3.504
106

Filosoof

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

De Grote Algemene Beschouwer

Over Wilders' vier drogredenen in één minuut

Het is Wilders gelukt om op de tweede dag van de Algemene Beschouwingen vier drogredenen binnen slechts één enkele minuut te produceren. Hieronder komt hun algemene beschouwing.

Op de eerste dag van de Beschouwingen speelde Wilders niet op de bal maar op de man, met ad hominems zoals ‘grote gedoger’, ‘mede-klungelaar’, ‘schoothondje’ en ‘bedrijfspoedel’ aan het adres van Cohen. Daarop kwam veel kritiek uit de Tweede Kamer, vooral van Emile Roemer.

Tu quoque (jij-bak)
Wilders reageert met een ‘jij-bak’. Hij “ergert zich kapot” aan het feit dat zijn critici, zelfs de hele Tweede Kamer, selectief verontwaardigd zijn, “hypocriet”. Waar was de Kamer toen Pechtold en anderen Wilders xenofoob, racist en andere namen hebben genoemd? “En waar was je toen, meneer Roemer,” vraagt Wilders geërgerd. “Jullie kunnen allemaal de boom in.”

Deze drogreden is een tu quoque op twee manieren:

Ten eerste verdedigt Wilders zich met de smoes dat anderen hetzelfde doen: “Ik mag blijkbaar niet de heer Cohen een bedrijfspoedel noemen, maar ons racisten en xenofoben noemen mag wel.” Dit is een foute verdediging. Het feit dat anderen precies hetzelfde doen of hebben gedaan, is geen goed argument ter verdediging van een huidige daad. Als Pietje kinderen op straat in elkaar timmert, wil niet zeggen dat Jantje ook kinderen in elkaar mag timmeren.

Als we dat als goed argument zouden accepteren, zouden we geen enkele misdaad kunnen aanklagen; immers vele anderen hebben precies dezelfde misdaad eerder gepleegd. Bij het volgende debat zou men Wilders een fascist, zonder onderbouwing, kunnen noemen en roepen dat het mag, want Wilders heeft Cohen een bedrijfspoedel genoemd. Zodanig gaat het debat niet meer om inhoud, maar om blesseren van tegenstanders.

We kunnen ook niet voortdurend oog om oog, tand om tand spelen, want we vervallen daardoor in een oneindig aantal herhalingen van slechte daden die kunnen ontaarden in een geweldsspiraal, die we willen voorkomen. Daarom zijn pogingen om nieuwe slechte daden te voorkomen altijd goed en argumenten om nieuwe slechte daden te stoppen zijn altijd geldig, ongeacht welke daden in het verleden zijn gepleegd. Dat betekent dat kritiek op Wilders’ optreden altijd terecht is, als zijn optreden fout is.

De tweede manier waarop Wilders een tu quoque produceert, is zijn verwijt dat Roemer en de andere critici er vroeger blijkbaar een heel andere opvatting nahielden, want vroeger reageerden ze niet verontwaardigd toen Wilders aangevallen werd. Dit is een slecht argument, want het feit dat iemand in het verleden anders heeft gedacht of gehandeld, wil niet zeggen dat zijn huidig argument ongeldig is. Zelfs als iemand strijdig handelt met wat hij predikt, wil niet zeggen dat zijn preek onjuist is. Bijvoorbeeld iemand heeft gelijk dat roken slecht is, zelfs als hijzelf een kettingroker is.

Petitio principii
Petitio principii is een cirkelredenering waar men veronderstelt wat men juist dient te bewijzen. Wilders veronderstelt hier dat anderen hem onterecht xenofoob en racist noemen.

Er is echter een groot verschil tussen iemand ‘xenofoob’ of ‘racist’ noemen en iemand een ‘grote gedoger’, ‘mede-klungelaar’ en ‘bedrijfspoedel’ noemen. Xenofobie en racisme zijn negatieve eigenschappen, die we willen voorkomen. We kunnen daardoor een rationeel argument produceren en daaruit concluderen dat sommige mensen racistisch of xenofoob zijn. We kunnen bijvoorbeeld wetenschappelijk aantonen dat het apartheidsregime in Zuid-Afrika racistisch was. Daardoor is het benoemen van de apartheidsregime racistisch geen aanval op persoon, geen ad hominem.

Slechts als anderen Wilders xenofoob en racist noemen, zonder voldoende onderbouwde argumenten, dan pas is een dergelijke benoeming een aanval op de persoon. Wilders dient dan hun argumenten te weerleggen. Maar Wilders heeft niet aangetoond dat zijn critici hem xenofoob en racist hebben genoemd zonder goede argumenten; hij heeft hun argumenten niet als drogredenen ontmaskerd. Hij heeft slecht verondersteld dat ze hem zonder goede argumenten deze namen hebben genoemd. Dus Wilders veronderstelt wat hij dient te bewijzen en is daardoor bezig met een cirkelredenering. Hij ontwijkt daarmee de bewijslast.

Daarentegen, zijn ‘grote gedoger’ en ‘bedrijfspoedel’ in dit geval wel ad hominems. Want Wilders valt niet Cohen’s argument aan, maar zijn karakter. Is een oppositiepartij verplicht om altijd de kont tegen de krib te gooien? Nee. Als de regering goede beslissingen neemt, dan kan de oppositie dat ondersteunen.

Red herring (afleidingsmanoeuvre)
Door te roepen dat anderen hem vroeger namen hebben genoemd, verandert Wilders van onderwerp. Men gaat niet meer praten over de drogredenen van Wilders; men gaat nu debatteren of de namen – xenofoob en racist toen terecht of onterecht zijn gebruikt.

Ad misericordiam
En het lukte Wilders alweer als slachtoffer en bibberend blank konijn uit de hogehoed te voorschijn te ploppen. Zijn dagelijkse rituele verschijningstruc.

Ten slotte, debatten zijn bedoeld om ons vooruit te brengen. Wilders in debat is echter zoals Tour de France fietsen met een gebroken ketting. Hij zwaait keihard met zijn benen en maakt indruk op mensen zonder perspectief, maar gaat nauwelijks vooruit.

Geef een reactie

Laatste reacties (106)