark Rutte een de dictator van de lage landen en “een paniekpremier met dictatoriale trekjes”.

Onmiddellijk geeft de voorzitster hem een tik op de vingers. Het gaat niet aan om in deze termen naar de minister-president te verwijzen. De heer Tuzu verklaart daarop dat hij over zijn eigen woorden gaat. Hij beperkt zich daartoe. Hij zegt niet: “En U, mevrouw de voorzitter bent ook een dictatrix”.

Daarna volgen er interrupties van andere Kamerleden. Zij springen op uit hun draaistoelen om boosheid en leedwezen tot uitdrukking te brengen over het taalgebruik van de heer Kuzu. Daarmee levert hij geen bijdrage aan de strijd tegen het virus, willen zij maar zeggen. Kuzu herhaalde dat hij over zijn eigen woorden ging en niemand anders. Hij ging niet in op wat het kijkerspubliek wel zag: je hoeft maar dát te zeggen of de lakeien van de dictator stormen als één man naar voren.

Wat een godvergeten lullige debatcultuur kent de Tweede Kamer toch. Wat een verschil met grotemensenparlementen zoals die van Frankrijk, Duitsland of het Verenigd Koninkrijk. Het uitgestreken smoelwerk is de geaccepteerde gelaatsuitdrukking in die akelige hal, waar nu gelukkig de bijl in gaat. De moeizaam van een blaadje opgelepelde brabbeltaal is het gewenste niveau van welsprekendheid, het cliché het aangewezen stijlmiddel.

Onvoorstelbaar dat mr. H.A.F.M.O. van Mierlo het meende, toen hij bijna een halve eeuw geleden zei dat in de Kamer soms de geur van wilde beesten hing. Eerder ruikt men er het geduldige papier en het zweet uit mannenoksels als de mussen buiten dood van het dak vallen en de voorzitter de heren toch verbiedt het colbert uit te trekken.

In een behoorlijk parlement vallen harde woorden. Daar kijkt niemand ervan op als de minister-president wordt aangeduid als een dictator, zijn minister van Justitie als een verkeerd terecht gekomen advocaat van kwade zaken en zijn minister van Gezondheidszorg als een bovenmeester met ordeproblemen. In dat geval betalen de bewindspersonen met gelijke munt terug. Vanuit de regeringsbankjes klinkt dan applaus terwijl de oppositie loeit.

Rond 1900 bezat de Franse versie van de Tweede Kamer een echte cel. Daarin konden deputés door de voorzitter voor 24 uur worden opgesloten als ze hun bezinning zozeer hadden verloren dat zij een voortzetting van de vergadering onmogelijk maakten. Dat was niet bedoeld als straf maar diende om af te koelen. Op vechten tijdens een zitting stond bij mijn weten een vergelijkbare sanctie. Of die cel nog klaar staat voor gebruik weet ik niet maar het is een veeg teken dat een dergelijke faciliteit op het Binnenhof niet nodig is. Vanwege de totale slaapverwekkendheid.

Op 21 april 1967 interrumpeerde Gaston Deferre, fractieleider van de socialisten in het Franse parlement zijn Gaullistische collega René Rivière met een kort: “Houd je mond, gek” (taisez-vous, abruti). Dat kwam hem op een formele uitdaging tot een duel te staan. De Gaullistische politicus Jean de Lipkowski stelde de tuin van zijn viilla in Neuilly ter beschikking voor het treffen. De heren gingen elkaar te lijf met de degen. Zowel in de eerste als in de tweede ronde bracht Deferre zijn tegenstander een verwonding toe. Daarna ging hij er mee akkoord dat de scheidsrechter een eind maakte aan het duel. De volgende dag trad de heer Ribiére in het huwelijk. Volgens Le Parisien had Deferre gedreigd hem in zijn ballen te raken. Daar is het niet van gekomen. Dit was de laatste keer dat Franse politici op deze manier hun eer verdedigden. Er bestaat een opname van:

Om verder te lezen deze Franse scriptie over de belediging in het parlement rond het begin van de vorige eeuw.

Voor het overige ben ik van mening dat de toeslagenaffaire niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen. En het schandaal rond het Groningse gas evenmin.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (38)