2.393
44

Journalist

Chris Klomp is sinds april 2002 rechtbankverslaggever/journalist en werkt voor RTV Noord, Dagblad van het Noorden en RTV Drenthe

De held van Haren

Het is middernacht in Haren en ik sta pal naast de leider. Dicht genoeg om de complete waanzin in zijn ogen te zien

Hij is de held van Haren. Jongeren op straat slaan hem in het donker enthousiast op de schouders. Feliciteren hem met de behaalde resultaten. Omhelzen hem. In hun verhitte woorden klinkt de adoratie.

‘Jij bent echt gek, jongen! Niet normaal meer’

Hij groeit. Van de woorden. De bewondering. De ongekende massale steun achter hem. En dus valt hij de Mobiele Eenheid opnieuw aan. In zijn eentje. Hij gooit met alles wat hij kan vinden. Sleept een ijzeren afvalcontainer naar de weg. Smijt uit volle overtuiging met fietsen. En met keien. Volle bierflesjes.

Hij schreeuwt in volle razernij naar achteren als de massa weer eens besluit te vluchten voor de oprukkende Mobiele Eenheid. Moedigt ze aan. Zegt dat ze niet weg hoeven te gaan. Dat de groep sterker is dan de agenten voor hem.

En ze luisteren. Joelen van uitzinnige vreugde bij iedere steen die uiteenspat op de schilden van de ME. Gaan volledig uit hun dak als een agent vol wordt geraakt. Gooien met alles wat ze in handen kunnen krijgen. Iemand probeert met een laserpen de agenten te verblinden.

Hij is de leider. Zij vormen de troep. De kracht van deze massa lijkt niet te breken. Jongeren rukken met hun blote handen takken van de bomen. Trekken verkeersborden om. Buigen lantaarnpalen door.

Het is middernacht in Haren en ik sta pal naast de leider. Dicht genoeg om de complete waanzin in zijn ogen te zien.

De waanzin die ontbreekt in de ogen van de jongeren die achter ons staan. Pubers nog. Jonge jongens. Scholieren. In hun ogen louter de sensatie. Het gevoel onderdeel te zijn van een spannende gebeurtenis. De meisjes ontbreken niet. Zij filmen en worden bijna liefdevol in bescherming genomen als de ME een aanval inzet.

De rellen in Haren zijn ronduit angstaanjagend. Eerst is er het vuurwerk. Dan ineens een complete aanval van jongeren op de paar agenten die de Stationsweg proberen te beschermen. Het door de massa rollende geluid van woede lijkt wel dierlijk. De Mobiele Eenheid probeert stand te houden, maar moet terug en valt dan aan. De enorme massa jongeren golft in drie groepen uiteen. Vanaf dat moment vecht de ME uur na uur op drie fronten in de villawijk.

De agressie tegen de politie is eng, maar het kan nog enger. De groep keert zich tegen de inwoners van Haren. Golft door de tuinen van vrijstaande huizen. Alles gaat kapot. Een auto gaat op zijn dak. Enkele minuten later slaan de vlammen uit de motorkap. In het centrum vliegen de winkelruiten er uit. Winkels worden geplunderd. Iemand slaat met een steen het licht uit de ogen van een 84-jarige man.

Even keert de woede van jongeren zich tegen een fotograaf van een landelijke krant. Hij doet zijn werk en dat willen ze niet. Ik aarzel, maar stap er dan toch op af. Ga naast de fotograaf staan. Ik weet niet wat ik kan doen. Wel dat we geen schijn van kans maken als iemand besluit ons aan te vallen. De fotograaf is niet bang en geeft een grote mond. Die taal begrijpen ze. We kunnen door.

Een collega van de radio heeft minder geluk. Hij is live in de uitzending als een ME’er hem tegen de grond slaat. Een krantencollega krijgt een fles vol op zijn gezicht. Een kabelaar van SBS breekt zijn neus.

In een van de straten hoor ik iets wat ik nog nooit heb gehoord. Een oudere vrouw schreeuwt letterlijk in doodsnood over de toppen van haar longen naar de Mobiele Eenheid. Er zitten relschoppers in haar tuin. Ze is volkomen in paniek. Maar ze is alleen en blijft alleen. De ME schreeuwt terug dat ze binnen moet blijven. Ze kunnen niets voor haar doen. Haren is compleet aan zichzelf overgeleverd.

In het centrum slepen jongeren ongehinderd terrasstoelen naar de straat. De fik gaat er in. Een van de relschoppers klimt over een hek en gooit vervolgens stenen naar de rest. Munitie voor de strijd.

Ineens komt dwars door de meute een auto aangereden. Twee dames zitten voorin. Binnen een mum van tijd is de auto omsingeld. Doldrieste relschoppers slaan met blote vuisten keihard op de ramen. Er is geen enkele aanleiding, maar de relschoppers willen dwars door de auto. Als de doodsbange inzittenden door de meute zijn ze gebroken, staan ze ineens tegenover de oprukkende ME. Waar moeten ze heen? Achteruit? Van ellende blijven ze staan.

De zoveelste aanval van de Mobiele Eenheid drijft mij samen met een collega naar een tweede linie. Er is geen ontsnappen aan. De ME achter ons knuppelt alles en iedereen. Ze schreeuwen er woest bij. Voor ons vallen mensen over fietsenrekken heen. Ze krijgen geen tijd om op te staan. Voor me doemen ineens wild blaffende politiehonden op. Mijn collega krijgt een knuppel in zijn rug. Dan een harde slag op zijn arm. De honden wijken godzijdank ineens naar rechts en zetten hun tanden wild in de benen van twee relschoppers voor ons. Ze schreeuwen het uit van de pijn.

Het geweld voor onze ogen stopt geen seconde. Drie meter verder slaat een breedgeschouderde ME’er in blinde woede een jongen neer. Hij valt met een hevig bloedende hoofdwond over de volle lengte van zijn schedel op de stoep en blijft liggen. De ME’er bedenkt zich niet en schopt met zijn stevige kisten hard op het lijf van de jongen in. De ene doffe dreun na de andere. De ME’er schreeuwt dat de jongen van zijn collega’s af moet blijven. Het slachtoffer is al lang niet meer in staat om te reageren.

Als de ME even stopt, hergroepeert de groep zich. De rust is van korte duur. Iemand gooit een steen naar een woning op de eerste verdieping. Anderen volgen. De bewoner doet het licht uit. De stenen blijven komen. Het stopt pas als de ruit het begeeft. Ik weet niet wie daar woont. En of er kinderen in het huis zijn. Maar ik weet dat de angst enorm moet zijn. Er is niemand om de bewoners te beschermen. De relschoppers zijn de baas.

Uren na het begin van de rellen krijgt de politie eindelijk controle. Ik loop terug naar waar mijn auto stond. Over een tapijt van glas en keien. Ik zie complete trottoirbanden liggen. Beschadigde auto’s. Geplunderde winkels. Een man veegt in het donker de straat voor zijn huis. Waarom hij nu op straat is? Hij moet ergens heen met zijn woede. Zijn onmacht spat tussen de woorden door.

In mijn oren hoor ik nog steeds de doodskreet van die ene inwoner van Haren en het niet aflatende gekletter van stenen. Op mijn netvlies zie ik steeds de held van Haren staan.

Die ene man die in zijn eentje symbool stond voor het geweld en de complete waanzin. De man die op het oog volstrekt normale scholieren meekreeg in de verwoesting.

Een dag later hoor ik de burgemeester van Haren en de korpschef van Groningen praten over tuig. Over ongekende agressie en agenten die hebben moeten vechten voor hun leven.

Het zijn holle woorden. Makkelijke retoriek. Over mensen die ver van ons afstaan. Waar wij geen enkele binding mee hebben. De mens die wel slecht moet zijn.

Het is een stuk moeilijker om naar de puberkamer van je zoon te lopen. De jongen die je normen en waarden bij hebt gebracht. Het verschil tussen goed en slecht. Om zijn kamer in te kijken en te denken:

Was hij er ook bij?

Dit artikel verscheen op het weblog Rechtbankverslaggever. Volg Chris Klomp ook op Twitter.

Eerder schreef Chris Klomp over Haren: Journalisten zijn er niet om te zwijgen

Lees meer opinies over Project X Haren op Joop.nl:

Opinie Francisco van Jole: Filmrellen in Haren
Opinie Peyman Jafari: Autochtone gemeenschap moet rellen in Haren veroordelen
Opinie Goos de Boer: Waarom ik aangifte doe tegen een ME’er
Opinie Han van der Horst: Heeft Haren een kans gemist?

Opinie Yannick La Gordt Dillié: Haren was nog maar het begin
Opinie Patrick van Veen: Kudde op drift in Haren
Opinie Vincent van der Vlies: Hoe Haren een Titanic werd

Geef een reactie

Laatste reacties (44)