10.471
553

Nederlander en Moslim

Nourdeen Wildeman is een Nederlander van christelijke komaf die op 24 jarige leeftijd moslim is geworden. Hierdoor staat hij in het maatschappelijke debat zowel in de schoenen van de autochtone Nederlander als in de schoenen van de praktiserende moslim. Naast het schrijven van columns en artikelen is hij als vrijwilliger betrokken bij de organisatie van diverse islamitische en maatschappelijke evenementen en websites. Hij is ook voorzitter van Stichting as-Salaamah wal'Adaalah welke zich inzet voor de Rohingya-bevolking in/om Myanmar.

De grens tussen islamkritiek en moslimhaat is allang overschreden

De gedachtegang die steeds meer mensen omarmen en verspreiden is: geweld tegen moslims en hun bezit is gerechtvaardigd

Een getuige zag een groep jongens weglopen van de moskee, aldus voorzitter Bulent Yalcin van de moskee in Enkhuizen. Een ruit was ingeslagen en een brandbom of brandbare vloeistof zorgde ervoor dat een deel van het gebouw in vlammen op ging. De vrouwenruimte – met daarin allerlei materiaal voor een aanstaande open dag – ging geheel verloren. Het incident staat niet op zichzelf; in juni 2011 werd brand gesticht bij dezelfde moskee. Het gebouw dat de beoogde nieuwe locatie voor de moslims uit Enkhuizen moest worden ging in juli 2012 in vlammen op.

De Burgemeester van Enkhuizen – die een ‘mediahype’ wilde voorkomen – beweerde binnen 24 uur dat het ‘geen doelbewuste actie’ zou zijn geweest. Op zo’n korte termijn zo’n inhoudelijke uitspraak doen betekent dat er sprake is van daderkennis of dat de uitspraak ongefundeerd is; van het eerste lijkt vanzelfsprekend geen sprake. Maar is er inderdaad sprake van een toevallige brand in een moskee, is het een incident of is er iets veel ergers aan de hand: is het een symptoom van een veel groter probleem?

Sinds de millenniumwisseling hebben meer dan 20 brandstichtingen bij moskeeën en 2 bij islamitische scholen het nieuws gehaald. In Groningen werd een moskee met bloed besmeurd, in Ede werd een varkenskop in een moskee gevonden, in Roosendaal hing op een gegeven moment een dood schaap op de locatie voor een nieuwe moskee. Bekladding en vandalisme zijn aan de orde van de dag; van deze zaken wordt in veel gevallen niet eens meer melding gemaakt, zo vertelt het Contactorgaan Moslims en Overheid deze week in haar persbericht.

Maar naast een opsomming van gebeurtenissen is de maatschappelijke reactie op de moskeebrand in Enkhuizen wellicht nog belangrijker om de huidige sfeer in Nederland te kunnen duiden. Op de Facebookpagina ‘Nederland mijn Vaderland’ wordt het nieuws met gejuich onthaald. Diverse journalisten maken melding van de honderden ‘likes’ die het nieuws over de brandstichting bij de moskee een warm hart toedragen. In de reacties onder het bericht wordt – anoniem maar ook met naam en toenaam – de brandstichting gevierd en verdedigd. “Goed bezig!! Dit soort berichten,willen we vaker!!” zegt Wesley Bosch. Volgens Ammy Vos zou een volgende brandstichting moeten gebeuren “als zo ding bomvol zit tapijtsnuivers!!”.

Lionel Daniels vat het kort samen: “We want more”. Liefde voor het vaderland gaat nu eenmaal zelden samen met liefde voor (foutloos) gebruik van de moedertaal. Wel wordt een criminele handeling expliciet goedgekeurd, wordt een herhaling hiervan aangemoedigd en wordt het maken van menselijke slachtoffers als wens benoemd.

Zijn een aantal dergelijke reacties per definitie representatief voor een grotere tendens? Nee. Het enorme aantal mensen die dergelijke uitspraken met naam en toenaam op internet hebben geplaatst is wél tekenend. Maar ook dit staat niet op zichzelf. In februari plaatste de PVV een korte video op youtube waarop een gebedsoproep te horen was vanuit een moskee in Den Haag. De reactie die het meest gewaardeerd werd? “Als ik daar had gewoond en de gemeente doet niets tegen de klachten zie ik maar 1 oplossing. De fik erin, of anders besmeuren met varkensbloed en dat de varken voor de deur leggen. Want als je overlast veroorzaakt moet dat gestopt worden.” In totaal klikten 38 personen bij deze reactie op het duimpje omhoog. Niet iedereen was het ermee eens; “varkens verdienen een mooiere stal dan een smerige moskee”.

Moslimhaat kom je sowieso op de vreemdste plekken tegen. Op Marktplaats stond een aantal weken geleden nog een advertentie voor een BMW uit 2005 met de tekst “Deze Rooms Katholieke auto word niet aan Moslims verkocht”. Wederom gaat vreemd genoeg liefde voor het vaderland niet samen met liefde voor de moedertaal. Dit soort uitingen heeft niets meer te maken met kritiek op Islam als religie maar gaat rechtstreeks en direct over moslims als groep.

In deze context treffen we ook met enige regelmaat één persoon aan: Geert Wilders. Moslima’s zijn geen mensen met een hoofddoek op hun hoofd, maar vergelijkbaar met dieren met een ‘kopvod’ op hun kop. Moslims zijn per definitie onbetrouwbaar (want: taqiyya). Gebedshuizen zijn haatpaleizen. Hoofddoeken verpesten ons straatbeeld en een gebedsoproep onze buurten; in feite wordt dus zelfs de zintuigelijke waarneming (zien / horen) van moslims als probleem geduid. Daags na de brand in Enkhuizen publiceert Wilders een opiniestuk met daarin de opruiende tekst: “het is tijd voor de aanpak van de grootste ziekte die ons land de afgelopen eeuw heeft gekend, de islam”. Ja, volgens Wilders is de komst van Islam in Nederland blijkbaar erger dan de bezetting door nazi-Duitsland. Al eerder vereenzelvigde hij zichzelf met ‘het verzet’ en ook nu roept hij op om islam ‘aan te pakken’. Hoe een dergelijke uitspraak door zijn achterban wordt begrepen moge inmiddels duidelijk zijn.

Daarmee is overigens terecht de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog onderdeel van de discussie geworden. Terwijl Nederland elk jaar opnieuw een paar minuten stil is en denkt ‘dit nooit meer’, dansen wij op een vulkaan van moslimhaat die groeit binnen de landsgrenzen. Het keihard optreden tegen de verdere groei van dit sentiment wordt onmogelijk gemaakt door de gedachte dat wij de vrijheid om islamkritiek te kunnen uiten, dienen te koesteren. Dit is onterecht, want de grens tussen islamkritiek en moslimhaat is allang overschreden.

Inhoudelijke debatten tussen mensen die vanuit hun perspectief inhoudelijk onderbouwde kanttekeningen plaatsen bij bepaalde koranverzen of uittingsvormen van moslims, vinden nog slechts in kleine gezelschappen plaats. Oproepen om moskeeën in brand te steken zijn geen vormen van kritiek maar van haat. Het is geen intellectuele uitwisseling van gedachtegangen maar een platte wens voor meer brandstichtingen. Een ieder die hardop opmerkt dat dit ver buiten de kaders van vrije meningsuiting gaat, wordt zelfcensuur of zelfislamisering verweten. Politici proberen de PVV de wind uit de zeilen te nemen door zo nu en dan inhoudelijk zogenaamd kritische uitspraken te doen, maar voor het electoraat dat op Wilders stemt is dit een allang gepasseerd station. Een deel van de samenleving radicaliseert en heeft enkel nog oor voor moslimhaat, niet de saaie islamkritiek met nuances, details en meer van dat soort ingewikkelde dingen. En Wilders weet: als je het maar slim formuleert kan je deze moslimhaat nipt binnen de kaders van de wet voeden.

Veel mensen verwachten van de toekomst vooral wat ze hopen. Ik verwacht tot mijn spijt een aanstaande escalatie van moslimhaat in Nederland. De kritische massa, de hoeveelheid mensen die nodig zijn om over een tippingpoint te gaan en de maatschappij in een periode van geweld te doen storten, hoeft namelijk niet een ‘meerderheid’ van de bevolking te zijn. Simulatie toont aan dat een dergelijk tippingpoint al bereikt kan worden als 10% van een populatie een gedachtegang omarmt. En de gedachtegang die steeds meer mensen omarmen en zonder enige terughoudendheid of anonimiteit verspreiden is: geweld door burgers tegen moslims en hun bezit is gerechtvaardigd. Aanpakken, die ziekte! De gevolgen van het afwachten tot deze escalatie plaatsvindt zal desastreus blijken.

Geef een reactie

Laatste reacties (553)