1.291
6

Criminoloog / oud-gemeenteraadslid Stadspartij Rotterdam

Manuel Kneepkens (Heerlen, 1942). Studeerde Rechten en Criminologie in Leiden . Woont sinds 1971 in Rotter­dam. Aldaar werkzaam als dichter en tekenaar, voorheen ook als jurist-crimino­loog en stedelijk politicus (fractievoorzitter Stadspartij Rotterdam)

Als criminoloog schreef hij In het rijk van de demonen, het bombardement van Rotterdam en de Normen ( Ad. Donker, 1993)
Laatste dichtbundel Een lange neus ( Azul Press, 2017 )
Laatste prozaboek, de verhalenbundel De Diepslaper (Liverse, 2017 )

De Gulden van Kok

In maart 1998, Wim Kok was toen op het hoogtepunt van zijn roem, kwam ik hem tegen op de Binnenrotte aan het hoofd van een karavaan van folderende PvdA'ers

De Binnenrotte in Rotterdam. cc-foto: Frans Berkelaar

28 April 1995. ’s Ochtends stond de deur open van mijn fractiekamer, toen ik op het stadhuis kwam. Er zat blijkbaar iemand op mij te wachten. Het was Bram Peper. Dat was vreemd. Gebruikelijk was dat jij als raadslid naar de burgemeester kwam, burgemeester Bram kwam niet naar jou. Never nooit. Er moest dus wel iets ernstigs aan de hand zijn.
“Wim is dood!”
“Is Wim Kok dood? Goh, ik heb vanmorgen niet naar het nieuws geluisterd.”
“Nee, joh, Wim Hermans!”

Bram Peper was letterlievend. Denk maar aan zijn vriendschap met Gerard Reve. Fameuze uitspraak van de Volksschrijver: “Bram Peper is een fatsoenlijke man, beslist geen socialist!” Die vriendschap heeft zelfs geresulteerd heeft in een boek: Brieven aan Bram P. (2003). Maar blijkbaar kon Bram Peper met zijn rouwgevoelens betreffende Willem Frederik Hermans bij niemand anders terecht. Niet bij zijn wethouders, noch bij zijn ambtelijke staf. Dus moest hij wel naar mij, ofschoon hij mij maar een onzinnig opposant vond. Blijkbaar de enige andere letterlievende toentertijd op het stadhuis van Rotterdam.

En nu is Wim Kok werkelijk dood…

Dat ik toentertijd aan Wim Kok dacht en niet aan Wim Hermans, ligt eenvoudig. Hermans kende ik uitsluitend uit zijn boeken, Kok kende ik persoonlijk. Dat kwam zo. In de zeventiger jaren was ik voorzitter van de Coornhertliga, de vereniging tot strafrechtshervorming. Toen een bloeiende vereniging, inmiddels is die vereniging in de algehele verrechtsing van ons land, de justitiële wereld voorop, allang ten onder gegaan. Wat tamelijk rampzalig is, want als er een instelling bestaat, waarvan het pijnlijk duidelijk is dat die constant kritisch gevolgd dient te worden, dan is het wel het huidige (monster)ministerie van Justitie en Veiligheid. En dat gebeurt dus te weinig .

Als voorzitter van de Coornhertliga mocht ik vaak te gast zijn in het toentertijd zeer goed beluisterde VARA-radioprogramma op zaterdag ‘In de Rooie Haan’ van Jan Nagel. Daar was namelijk steevast het item ‘criminaliteit’ aan de orde. Er is tenslotte veel criminaliteit in onze samenleving. Zodoende. Daar mocht ik dan commentaar op geven. Vaste gast van het programma was Wim Kok, als vakbondsman over arbeidsaangelegenheden. Zo kwamen wij daar met elkaar in contact.

In maart 1998, Wim Kok was toen op het hoogtepunt van zijn roem, kwam ik hem tegen op de Binnenrotte aan het hoofd van een karavaan van folderende PvdA’ers, want het was in de tijd van de gemeenteraadsverkiezingen. Ik had in die dagen een slimmigheid uitgehaald met Koks populariteit. ‘Tom Poes, verzin een list!’ Ik had een Wim Kok opgeduikeld uit het telefoonboek van Rotterdam (dat vergaat van de streptoKokken… ) en op de lijst van de Stadspartij gezet. En ja, hoor, het werkte. Menig ‘oudje’ kwam verward het stemhokje uit en zei dan tegen de voorzitter van het stemlokaal: “Die Wim Kok, waar ik zojuist op gestemd heb, dat is toch wel dé Wim Kok?’
Nee dus. Maar dan was het al te laat…

Wie die list van mij bedenkelijk vindt, heeft natuurlijk gelijk. Maar ik was lijsttrekker van een lokale partij. Wat moest ik? Ik kon geen landelijke coryfee in vliegen om voor mij wat te gaan folderen zoals de plaatselijke afdelingen van de landelijke partijen dat konden. Over dat ergerlijke, de lokale kiezersmarkt vervuilende gedrag van de landelijke partijen schreef de toenmalige politiek commentator van het Rotterdams Dagblad Kor Kegel onder de titel ‘Kleine Hoop en Onderkok’:

‘Wat doen die lui hier? Jacques Wallage (PvdA) is vandaag in Schiedam en Delfshaven. Jaap de Hoop Scheffer (CDA) komt zaterdag naar de Rijnmond en Frits Bolkestein (VVD) en Wim Kok (PvdA) zijn ook al aangekondigd bij allerlei heisa… Ze wonen niet in Rotterdam, ze staan niet op de kandidatenlijsten. Je kunt er niet op stemmen! De komst van Wallage, Hoop, Bolk en Kok leidt de kiezers ontzettend af van de gemeentepolitiek en daar gaat het op 4 maart (1998) toch over. Als het de bedoeling is af te leiden, zodat je niet aan een kritisch oordeel over de lokale
politiek toekomt, dan kun je voor straf maar beter niet stemmen op partijen die deze week nationale hotemetoten naar je woonplaats halen.’

Kok schudde mij hartelijk de hand, daar op de Binnenrotte. Maar op dat moment wrong zich een Straatkrantverkoper tussen hem en mij en gaf Wim een exemplaar van zijn krantje. Wim Kok vatte dat ‘geven’ blijkbaar letterlijk op! Hij bedankte de man en de karavaan trok verder… De Straatkrantenman bleef teleurgesteld achter. Die had gedacht van Wim Kok, minstens de gulden die de Straatkrant toen kostte, te vangen. Mooi niet dus!

Die gulden heb ik die Straatkrantverkoper toen gegeven.

‘De mensen in het land’ zitten volgens De Telegraaf nog steeds te wachten op de teruggave van ‘het kwartje van Kok’. Ik zit te wachten, wel zo vergeefs, op de teruggave van ‘de gulden van Kok’… Het zij zo.


Laatste publicatie van Manuel Kneepkens

  • De Diepslaper

    Verhalen en sprookjes

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (6)